CARRIE ELKIN - THE PENNY COLLECTOR

Op deze pagina’s zongen we al eerder de lof van deze vanuit Austin opererende zangeres en liedjesschrijfster rond wie het de voorbije jaren een tikkeltje te stil was naar onze smaak, al zagen we haar nog in duo met Danny Schmidt. Nu de nieuwe plaat er is, begrijpen we waarom: de periode vanaf 2014 was nogal ingrijpend in het leven van Carrie: aan de ene kant overleed haar vader aan kanker en besliste zij om al haar muzikale activiteiten tijdelijk stop te zetten om die vader te verzorgen tijdens zijn laatste levensmaanden. Anderzijds kregen zij en Danny ook een dochtertje en zodra je dat weet, dan begrijp je allicht dat, voor een singer songwriter van het type Carrie Elkin dergelijke gebeurtenissen dermate ingrijpend zijn, dat daar wel nieuwe liedjes moeten van komen.

“The Penny Collector” is gewoon papa Elkin zelf die, zo leert ons het bij de CD horende promoblaadje, zijn leven lang elk muntje waar hij de hand op kon leggen, verzameld bleek te hebben. Dat leerde Carrie zelf ook pas, toen ze, na ’s mans overlijden, zijn huis en vooral de kelder ervan opruimde: 600.000 stuks, netjes in rolletjes verpakt en bewaard. De man hield van de kleine dingen, blijkbaar.

Wat de plaat zelf betreft: dit is ondermeer de allermooiste, die we al van Carrie hoorden. Haar zesde, als we de tel goed bijgehouden hebben en de prachtstem van Carrie staat centraal, naast de tere, frêle liedjes, waarin “Het Leven” bijeenkomt in twee gebeurtenissen die voor haar zowat samenvielen: afscheid moeten nemen van de man die je je naam gaf en haast tegelijk zelf het leven schenken aan een kind…het doet wat met een mens en dat brengt Carrie bijzonder mooi onder woorden.

De sfeer wordt gezet met het heerlijk weidse “New Mexico”, waarin gastgitarist Will Kimbrough zijn gitaar laat huilen en janken en op die manier een intieme toon verzint die, doordat de mix heel luid gemaakt wordt, meteen voor een klap op je hoofd zorgt, ook al doordat Carrie’s stem, waar het al bij al de hele plaat lang om draait, alle aandacht naar zich toebuigt. Op deze plaat kun je feilloos horen wat voor sterke zangeres Carrie is. In de meer broze nummers kun je dat eigenlijk nog een beetje verwachten, maar als het ritme en het arrangement een beetje opgeschroefd worden, zoals bv. in “Live Wire” ga je ongetwijfeld aan bv. Patti Smith denken, terwijl je bij “Albatross” eerder bij een Patty Griffin blijft hangen.

Elf songs staan er op de plaat, die in haar geheel afklokt op 48 minuten, die je nergens ook maar één seconde te lang lijken. Tien songs zijn van de hand van Carrie zelf en voor de cover ging ze leentjebuur spelen bij Paul Simon. Zijn “American Tune” krijgt een uiterst fijne lezing, slechts één gitaartje in de begeleiding en dus volop ruimte om die heerlijke stem van Carrie volop tot haar recht te laten komen. In afsluiter “Lamp of the Body” zit overigens een heel uitgebreid citaat van het al even prachtigen “This Little Light of Mine”.

Als begeleiders vinden we, naast de al vermelde Will Kimbrough, ook echtgenoot Danny Schmidt, de lichtjes geniale Neilson Hubbard, die we leerden kennen via zijn werk met de ook al presente Ryan Culwell. Ook de geweldige Robby Hecht zingt mee, net als Telisha Williams van The Wild Ponies en de hier in huis zeer geliefde Eamon McLoughlin van The Asylum Street Spankers.

Met zo’n muzikanten, zulke songs, zo’n stem kàn je gewoon niet anders dan een bijzonder straffe plaat maken en dat is exact wat Carrie Elkin nog maar eens gedaan heeft, al steekt deze, zoals ik al zei, voor mij boven al haar andere werk uit. Ge-wel-di-ge plaat!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

CD Baby

video