BRIGITTE DEMEYER & WILL KIMBROUGH - MOCKINGBIRD SOUL

Dit zou een makkie moeten worden: twee van de meest geliefde songwriters uit Americana-land, die, nadat ze al heel lang samen concerten gaven, eindelijk ook de studio induiken en er met een duoplaat weer uitkomen…dat is gevonden vreten voor elk beetje recensent. De beide protagonisten behoeven nauwelijks nog voorgesteld te worden, zo denk ik. Brigitte DeMeyer heeft al zes solo albums op de teller staan, ze kon rekenen op de medewerking van mensen als Buddy Miller, Brady Blade en Sam Bush, ze mocht openen voor Bob Dylan en The McCrary Sisters en hield er flinke vriendschappen aan over met mensen als Ricky en Micol Davis van Blue Mother Tupelo en vooral met Will Kimbrough, die al meermaals op haar platen meespeelde.

Die Will Kimbrough is een bijzonder veelzijdige mens: zanger, multi-instrumentalist, producer en -in mijn ogen toch- songschrijver, wiens schrijfsels opgepikt werden door onder meer Jimmy Buffett, Todd Snider en Little Feat. Hij maakte al vijf soloplaten, was lid van bands met enig succes, zoals DADDY, Will & the Bushmen en The Bis-quits en wordt in de niche, die “Americana” heet, alom geprezen en bekroond met awards.

Als twee van die artiesten samenwerken, dan ga je veel verwachten en dat is dus de standaard waartegen je als recensent deze duodebuutplaat gaat beluisteren. Dat deed ik de voorbije weken meer dan uitgebreid en jawel hoor: deze plaat stààt er: de songs zijn prima, zoals verwacht mocht worden; de zang van Brigitte, met die typische soulsnik in de stem, afgezet tegen het wat gruizige geluid van Will…het pakt je vanaf moment 1 en het laat je niet los tot na de enige cover van de plaat, “October Song” van The Incredible String Band, waarmee de plaat afsluit.

Deel overige songs werden op eentje na, allemaal door Will en Brigitte samen geschreven over de loop van ruim anderhalf jaar en ze worden hier erg sober ingespeeld: er zijn slechts de gitaren van Will, de ukelele van Brigitte en de staande bas van Chris Donohue. Heel af en toe is er ruimte voor een gastbijdrage: The Wood Brothers mogen meedoen op bas (Chris) in “Rainy Day” en vocale (Oliver) in “Carpet Bagger’s Lullaby”, dat hij samen met Brigitte schreef. Mikol Davis brengt wat tamboerijnklanken binnen en Jano Rix -ook al van The Wood Brothers- levert bijdragen aan “The Juke” en “Everything”, maar al bij al is dit hoe dan ook een “less is more”-plaat: de twee stemmen, die zo wonderlijk mooi bij elkaar passen en het vermogen van Brigitte en Will om melodieën te bedenken, die op het eerste gehoor zo kinderlijk eenvoudig klinken, dat je zou willen dat je ze zelf bedacht had. Het mooiste voorbeeld daarvan vind ik “I Can Hear Your Voice”, een heel romantische song, die zich ongevraagd maar niet ongewenst een weg naar je hersenen wurmt.

Brigitte zegt van zichzelf dat ze beïnvloed werd door Etta James en Mavis Staples en dat is eraan te horen ook, bijvoorbeeld in “Honey Bee”. Brigitte en Will delen kennelijk ook de liefde voor literatuur, wat leidt tot heel fraai verwoorde beelden, die elk beetje “i love you & i need you” ver overstijgen, zoals bijvoorbeeld in “Little Easy”, dat handelt over Mobile, Alabama, het stadje waar Will opgroeide en waar zijn moeder en zus een gegidst bezoek aan Brigitte aanboden, dat nogal wat indruk maakte.

U merkt het al: van mij hoort u alvast geen kwaad woord over deze plaat: in het land van de songschrijvers wordt dit, daar durf ik gif op innemen, één van de releases van dit nog jonge nieuwe jaar. U krijgt van ons de link cadeau, die u naar de Soundcloudpagina leidt, waar u zelf kan oordelen hoe het zit met de kwaliteit van de oren van ondergetekende. Vanaf nu is het uw eigen verantwoordelijkheid….

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
BRIGITTE DEMEYER  
 

video