SUPERSKA - POW-WOW

 

Ik zal het maar meteen toegeven: ik ken de hedendaagse scene in Brussel slechts zeer gedeeltelijk -de leeftijd, weet u wel- en dus kwam deze dubbel-CD van Superska als een volslagen verrassing voor mij. Het blijkt de tweede plaat te zijn van een negenkoppig gezelschap uit de Brusselse en Luikse regio’s, dat zich gespecialiseerd heeft in feestmuziek, die uit allerlei vaatjes tapt, maar het meeste met Ska vandoen heeft en dus al met al een passende naam uitgezocht heeft.

Vijf blazers, één toetsenist, één bassist, één gitarist en een -overigens heel opvallende- drummer…kennelijk heb je niet meer nodig om twee platen te vullen met opwindende muziekjes die trouwens allemaal dor de band zelf geschreven blijken. Waarom de plaat in twee schijfjes opgedeeld is, begreep ik eerst niet zo goed -ik zou wat vaker de boekjes erbij moeten nemen-, tot ik las dat de set, die de raarste schijf vult, mee ingekleurd werd door gastgitarist Jacques Pirotton, een mens met een erelijst van hier-tot-in-Tokio, die de voorbije dertig jaar in Franstalig België bij zowat alles betrokken was, dat de moeite van het beluisteren loonde en niet door Philip Cathérine ingespeeld werd. Pirotton is een ronduit briljante gitarist, die de nummers van SuperSka naar andere regionen voert, dan die welke ze gewoonlijk bestrijken.

Laat ik me vooral bij de muziek houden: die laat zich namelijk bijzonder vlot beluisteren en ik had op geen enkel moment het gevoel dat de dingen teveel op mekaar begonnen te lijken, nee: meermaals heb ik de beide CD’s naéén afgespeeld en dat beviel me best en ik denk dat dat heel veel te maken heeft met de “live in studio”-aanpak, waarbij een valse start niet weggetikt is, maar gewoon deel uitmaakt van de performance.

Schijfje 1 kreeg de ondertitel “A Peaceful Hand” mee en brengt je op een ronduit fantastische manier naar New Orleans met “Blue Mooch” om daarna resoluut gas terug te nemen voor de titelsong, een ultra-luie reggae, die me ideaal lijkt om bij live optredens elk van de bandleden voor te stellen. Pirotton gaat vanaf minuut 3:20 met de song aan de haal en drapeert er een heerlijke jazzlijn doorheen, “Janvier” is, net als “Super Skwing” een beetje een niemendalletje, al mag de solo van Pirotton er wel zijn, maar “Roquefort Rock” is dan weer top-Ska, terwijl “Carribean Ska” je meteen naar vakantie en stranden doet verlangen.Uiteindelijk beland je bij “In a Soft Way” en “Da Waltz”, twee trage, slome nummers, waarin de muzikanten beurtelings hun kunnen mogen etaleren en waarin ze, samen met Pirotton, het bewijs leveren dat feestmuziek niet altijd met opzwepende ritmes en heftige blazers gemaakt wordt.

De tweede CD werd “Pow-Wow” getiteld en en bevat net zo goed ska (“Simplement”, “Pow-Wow”, het ultra korte “One Dollar Song”, “URS Ska”, “McFly”) als echo’s van New Orleans big band (“Portrait of George Elvis”), wiegende reggae (“Carpe Diem”, dat zijn titel niet gestolen heeft en ”Février”), surf (“Million Dollar Song”) om uiteindelijk uit te monden in een lijzige, filmische, fantastische tandem, gevormd door “Les Trois Boucs, partII” en “Abdel Nocturne”. Nooit meegemaakt dat een band op een dubbele CD twee keer de twee belangrijkste nummers van een plaat helemaal achteraan zet, maar bij deze kerels werkt het wel en het is intussen allicht de verklaring voor het feit dat deze dubbelaar geen moment verveelt, wel integendeel. Heerlijke plaat is dit, geschikt voor feestjes, maar net zo goed voor nachtelijke autoritten of luie zaterdagochtenden !

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

distr.: Xango

video