JIM BYRNES - LONG HOT SUMMER DAYS

Het mag een raadsel heten, waarom de naam van deze Canadees nog niet echt tot het gemeengoed in bluesmiddens is gaan behoren: de man nadert stilaan de gezegende leeftijd van zeventig jaar en is, sinds bij een goed dozijn jaar geleden begon samen te werken met meester-producer en muzikant-par-excellence Steve Dawson, aan een indrukwekkende reeks platen bezig. Deze “Long Hot Summer Days” is de nummer zeven in die rij die destijds begon met “Fresh Horses” en het is zonder enige twijfel alweer een meesterwerk geworden.

Het recept lijkt simpel: je neemt een aantal geweldige songs, stopt die in handen van geweldige muzikanten en voilà: een parel is geboren. De gekende songs in kwestie komen van de hand van Jesse Wincheste (opener “Step by Step”, Robbie Robertson (“The Shape I’m In”), Michael Price & Dan Walsh (het van Bobby Bland geleende “Ain’t No Love In The Heart of the City”), Big Jay McNeely (“There Is Something On Your Mind”, Leonard Cohen (“Everybody Knows”), Wilson Pickett (“Ninety Nine and a Half Won’t Do”), Willie Dixon (“Weak Brain, Narrow Mind”), Elmore James (“Something Inside of Me” en Dan Penn/Spooner Oldham (“Out of Left Field”).

Aanvullingen zijn er van Jim zelf, die de afsluitende titelsong bedacht met de hulp van producer Steve Dawson, die ook mee de hand had in “Deep Blue Sea” en in z’n eentje voor “Anywhere The Wind Blows” zorgde. Dat maakt samen een vol dozijn heerlijke songs, waarmee de bijzondere zanger , die Jim is, aan de slag gaat en zich daarbij meer dan vakkundig omringt met de talenten van die andere meesterlijke gitarist, die Steve Dawson heet. Dat Jim hier de nadruk legt op de zang, is precies wat deze plaat zo bijzonder maakt: het maakt een song tot een song. Waar we Jim meestal zien als gitarist, laat hij op deze plaat volop zijn zang- en interpretatietalent horen: de belangrijke gitaarmomenten besteedt hij uit aan Dawson, terwijl ook glansrollen weggelegd zijn voor de harmonica van Steve Marriner, de vocale kunsten van The Sojourners, de bladpartijen van Malcolm Aiken, Jerry Cook en Dominic Conway en de toetsen van Chris Gestrin.

Tel daarbij de aanpak van Dawson-de-producer, die alle muzikanten in één ruimte verzamelde om Sinatragewijs zonder hoofdtelefoons op elkaars inbreng te kunnen inspelen en je krijgt een bijzonder intieme, warme plaat, die echt alleen maar draait om de zanger en de songs. Zo krijg je er weinig te beluisteren en het hoeft dan ook niet te verbazen dat dit schijfje de voorbije weken zowat parkeerde in de CD-speler ten huize van ondergetekende. Dit is namelijk een bluesplaat, die haast evenveel soul als blues bevat en die een uitzonderlijke zanger laat horen, die op het toppunt van zijn kunnen acteert. Ik weet het: met “eindejaarslijstjes” wordt al te vaak geschermd, maar van deze hier ben ik redelijk vast overtuigd. Dit is het allerbeste wat het genre ons dit jaar zal gebracht hebben!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

label: Black Hen Music

video