DREW HOLCOMB & THE NEIGHBORS - SOUVENIR

Dit is voor mij een beetje een gevaarlijke onderneming: ik ben namelijk een fàn van Drew Holcomb en dan het je algauw de neiging anders te gaan luisteren dan je dat zou doen bij iemand die je totaal niet kent. Nu, in die wetenschap heb ik deze CD -de zesde studioplaat van de band- een reeks extra draaibeurten gegeven, in totaal ruim twintig op het moment dat ik dit uittik en niet één ervan heeft me ook maar één seconde gespeten.

De plaat trapt namelijk af met een song, waar menig songwriter enkele vingers veil zou voor hebben: “The Morning Song” is meteen erg duidelijk. “I want to make love after midnicht and fall asleep in your arms. I want to ride the wave until the ocean stops”. Dat, lezer, gaat over iemand graag zien en daar erg blij en geil van worden. Dat lijkt mij een beetje een nieuw gezicht van Drew en de band te zijn: rechttoe, rechtaan en toch op poëtische wijze zeggen wat je te zeggen hebt. Bij zo’n aanpak gaat een mens toch als vanzelf aan The Boss denken?

Nochtans zweeft de stem van Drew veeleer naar die van Ryan Adams of vooral David Gray in de meer uptempo of rockende nummers, terwijl ze bij de meer folkgetinte nummers naar die van John Prine neigt, zij het zonder diens gruis. Wat nog “anders” is aan de nieuwe CD, is dat Holcomb deze keer niet alles zelf schreef en dat hij over de grenzen van verschillende genres heen en weer wipt.

Vaste kompanen Rich Brinsfield en Nathan Dugger leveren elk een eigen song aan: Dugger zorgde voor “The Yellow Rose of Santa Fé”, waarvan je zou zweren dat hij het schreef met de jonge Willie Nelson in het achterhoofd, terwijl Brinsfield “Sometimes” schreef, een op piano gestoelde bijna-popsong die heel zwaar naar de seventies refereert. Voor flink wat andere songs worden beide heren apart of samen, als co-auteur vermeld, wat me eigenlijk laat concluderen dat dit de eerste echte bandplaat is, al blijft Drew natuurlijk wel de touwtjes stevig in handen houden, al was het maar omdat hij verreweg de meeste zangpartijen voor zijn rekening neemt.

De hele plaat is een aaneenrijging van topmomenten, zodat ik er slechts een paar uit zal vermelden. “Mama’s Sunshine, Daddy’s Rain” is er daar, voor mijn oren, zeker eentje van. Zo’n fraai liefdesliedje van een vader voor zijn kind, dat hoor je maar zelden en als dat dan nog in pure Prine-stijl gezongen wordt, dan is deze jongen verkocht. Eén kanttekening toch: Drew heeft het steevast over “Sweet champagne”. Hij beseft vermoedelijk niet dat zoiets eigenlijk niet te zuipen valt, maar passons…

Ook wederhelft Ellie is wederom van de partij en zij zorgt dan weer voor de zong in het erg mooie “Black and Blue” dat uitmondt in een krachtig en tegelijk romantisch duet, dat ik graag eens onder handen genomen zou zien worden door Ray LaMontagne. Ik kan vanzelfsprekend niet voorbij aan afsluiter “Wild World”, een song waarin Drew, in aanloop naar de jongste presidentsverkiezingen, beschrijft wat hij om zich heen zag gebeuren nog voor Trump uiteindelijk verkozen bleek te zijn: hij stelde vast dat er blijkbaar geen echt gesprek meer mogelijk was tussen mensen van verschillende gezindten, dat de rauwheid en ruwheid het debat alsmaar meer begonnen te beheersen, terwijl al bij al “love is all werven got to give away”.

Dat soort observerend vermogen vind je alleen bij de allergrootsten terug, denk ik en de slotsom is dan ook dat Drew & The Neighbors nog maar eens een flinke stap vooruit zetten met deze nieuwe plaat. Hun plaats is nu helemaal vooraan in het peloton ! Natuurlijk hoeft u mij niet te geloven: u moet gewoon zelf gaan luisteren en dan zal u me helemaal begrijpen. Geweldige plaat. Alweer…

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

label: Magnolia Music

video