DAVID KIKOSKI - KAYEMODE

David Kikosky (Canada, 1961) leerde pianospelen van zijn vader met wie hij in zijn tienerjaren ook optrad in bars en andere lokaliteiten. Begin jaren ’80 studeerde hij aan het Berklee College en in 1985 verhuisde hij naar New York. Zijn bijzondere talent bleef niet onontdekt, Roy Haynes hoorde hem spelen en nam hem op in zijn band, Randy Brecker, Bob Berg en Billy Hart waren zijn volgende werkgevers. Hij maakte opnamen met allerlei jazz grootheden en scoorde een Grammy Award met het album “Live at the Jazz Standard”(2011) van de Mingus Big Band, waarvan hij deel uit maakte. Als leider maakte hij inmiddels 18 albums, 10 daarvan voor het Criss Cross label. Evenals op zijn vorige cd voor Criss Cross gaat het hier om trio opnamen, maar wel met nieuwe namen, veel gevraagd bassist Joe Martin en “wonderboy” Justin Faulkner op drums. Deze laatste ontdekte Kikoski toen hij moest invallen voor Joey Calderazzo in Branford Marsalis’ band waarin Faulkner inmiddels de drummer was en is.

Het album bevat 4 composities van Kikoski en 5 covers van meer of minder bekende nummers. Openingsnummer is “Au Privave” bekend van Charlie Parker, in zijn lange solo bewijst Kikoski dat hij beschikt over een formidabele techniek waarmee hij het nummer verre laat uitstijgen boven het bluesthema. In zijn hart is hij nog steeds een bebop pianist, hij luistert nog steeds graag naar Parker en Bud Powell, maar bij de vertolking van typische bop nummers houdt hij zich aan de melodie, waarna er de volledige vrijheid is van improviseren. Faulkner laat hier duidelijk horen dat hij nogal beïnvloed is door het spel van Jeff “Tain” Watts, maar dat geldt voor de meeste hedendaagse drummers. Een andere bekende standard die hier wordt vertolkt is de romantische ballad “Smoke gets in your eyes” van Jerome Kern, David blijft hier dicht bij melodie en thema maar hij weet er toch zijn eigen draai aan te geven. “Mirror Mirror” van Chick Corea is een nummer dat Kikoski al speelde met Roy Haynes en het staat nog steeds op zijn playlist. In “H & H” van Pat Metheney soleren de drie muzikanten collectief rond het muzikale thema. De laatste cover betreft “Trinkle Tinkle” van Thelonius Monk, Alex begint het nummer met klassieke stride piano, waarna de typerende Monkiaanse blues wordt ingezet. Ook in “Binge Watching”, een compositie van Kikoski, duiken de sporen van Monk hier en daar op.

“Morning Glory” is een wals geïnspireerd door zijn vriendin Keiko en haar “groene” handen in de tuin, het geeft een inkijkje in de meer lyrische kant van Kikoski. In “Switching Hands” wordt verwezen naar de techniek om de linker- en rechterhand te verwisselen tijdens het piano spelen, een techniek die Kikoski leerde door het spelen van stukken van Chopin en die hij ook wilde gebruiken bij zijn eigen composities omdat er door een andere aanslag ook een andere dynamiek en geluid ontstaat. Afsluiter is een swingende blues getiteld “Blues for Gerry” , opgedragen aan Gerry Teekens, oprichter en eigenaar van het Criss Cross label. Kikoski en Teekens zijn al jarenlang vrienden, Gerry houdt van swingende muziek en blues, daarom deze prima finale. Al met al, een heerlijke cd met een uitgekiend trio, ze spelen hier voor het eerst samen, het zijn eerste of tweede takes die de cd hebben gehaald, een beter bewijs dat het hier gaat om topmusici geeft het niet, kom daar maar eens om bij de hedendaagse popmuzikanten.

Jan van Leersum.

Artiest info
Website  
 

Label : Criss Cross Jazz
Distr. : New Arts Int.