JOKKE SCHREURS QUARTET - “AQUAREL”, WANNES IN JAZZ

Nooit gedacht dat ik een CD zou mogen recenseren van een artiest van bij ons, die niet eens een website blijkt te hebben en van wie de Youtubefilmpjes niet in bosjes over elkaar heen struikelen, maar we zijn dus zover. Jokke Schreurs, krijger van heel veel muzikale oorlogen, jazzmens van bijzonder hoge rang en vooral: vleesgeworden minzaamheid met het hart altijd op de juiste plaats, scoort zeer hoog in de ranglijst der favoriete muzikanten ten huize H. Weze het in triovorm, of als begeleider van Warre Borgmans, al dan niet in combinatie met Dave Reniers, of samen met Hans Mortelmans, als spil van de Sociale Jukebox, of als draaischijf van de strijdliederen van Pete Seeger of Woody Guthrie: als Jokke op de planken staat, gebeurt er iets.

Vandaag is hij er weer, met een plaat waarvan iedereen, die hem kent, al enige tijd aanvoelde dat ze er zat aan te komen: een CD waarop Jokke de muziek van Wannes Van De Velde naar eigen zeggen “ver-jazz-t” en die speelt zoals Django Reinhardt dat zou hebben kunnen doen, als hij nog onder ons geweest was. Dat betekent -onder meer en zelfs vooral- dat de aandacht op de liederen wordt toegespitst, maar dat je dus de o zo typische stem van Wannes niet meegeleverd krijgt. Dit gaat dus om Wannes-de-componist, terwijl we allemaal opgegroeid zijn met Wannes-de-Zanger.

Het project waaruit deze CD geboren werd, staat al een paar jaar in de steigers en kadert in de onvolprezen Djangofollies concertenreeks, die nu al bijna een kwarteeuw lang de erfenis van Django levend wil houden en, zo blijkt ook nu weer, niet te beroerd is om artiesten de kans ter geven zelf iets aan te vangen met die erfenis. Hulde alom, dus, want geef toe: dit is toch dubbel-op?

Nu, Jokke moet beter dan wie ook geweten hebben dat dit project geen klusje van niets zou worden en hij omringde zich dan ook met drie toppers uit de jazzwereld-van-bij-ons: er is bassist Henk de Laat, nuchtere Nederlander van geboorte en eigenaar van een curriculum waar je alleen maar verbaasd kunt naar staren: van Shirley Bassey via het Metropool Orkest tot Rita Reys en Rony Verbiest…daar kun je al mee buiten komen, zeker als je daarenboven de kunst van het schatten meer dan meester bent. Op drums is er de meesterlijke Luc Vinden Bosch, die ook al wel wat gezien heeft: Vaya Con Dios, het BRT-jazzorkest van Etienne Verschueren, Clark Terry, Philip Cathérine, Art Farmer en, niet te vergeten…Toots Thielemans: allemaal maakten ze van zijn diensten gebruik.

Youngster van de club is Sam Vloemans, wiens trompetklank zelfs bij heel jonge mensen bekend is, via z’n werk bij Buscemi en Gabriël Rios, maar die ook ander moois mee vorm gaf, zoals de Duveltjeskermis van Esméé Bos en Bart Voet en platenwerk van Dez Mona en Pieter Embrechts. Met zo’n kwartet kun je natuurlijk vanzelf het moeilijkste werk aan, maar wat aan deze CD vooral opvalt, is dat er bijzonder hard gewerkt is aan de arrangementen van nummers die in ons collectief geheugen gegrift staan. Aan nummers raken als “M’n Mansarde” of “De Dansende Begijn”, dat doe je niet zonder risico, maar ik mag u al vooraf geruststellen: de lat wordt dan wel bijzonder hoog gelegd, maar het Quartet slaagt er keer op keer in ze zonder accidenten te overschrijden.

Er wordt geopend met “Den Herder met één Schaap”, dat al meteen swingt al de beesten: trompet, gitaar, drums en bas kronkelen wellustig om elkaar heen en, zoals het hoort, krijgt elk instrument een solootje, zodat de toon gezet is. “Mijn Mansarde” krijgt een lui en loom, zomers ritme aangemeten, waardoor je je die mansarde levendig kunt voorstellen: het is mooi weer, de temperatuur onder de pannen loopt op tot boven de dertig graden en je hoort de afwezige ik-persoon mijmeren over de Dingen des Levens. Knap ! Dan volgt “Café Breughel”, waarin flamencotonen en een boleroritme gecombineerd worden met een Djangofrasering en je bijgevolg een heel andere song krijgt dan je gewend bent van Wannes te horen.

“Arabia” krijgt een pachuco percussie mee, waartegen de gitaar van Jokke op de wijze van Larry Carlton loos mag gaan: dit had van Manuel Galban kunnen zijn en het is bijzonder mooi. Nadien krijgt de trompet weer de gelegenheid tot schitteren in “De Dansende Begijn”: de borsteltjes van Vanden Bosch leggen knappe patronen neer en afwisselend doen de trompet, de bas en de gitaar daar hun voordeel mee. Nadien is het tijd voor wellicht de meest verrassende bewerking: “Jef heeft me ’n Sjiek gerefuseerd” begint met allerlei vreemde geluidjes, waarvan je zou durven denken dat ze uit een doosje komen, maar daarmee zou je de percussiekunstenaar Vanden Bosch onrecht aandoen. In minder dan twee minuten wordt hier een bossa-schilderijtje gemaakt, dat even verrassend eindigt als het begint. Van schilderijen gesproken: de CD-hoes wordt gesierd door een afbeelding van een schilderij van Wannes zelf -vandaar de “Aquarel” in de titel.

Voorlaatste nummer is een haast klassiek aangeklede “De Zwarte Rivier”, waarin Sam Vloemans heel veel speelruimte krijgt en die ook weet te benutten, net zoals Henk de Laat even de hoofdrol mag spelen en dat met verve doet. Afsluiter van dienst is, hoe kan het ook anders?- “Ik Wil Deze Nacht In de Straten Verdwalen”, dat prachtnummer uit ‘Home Sweet Home” van Benoit Lamy, waarin de meesterhand van wijlen Walter Heynen, ook na de bewerking van Jokke, met fraai scatstukje van Henk de Laat, duidelijk aanwezig blijft. Dit is een zeven minuten lang orgelpunt van een plaat die mij ontzettend blij maakt: niet alleen is de “vertaling” van het werk van Wannes naar dat van Django geslaagd, deze plaat heeft nog meer grote verdiensten. Met name dat Wannes én Django vermoedelijk opnieuw wat meer aandacht zullen krijgen, maar zeker ook dat het Quartet er meteen een plaats mee verovert, die uitzicht biedt op Internationale Aandacht. Geen idee of de heren dat nastreven, maar ik had begrepen dat ze het oeuvre van Wannes-de-componist onder de aandacht wilden brengen. Nou, dat kon bezwaarlijk beter dan met dit plaatje. Eenenveertig minuten heerlijke muziek die, zelf ondervonden bij sommige huisgenoten, ook de muziekliefhebbers aanspreekt, die niet meteen jazzcats zijn. Ik heb nogal wat mensen in mijn omgeving, die de komende tijd jarig zijn. Die gaan wat meemaken….

(Dani Heyvaert).
PS: toch één vraagje: ik begrijp dat “Kerstmis is die dag dat ze niet schieten” niet op deze plaat staat, maar ik hoorde de heren hun interpretatie daarvan spelen op de openingsavond van Djangofollies en ik vind dat die versie schreeuwt om uitgebracht te worden op CD. Iemand?

 


Artiest info
Website  
 

label: Wild Boar Music

video