ANDY HALL & ROOSEVELT COLLIER - LET THE STEEL PLAY

Wat we hier gepresenteerd krijgen !! Andy Hall, de blanke virtuoos op National, Weissenborn en Resonator, is één van de dragende leden van The Infamous Stringdusters, maar net zo goed wordt hij ingehuurd om platen van anderen op ter smullen, of nemen mensen als Earl Scruggs, Ryan Adams of Dolly Parton hem mee op tournee. Roosevelt Collier, van the Lee Boys of The Lee Brothers Band, heeft zijn muzikale biotoop in de Sacred Steel-gemeenschap en is een meester op lap- en op pedaal steelgitaar. De leerschool in de kerkgemeenschappen van zijn opa en ooms bracht hem uiteindelijk ook op podia aan de zijde van bv. BB King, The Allman Brothers en Del McCoury.

Geen kleine referenties voorwaarden, toen de beide heren elkaar ontmoetten tijdens de Jam Cruise van 2012 lag het eigenlijk nogal voor de hand dat daar iets moois zou beginnen te bloeien. In de jaren die volgden, raakten de twee echt bevriend en was elke ontmoeting goed voor heus samenspel en nu, na vijf jaar, is er dus die eerste duo-CD, waarop de heren tien nummers brengen, netjes verdeeld in nieuw en traditioneel. Ik beperk mij hier tot de gekende nummers, maar ik wil alvast zeggen dat die zeker niet uit de toon vallen tussen het traditionele werk.

De traditional mogen de dans openen: “This Little Light of Mine” mag dan al ongeveer een miljoen versies en vertolkingen kennen -het is een klassieker in zowel bluegrass-middens als bij de Sacred Steel-gemeenschap, het is en blijft een gigantisch mooi nummer en een gedroomd uithangbord: zowel Andy als Roosevelt mogen al meteen hun kunnen tonen en doen dat met heel veel verve: hier zijn twee virtuozen aan het werk, die niet alleen elk hun ding doen maar ook echt samenspelen. Dit doet me keer op keer denken aan de tandem Cooder/Lindley en in mijn paardenstelsel kun je bezwaarlijk hoger ingeschaald worden.

Ook in de andere traditionals vinden de twee elkaar moeiteloos: “Maiden’s Prayer”, een negentiende-eeuwse Poolse klassieke compositie, die door Bob Wills naar de country en de bluegrass getransponeerd werd, krijgt een fijne bewerking, waarbij nu eens Andy en dan weer de frontlijn inneemt, terwijl de ander begeleidt: heel mooi. Ook “Rueben’s Train”, nog zo’n veel gecoverde song, krijgt een fijne, originele invalshoek, met een bijna funky begeleiding, waar een in jazz gedrenkte melodielijn over gelegd wordt. “Power in the Blood”, een hymne uit het einde van de negentiende eeuw, is hier absoluut op haar plaats en wat meer is, de swingende, bluesy inkleding geeft het lied een heel nieuw uitzicht.

Bijna een traditional is “Crazy Fingers” van The Grateful Deze, een song die z’n titel allerminst gestolen heeft en die aan beide muzikanten volop de gelegenheid geeft om hun kunnen te tonen in akkoordenreeksen die niet echt voor de hand liggen. Voor afsluiter “Colfax Boogie” kwam Anders Beck, de dobroman van Greensky Bluegrass een handje meehelpen en hij werkt op die manier mee aan het fraaie orgelpunt van een plaat die niet alleen heel aangenaam te beluisteren is -wat allerminst evident is voor een volledig instrumentaal werkstuk- maar die vooral aantoont hoezeer twee genres kunnen samengaan, als ze maar door de juiste mensen gespeeld worden. Ik ben er behoorlijk ondersteboven van, zoveel is zeker!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

CD Baby

video