THE NARCOTIC DAFFODILS - SUMMER LOVE

Ik vind het redelijk onbegrijpelijk dat deze band, zeker in Vlaanderen, zo goed als onder de radar blijft opereren. ”Deze band”, is het geesteskind van Simon Rigot, een man, die de oudjes onder ons wellicht nog kunnen situeren als de drijvende kracht achter Bernthøler” en hun nog altijd formidabele “My Suitor”. Sinds 2009 is Simon actief met The Narcotic Daffodils, waarmee hij nu, na een titelloze plaat uit 2011 en de opvolger “Cellex” uit 2014 een derde worp, een uitgebreide EP eigenlijk, van zeven songs op ons loslaat.

Waar die “Cellex” eerder de richting van de indie-rock uitging, wordt op deze nieuwe de draad van het debuut weer opgenomen en dus zijn psychedelische en, in iets mindere mate prog rockklanken weer helemaal aan de orde. Waar de oorzaak te zoeken is, en waar het gevolg, is mij niet helemaal duidelijk, maar feit is dat tussen de tweede en de derde plaat de band een serieus aantal personeelswissels ondergaan heeft: naast Rigot, als vanouds in de weer met zijn typische Hammondklanken én met zijn sitar blijft enkel Brusseleir Flup Declercq op bas uit de vroegere line up aan boord. Nieuwkomers zijn Luna Doppée, een uiterst getalenteerde jongedame met een destijds redelijk bekende DJ als papa, op toetsen, Maria Van Assche, een al even jonge gitariste uit de zuidkant van Vlaams-Brabant en drummer Arne Schollaert, ook al uit de Vlaamse Rand.

De plaat opent met de titelsong -mét vredesteken op de hoes-, wat natuurlijk een onverholen is naar de zomer van 1967, die -ja kunt het nauwelijks geloven- dit jaar dus al een halve eeuw oud wordt. Muzikaal zit deze song helemaal in die richting en denk je aan Grace Slick en aan Jim Morrison, maar vooral: je hoort een geheide radiohit, die ik dezer dagen wel eens hoor passeren op Radio 21, maar bij onze VRT nog niet tegenkwam, al kan dat laatste natuurlijk aan mij liggen. “Naturally High” heet het vervolg, en het zet helemaal dezelfde toon: fraaie koorzang, een Hammondpartij, waarin je kunt verdrinken en gitaarvuurwerk waarvan je je als vanzelf weer die puber van toen voelt.

“Guardians” komt uit hetzelfde bad: fuzzy gitaar en stormachtige Hammondreeksen, met daar doorheen de bezwerende stem van Luna…heerlijk. Met “Hypnotized” , een ode aan de Flower Power duiken we de heuse garagerock in, denk aan The Seeds, The Count Five en consorten, inclusief de vervormde zangpartij. “You Can’t Get” vind ik dan weer het minst beklijvende nummer van de plaat, omdat de muzikale kernideeën die de intro belooft, een tikje te weinig uitgewerkt worden, al wordt wel opnieuw de late jaren ’60- sfeer opgeroepen en al is de hammond-inbreng er echt eentje om van te smullen. “Bruxelles”, dat er onmiddellijk op volgt, is dan weer een heus hoogtepunt, in twee talen gezongen, met stukjes metro-aankondigingen er doorheen gemixt en vooral… een terechte lofzang op de enige echte stad, die dit landje rijk is en die door de bewoners van het Noordelijk deel van dit land al te vaak en volkomen ten onrechte als “het boze buitenland” beschouwd en behandeld wordt. Dit mag, qua liefdeslied voor een stad, gerust naast Brel prijken en ik overdrijf totaal niet. Afsluiter “Atomic 53” geeft veel ruimte aan de sitar, wat het psychedelisch gehalte van de lange song uiteraard naar grote hoogten stuwt en de plaat nóg meer dat “1967”-cachet geeft.

Ik ga heel eerlijk zijn: een drietal weken geleden, uitgerekend de dag dat deze CD in de bus viel, kwam ik puur per toeval in Halle op een caféconcert van deze band terecht. Ik had de plaat toen nog niet gehoord, maar beleefde er wel een heuse live-versie van, die me nogal ondersteboven naar huis stuurde. Sinds die dag, heb ik deze CD minstens twaalf keer herbeluisterd en de conclusie is verdomd eenvoudig: hoe meer ik het hoor, hoe beter ik het vind. Tja, wat kan ik nog meer zeggen? Peace & Love, zeker?

(Dani Heyvaert)

 

 

 

Artiest info
Website  
 

Label: Musea Records
distr.: Starman

video