ERIC INEKE- LET THERE BE LIFE, LOVE AND LAUGHTER (Eric Ineke meets the tenor players)C

Deze cd is voor mij min of meer een feest van herkenning, ik heb Eric Ineke heel vaak mogen zien en horen, meestal met Koos Serierse en Rein de Graaff, maar ook in andere constellaties. En ik herinner me ook de optredens van Dexter Gordon waarin hij meestal werd begeleid door het trio van Rein de Graaff met Eric Ineke op het slagwerk. Een belangrijke rol bij deze opnamen speelde Fred Dubiez, oprichter van Daybreak Records en vaste bezoeker van het Bohemia Jazz Café in de jaren dat ik daar werkzaam was, hij organiseerde daar ook jazzquizzen middels geluidsfragmenten. Het is heel goed dat deze opnames bijeen zijn gesprokkeld en op deze cd het licht zien. Het is tevens een terecht eerbetoon aan Eric Ineke, één van de topdrummers in de Nederlandse jazz, hij behoort tot het rijtje coryfeeën als John Engels, Martin van Duynhoven, Pierre Courbois en Han Bennink. Het zijn allemaal live-opnamen, de oudste dateren uit 1968 in club B 14 in Rotterdam en het laatste concert is uit 2014 in De Singer in Rijkevorsel. Letterlijk en figuurlijk is de spil waarom het draait het drumstel met daarachter Eric Ineke (1947), achter de piano vinden we behalve de eerder genoemde Rein de Graaff, ook nog Rob Agerbeek, Rob van Bavel en Rob Madna, de bas wordt gehanteerd door Koos Serierse, Henk Haverhoek, Marius Beets, Ruud Jacobs en Rob Langereis.

De solisten zijn, de titel geeft het al aan, allen tenoristen en niet de geringste, op wellicht een enkele uitzondering na, betreft het hier het crème de la crème van de tenorplayers uit de VS; de uitzondering betreft Grant Stewart (1971) en dat geldt niet voor zijn kwaliteit, maar hij komt uit Canada. Hij is een echte “sleeper” oftewel bekend bij de insiders en niet bij het grote publiek en ik moet bekennen dat ik in dit geval bij de laatste groep behoor. Dat is bij deze dan gelijk rechtgezet, zijn vertolking van de standard “Bye Bye Blackbird” sluit naadloos aan bij zijn beroemdere collegae met zijn brede, diepe toon. De cd begint met een heftige, zwoele uitvoering van hét tenornummer aller tijden “Body and Soul” door niemand minder dan Eddie “Lockjaw” Davis (1922-1986), één van de grootste onder de “wailers”, ik heb menig plaatje van hem in de kast, dus genieten geblazen. De begeleiding van de Nederlanders is zoals overal op het album niet alleen professioneel, maar ook stuwend en swingend. Het tweede nummer is het bekende “Stablemates”van Benny Golson en het krijgt een onovertroffen uitvoering van één van mijn grote helden Dexter Gordon (1923-1990) met wie ik menig glaasje heb gedronken. Ongelofelijke man, een reus, in alle opzichten, dit nummer stond al eerder op de lp “All Souls,Dexterity”, dit is long tall Dexter op zijn best met die schijnbaar moeiteloze swing, Ineke is hier ook helemaal in zijn element met zijn rake klappen. Next in line is recordhouder noten blazen, Johnny Griffin (1928-2008)met een wervelende versie van “Wee” van Denzil Best, Rein de Graaff maait hem bijkans het gras voor de voeten weg met een spetterende 78t. solo. Dat laat Griffin niet gebeuren met als gevolg dat alles loos gaat in de hoogste versnelling met een fraaie afkondiging van deze “little giant “.Uit 2014 stamt de opname van het Kurt Weill - en titelnummer “Let there be life, Love and Laughter”. Hier geen piano, maar wel twee tenoren: David Liebman (1946) en John Ruocco (1952), Liebman is de bekendere, Ruocco is voor mij een onbeschreven blad, maar ze hebben een mooi complementair geluid, volop genieten mede door het enorme tempo dat Ineke aanzwengelt. “Prayer to the people” wordt gespeeld door de componist van het nummer Clifford Jordan (1931-1993), Koos Serierse zet in met enkele fraaie basakkoorden, waarna Clifford zijn preek aanvangt, wat een geluid, het is jammer dat zoveel van deze grootheden ons zijn ontvallen, maar gelukkig is hun muzikale erfenis er nog, zoals op deze cd. Misschien wat minder bekend maar iemand met een enorme statuur in de jazzhistorie en onmiddellijk herkenbaar met zijn typerende geluid is Lucky Thompson. Afgesloten wordt er met het bekende “Walkin” van Richard Carpenter, alweer een saxofonist met het grote geluid, George Coleman(1935), ooit begonnen bij B.B.King en bekend geworden met zijn werk bij Miles Davis en Herbie Hancock. Nog een hoogtepunt op dit album, George growlt en scheurt dat het een lieve lust is, alleen jammer dat het swingende pianospel van Rob Agerbeek wat verdrinkt in de geluidsmix, de solo van Ineke is duidelijk genoeg. Een heerlijk einde van een prima cd die eigenlijk schreeuwt om een vervolg vermits er nog meer van soort gelijk materiaal voorhanden is.

Jan van Leersum.

 

 

Artiest info
Website  
 

Label : Daybreak/ Challenge Rec.