JOHN MCCUTCHEON - TROLLING FOR DREAMS

Je hebt muzikanten en je hebt muzikanten die een instituut op zichzelf geworden zijn. John McCutcheon is zo’n instituut: hij is niet alleen een excellente multi-instrumentalist, hij is daarnaast ook een briljante songschrijver, een politieke activist, een man die zijn vak aanleert aan jongeren en vooral…hij is een erg goeie zanger en een uitmuntende verhalenverteller. Op zijn 64ste verblijdt hij ons alweer met een nieuwe CD, zijn 38ste plaat al en alweer is het nergens minder dan een uitstekende plaat geworden.

Ik denk dat dat alles te maken heeft met het feit dat McCutcheon een traditionalist is, die zijn vak, de “klassieke” folksong tot in de kleinste details onder de knie heeft. Naar ik kon terugvinden, pende hij zijn eerste bekroonde song, toen hij nauwelijks vijftien was. Vandaag zijn we dus vijftig jaar en talloze nominaties en Awards verder en horen we een man, die je duidelijk niks meer kunt wijsmaken: hij heeft alles in het vak al meermaals gezien en beleefd en hij weet uit haast elke situatie een song te puren. Dat zijn de echte groten, zij die, bij wijze van voorbeeld, onderweg op toernee, overvallen worden door heimwee en die, in plaats van het op een zuipen te zetten, aan hun schrijftafel gaan zitten en er weer van opstaan met een song in handen, zoals “Longing” dat deze plaat afsluit. De opener is niet minder straf: een oude man, een restaurantje waar hij dagelijks zijn koffie drinkt, een blad papier dat op de deur geplakt is, met daarop de tekst “Gone”, als symbool voor Het Leven, dat geeft en neemt. Uiteindelijk verdwijnt alles…de Iers georchestreerde melodie, de stem van John en een tekst als deze….je kunt bezwaarlijk een sterkere binnenkomer horen op een plaat.

Ik ga hier niet alle veertien nummers overlopen (de plaat duurt overigens langer dan een uur), maar ik kan u verzekeren dat u niet één minder nummer zult tegenkomen. En natuurlijk: er staat een band achter John, die weet wat er moet gebeuren om nummers heerlijk in te kleuren. Er is Jon Carroll op toetsen, JT Brown op bas, Pete Kennedy op gitaar en Robert Jospé op drums. Dat kan op zich al tellen, maar daarnaast zijn er nog gastbijdragen van schoon volk als Stuart Duncan op fiddle en mandoline en Tim O’Brien, die, net als Sam Gleaves een stemmetje aanlevert. Mij dunkt dat je daarmee inderdaad kan buitenkomen, maar toch: als het songmateriaal niet deugt, kan ook zo’n supergroep er niet het meesterwerk van maken, dat deze plaat zonder twijfel is.

Ik heb (lang) niet alles van John in huis, maar ik kan wel met redelijk gerust geweten zeggen dat deze groep songs van het allersterkste zijn, dat John ooit op plaat heeft uitgebracht. De allerbeste twee -naar mijn smaak- zijn “Between Good and Gone”, een minikroniek van een tripje dat John maakte met zijn vader, toen die aan Alzheimer leed, maar tegelijk nog dingen kon ervaren en beleven…voor mensen, die met de problematiek bekend zijn, is dat kippenvel per strekkende meter. Dat geldt ook voor “This Ain’t Me”, dat John schreef tijdens een ziekteperiode begin 2016. Huiveringwekkend mooi is het, te horen hoe iemand, die zeer duidelijk zijn eigen eindigheid onder ogen ziet -het K.-woord viel-, tot berusting kan komen en zich kan verzoenen met hoe het Leven verloopt.

De meeste songs mogen dan in het meer rustige segment te situeren zijn, John laat tegelijk ook horen dat hij nog best wat kan rocken, zoals hij demonstreert met “Three Chords & The Truth” en “New Man Now” en dat alles samen maakt van deze doorleefde en gevarieerde plaat een juweeltje, dat thuishoort in de rekken van elkeen, die de kunst van het songschrijven hoog heeft zitten. U hoeft mij niet te geloven. Maar u moet wel even gaan luisteren. Ik ben gerust in de afloop…

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video