SIROM - I CAN BE A CLAY SNAPPER

Meestal krijg je, als recensent, een tekstblaadje bij een CD toegevoegd. Daarin wordt dan meestal wat uitleg gegeven over de artiest en de nieuwe CD in kwestie. Ik denk dat de mensen van Xango Music deze keer vergaten die uitleg bij in de enveloppe te stoppen en voor één keer ben ik daar niet rouwig om, want ik had begin 2016 al het genoegen een en ander over deze band te mogen opzoeken. De plaat waar het toen om draaide, was het debuut van Sirom, zijnde Istok Koren, Ana Kravanja en Samo Kutin, twee mannen en een vrouw, met muzikale verledens in de lokale punk- en metalscene. Het trio doorliep de bijna klassieke leerschool, die “spelen in veel verschillende bands” heet kwam een jaar of vier geleden tot stand en maakte in 2016 dus een eerste CD, toepasselijk “I.” getiteld, waarover ik toen heel lovende woorden schreef in termen als “ongewone, maar tegelijk ongewoon mooie muziek”. Dat de nieuwe plaat onderdak vond bij Glitterbeat’s dochtermerk tak:til, verbaasde mij dan ook allerminst: waar Glitterbeat zelf zich eerder over de aan rock en world verwante genres ontfermt, gaat tak:til meer de experimentele richting uit, zoals we recent mochten ervaren met cd’s van 75 Dollar Bill en Joshua Abrams & Natural Information Society.

Deze keer blijven Chris Eckman en de zijnen dus veel dichter bij huis, in het “eigen” Slovenië en geven ze Sirom het grotere podium waar ik in 2016 al op hoopte. De muziek op deze nieuwe plaat is eigenlijk een verderzetting van wat we op “I.” al konden horen: geïmproviseerd lijkende, lange, veelal instrumentale vertellingen, die deze keer allemaal rond het thema “water” draaien. De vier mini-suites duren tussen de negen en twaalf minuten en ze zijn, hoewel muzikaal verwant, toch voldoende divers, zodat de monotonie, die soms wel eens dreigt bij dit soort geïmproviseerde muziek, perfect vermeden wordt. Dat heeft uiteraard ook veel van doen met het nogal indrukwekkende instrumentarium waar Sirom zich van bedient: ik telde er meer dan twintig, waarvan we de viool en de cello natuurlijk wel kennen, maar van instrumenten, die exotische namen dragen als “”ribab” of “cünbüs”, “mizmar” of “brac” had ik, eerlijk gezegd nog niet gehoord. Nn blijkt een “cünbüs” een variant van onze banjo te zijn, de “ribab” een eensnarige viool, een “mizmar” een soort schalmei en de “brac” iets wat heel sterk aan een tenorgitaar doet denken en is dat deel van het mysterie alvast ontrafeld, maar wat ik eigenlijk zeggen wilde: die variëteit aan instrumenten creëert als vanzelf ook een grote diversiteit aan klanken, zodat je je niet alleen maar in de Balkan waant, maar net zo goed Maghreb-beelden en -klanken ziet en hoort, of Grieks-Kretenzische passages waarneemt.

Dat lijkt me precies de bedoeling van de band geweest te zijn: een element als “water” is nogal levensbelangrijk voor elk van ons, maar, al naargelang de plaats waar we ons bevinden, of het seizoen dat we beleven, kan de nood aan water andere gedaantes aannemen. Om één en ander nog duidelijker te maken, heeft het trio ook een film gemaakt, die u via de hiernaast weergegeven link kunt bekijken. Dit totaalpakket is bijzonder indrukwekkend, vind ik en ik kan alleen maar herhalen wat ik vorig jaar al schreef: ik denk dat een concert van deze gasten een ware belevenis moet zijn en ik zou ze dan ook héél graag eens in onze contreien zien opduiken. Zwitserland, Italië en Duitsland kregen die gelegenheid al, maar welke programmator haalt deze intrigerende club eens naar de Lage Landen?

(Dani Heyvaert)

 

 


Artiest info
Website  
 

label : tak:til
distr.: Xango

video