JONES, BERRYMAN & JONES - COME WHAT MAY

Achtenzeventig is hij nu, Wizz Jones, één van de echte groten uit de britse Folk. Zijn carrière omspant intussen ruim zes decennia, hij maakte ruim twintig platen onder eigen naam en is sinds een paar jaar helemaal terug, nadat het tien, twaalf jaar heel stil was rond hem. Vorig jaar nog verblijdde hij ons het een heerlijke duoplaat met (intussen wijlen) John Renbourn, “Joint Control”, dat later het laatste wapenfeit van Renbourn zou blijken geweest te zijn.

Voor deze heel nieuwe plaat, deed Wizz een beroep op zijn oude gabber Pete Berryman, met wie hij al in de late jaren ’60 van vorige eeuw begon samen te werken en die algemeen beschouwd wordt als één der best bewaarde geheimen van de Britse gitaarmuziek. Tweede partner-in-crime is Wizz’ zoon Simeon, die meer dan gewoon uit de voeten kan op sax, harmonica en fluit. Samen werken de drie heren-van-stand zich, op een heel relaxte manier door een elftal songs en drie bonussen. Om met die laatste drie te beginnen: ze sluiten de plaat af en zijn van de hand van Peter Green -het nog altijd hemels mooie “Albatros”-, van de zwaar ondergewaardeerde Jez Lowe (“The New Moon’s Arms) en van Dave Sudbury (“The King of Rome”, dat we leerden kennen via June Tabor.

De elf songs die de ‘echte’ plaat uitmaken, worden min of meer gelijk onder Wizz en Pete verdeeld: vier voor Jones, drie voor Berryman. Sommige zijn nieuw voor mij, andere kende ik al wel, maar de versies, die hier gespeeld en gezongen worden zijn o zo knap: geen van de drie heren zal ooit tot de categorie der “grote zangers” gerekend worden, maar het plezier sta zo uit de speakers: niks hoeft, want alles wat bewezen moest worden, is allang bewezen. Net zoals de plaat, die Jones vorig jaar met John Renbourn maakte, is ook deze een staaltje van zeer waardig ouder worden: beide gitaristen kunnen werkelijk alles op hun instrument en de jonge Jones is een meer dan voortreffelijke blazer.

Dat zijn voldoende elementen om een heel fijne plaat mee te brouwen, temeer daar ook covers van “See How The Time is Flying” van Alan Turnbridge en “The Ballad of the Sad Young Man”, dat we kennen van Davy Graham, voorhanden zijn. Leukste track -voor mij althans- is de take van “Moonshine” van wijlen Bert Jansch. Het was Jansch, die ooit zoon Simeon Jones z’n eerste houten fluit cadeau deed. Vandaag speelt diens zoon, Alfie, de kleinzoon van Wizz dus, gitaar op de nieuwe versie van dat Jansch-nummer. Zo wordt een cirkel gerond en wordt meteen ook aangetoond dat de opvolging verzekerd is. Knappe plaat voor liefhebbers van grote akoestische muziek met folkinslag.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Riverboat
distr.: Music and Words

video