CABOCUBAJAZZ - CORASON AFRICANO

Kijk, dit is nu weer zo’n situatie, waarin een etiketje als “wereldmuziek” absoluut ontoereikend is…De bandnaam van dit vanuit Nederland opererende gezelschap zegt eigenlijk veel meer waar het om draait deze mensen en hun muziek situeren zich in het gebied dat afgebakend wordt door Kaapverdië en Cuba enerzijds en de jazz anderzijds.

Toen zo’n jaar of vijf geleden “Rikeza y Valor” uitkwam, trok dit achttal al meteen heel veel aandacht en dat zal er nu vermoedelijk niet op achteruit gaan. Waar vijf jaar geleden het aanbod inzake op jazz geschoeide wereldmuziek-met-Cubaanse-wortels iets te veel overwoekerd werd door iets te weinig getalenteerde groepjes die nog snelsnel wat kruimels van de Buena Vista-rage wilden meepikken, zijn die er vandaag zowat allemaal uitgefilterd en blijven alleen de echt goeie bands over en daar behoort CaboCubaJazz zeker toe. Drijvend duo achter de groep zijn percussionist Nils Fischer en toetsenist Carlos Matos en vooral in verband met Fischer wil ik iets benadrukken, dat je niet gauw uit mijn mond zult horen. Als ik zeg dat hij een “meester”-percussionist is, dan bedoel ik echt dat hij als weinig anderen de meest ingewikkelde ritmes aan elkaar weet te breien: ik kan me geen stijl voorstellen die hij niet waarlijk beheerst.

Matos is dan weer meer de maker van de fijnste arrangementen en het feit dat deze band (minstens) twee meesters in de rangen telt, heeft tot gevolg dat een brede waaier van muziekjes ingezongen en -gespeeld kan worden. Die kan reiken van Kaapverdië over Cuba en Senegal, geheel in het spoor van de weg die de muziek zelf gevolgd heeft: vanuit Afrika naar de eilanden via de slaven.

Onderweg worden wat meer “hedendaagse” dingen aan boord gehesen, zoals bijvoorbeeld op de ballad “Seis One na Tarrafal”, waarin de soul de hoofdtoon voert, net als bij “Djarfogo”, en de piano omfloerste dingen doet. Titelsong “Corason Africano”, waarop de grote Gé Mendes de zangpartij en de gitaar voor zijn rekening neemt, is heel Afrikaans van opzet, maar wordt geïnjecteerd met Cubaanse blazers, terwijl “Bran Bran d’imigraçon” naast bijzonder dansbaar ook openlijk Latino is.

Er komen wel eens vaker bands tevoorschijn, die verschillende genres proberen te versmelten, maar heel vaak vallen ze door de mand, omdat ze het ene veel minder goed beheersen dan het andere. Dat zal hier niet zo snel gebeuren, want dit gezelschap weet verdomd goed waar het mee bezig is. Ik moet overigens ook nog zangeres Dina Medina vermelden, die op het leeuwendeel van de nummers de zanglijnen in de juiste richting houdt.

Enfin, u merkt het al: veel negatiefs valt er van hieruit niet over deze plaat te verwachten en waar ik heel vaak dubbele gevoelens heb bij CD’s uit deze muziekrichting(en), in die zin dat ik veel bands liever live aan het werk zie dan dat ik ze op plaat bezig hoor, overvalt deze twijfel mij deze keer allerminst: ik kan prima van deze CD genieten, vanwege de uitermate goed bewaakte balans tussen eenvoud en complexiteit, tussen virtuositeit en stoerdoenerij, tussen dansbaarheid en muzikale puurheid. Wat dan weer niet belet dat ik absoluut ook live wil gaan kijken als ze in de buurt zouden passeren!

(Dani Heyvaert)

 

 

 

Artiest info
Website  
 

CD Baby

label : Timbazo Productions
distr. : Xango

video