JARKKA RISSANEN & SONS OF THE DESERT - HYBRID SOUL

Helemaal “out of the blue”, dropte de postbode een paar weken geleden deze CD op onze deurmat en de wenkbrauwen gingen hier flink de hoogte in: “Humu Records”? Nooit van gehoord. Jarkka Rissanen? Dito…en dus moesten we de digitale snelweg op, om daar te kunnen uitvissen dat deze zestigjarige Finse gitarist al een decennium of drie in de muziek actief is en in Finland een meer dan middelmatige status van bekendheid geniet.

Het is duidelijk dat de man én zijn Desert Soms -dat zijn medegitarist Markus Vaisanen en ritmesectie Esa Kärki (drums) en Tatu Back (bas) en heel af en toe Marko Salmela (percussie)- met de release van deze “Hybrid Soul” een poging willen ondernemen om wat bekendheid te verwerven in de rest van Europa, getuige ondermeer het uitsturen van promo-cd’s naar magazines als het onze.

De plaat bevat een kleine drie kwartier loser instrumentale, door gitaren aangedreven, zelfgeschreven muziekjes, tien in totaal, die uit tal van muzikale vaatjes tappen, maar steevast een flinke knipoog inhouden naar enkele van de grote voorbeelden uit de Angelsaksische gitaarwereld. Aan het hoofd van dat pelotonnetje voorbeelden, zien we zeker Jeff Beck rijden: ook hij doorzwom vele wateren, maar bleef altijd een herkenbare toon en aanpak houden, of hij nu de regelrechte rocktoer op ging, dan wel in de pop dreigde terecht te komen of gewoon opereerde in zijn meest vertrouwde idioom, de blues.

Dat lijkt me ook het geval te zijn met Rissanen, waarvan ik vooraf kan poneren dat hij een hele goeie gitarist is: hij is technisch duidelijk sterk onderlegd en hij is daarbij ook een goeie muzikant, waarmee ik bedoel dat hij de gitaar kan laten spreken en de techniek kan aanpassen in functie van de sfeer, die door dit of geen nummer vereist wordt.

Over de begeleiders kan ik kort zijn: degelijk, sober, nooit opdringerig en duidelijk “ten dienste van de chef”. De verschillende songs geven ook aan dat de componist Rissanen niet al te beperkt is in zijn ambities: hij verkent verschillende van de richtingen en uithoeken van de gitaar en neemt je mee in de richting van de ska en de reggae in het vals-lome openende”Hipston” -herken ik in die titel iets dat naar “Kingston” verwijst?-, New Orleans komt vervolgens aan de beurt met het vettige, zompige “Miss Gumbo”, en dan is het tijd voor wat psychedelica en prog rock met “The Fly” en” Safari Beat”.

Veel toepasselijker dan “Slow” kon een licht jazzy nummer niet getiteld zijn, al doet “Big Water”, met zijn “Twin Peaks-meets-Morricone”-aanpak zijn best om nóg trager te klinken. In “Uptown Rock” klinkt de gitaar inderdaad heel uptown funky en de absolute treffer van de plaat, “Detroit Blues”, houdt volle vier minuten lang elk greintje van de aandacht vast, vanwege de werkelijk spannende, aan jazzrock verwante opbouw, waarin toch ook een spatje funk verborgen zit.

De plaatsing van “The Stone” vlak daarna is een beetje een tegenvaller: het minste nummer van de plaat vlak na het sterkste zetten….misschien is het niet zo’n goed idee, al wordt dat euvel goeddeels verholpen door afsluiter “Beauty Box”, dat alweer flink wat jazzy accenten onder de leden heeft. Al met al een leuke, gevarieerde plaat voor gitaarliefhebbers en zeker een aangename kennismaking met het studiowerk van deze Finnen. Ik vraag me wel af hoe dit live overkomt. Kunnen we dat misschien eens uitproberen?

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Humu Records

video