OTTO KINTET - OTTO KINTET

Vijf jonge, bijzonder degelijk opgeleide muzikanten vormen -da’s eigenlijk logisch- dit quintet dat zijn naam dankt aan een woordspelinkje op de naam van componist en bassist Otto Kint. Bij mijn weten is deze EP hun debuut en als dit als lokkertje moet dienen voor de live-concerten, die de gasten dezer dagen in het Brusselse spelen, dan kunnen ze zich, wat mij betreft, aan héél veel volk verwachten. Waarmee ik dus gewoon wil zeggen dat dit een heel straf werkstukje is.

Zes nummers staan erop, allemaal van de hand van Otto Kint zelf en die vragen aanvankelijk best wel wat inspanning van de luisteraar, gewoon omdat deze muziekjes niet meteen beantwoorden aan dingen die je kent, aan patronen die je hérkent. Niet zelden lijkt er duchtig geïmproviseerd te worden en dat is niet altijd even makkelijk te volgen als je de muzikanten niet live bezig ziet, maar mijn eigen ervaring leerde mij dat herhaling in zo’n geval de beste leermeester is en, nu ik de EP -een dik halfuur lang- zo’n twintig keer beluisterd heb in allerlei omstandigheden, mag ik zeggen dat ik “mee” ben.

De nadruk ligt bij de meeste stukken op de sax (van Jeroen Capens), al krijgen ook de Rhodestoetsen (van Martin Salemi) de nodige speelruimte en speelt de gitaar (van Lukas Somers) zo’n beetje de rol van spelverdeler. Kint, een leerling van o.a. Bart De Nolf, zocht het quintet pas in de herfst van 2016 bijeen, voor hij aan de nummers begon te schrijven. Hij volgt de lessen compositie bij Kris Defoort en besliste, samen met de andere jongens al heel snel om de zes nummers op te nemen.

De ritmetandem, bestaande uit Kint zelf en drummer Daniel Jonkers houdt alles quasi losjes uit de pols toch stevig bijeen en dat is wel nodig, als je hoort wat de jongens allemaal kunnen: de neiging om dat eindeloos te gaan fantaseren, improviseren en experimenteren zou dan wel eens de bovenhand kunnen halen, maar dat dat niet gebeurt, ligt dus aan de ritmesectie.

Ik gaf de EP het labeltje “jazz” mee, en dat is deze muziek ook, aangezien je er bijvoorbeeld duidelijke verwijzingen naar Miles Davis in hoort, maar net zo goed zitten er erg filmische elementen en aanzetten tot soundscape in en kun je mettertijd een flardje rock en psychedelica ontwaren. Het duidelijkst blijken de aanpak en de klank van de band in het langste nummer van de plaat, “Tribes”: iedereen krijgt de ruimte die hij nodig heeft, maar het raamwerk blijft wel bepaald door de partituur. Spontaneïteit wordt aangemoedigd en repetitie is er alleen voor de meer technische passages. Naar eigen zeggen, schrijft Kint zijn stukken zo “open” mogelijk, al wordt de klank van de nummers in feite voor een groot deel mee bepaald door de bas, die overigens door Otto zelf gebouwd werd.

Wat er ook van zij, deze band belooft heel ver te geraken, precies vanwege die leuke mix van invalshoeken. Je hoeft bijvoorbeeld maar naar “Fête des Cricris” te luisteren om te weten wat ik bedoel: rock, soundscape, import en jazz vloeien daarin heerlijk in elkaar over en schrijven samen een heel eigen nieuwsoortig muziekgenre dat, ondanks een ogenschijnlijk hoge moeilijkheidsgraad, na ampele beluistering toch behoorlijk toegankelijk blijkt. Mij zal het in elk geval benieuwen, waar dit quintet de komende tijd nog mee naar buiten gaat komen: muziek als deze hoorde ik nog nergens en de stoofpot smaakt naar meer. Knappe binnenkomer!

(Dani Heyvaert)

 

 

19 mei - Le Central, Jette
28 mei - Le Coq, Brussel

 

 

 

Artiest info
   
 

CD Baby

video