LINUS + ØKLAND/VAN HEERTUM/ZACH - MONO NO AWARE

Wie deze kolommen met enige regelmaat bekijkt, zal zeker al vertrouwd zijn met de naamLinus, waarachter het duo dat gitarist Ruben Machtelinckx en rietblazer Thomas Jillings schuil gaat. Onder meer over de vorige plaat van Linus, “Felt Like Old Folk” waren we hier nogal lyrisch, ook al omdat de samenwerking voor die plaat, met de Noorse violist Nils Økland en de euphoniummeester van bij ons, Niels Van Heertum ons toen dermate van onze sokken blies, dat we vanaf toen zo ongeveer alles zijn gaan verzamelen dat elk van die kerels uitbracht. Dat levert intussen een fraai stapeltje CD’s op, want de heren zijn stuk voor stuk nogal actieve baasjes, die met ongeveer duizend projecten tegelijk bezig zijn.

Daar dreigt nu nog een verzamelobject bij te komen, want voor hun vierde plaat namen ze ook de Noorse pianist Ingar Zach mee aan boord. Die mens weet zich kennelijk ook flink bezig te houden: ook hij valt te horen in onnoemelijk veel projecten met zowat alles wat in de Noorse scene en ver daarbuiten naam heeft. Van Ivar Grydeland tot Phillip Wachsmann, van Xavier Charles tot Christian Wallumrød -hun samenwerking in “Dans Les Arbres” werd hier, naar aanleiding van het geweldigs “Phosphorescence” omstandig uit de doeken gedaan-, van Mural tot het Trondheim Jazz Orchestra en Kim Myhr, Henry Kaiser & David Lindley: overal tref je Zach aan en volgens de discografie op zijn eigen website, valt hij te horen op een kleine 80 platen sinds 1995. Dat is een gemiddelde van zeven per twee jaar. Dat kun je dus rustig “een grote productiviteit” noemen. Wie deze nieuwe Linus beluistert, begrijpt al snel waarom Machtelinckx en Jillings hem erbij wilden: hij draagt substantieel bij tot de opbouw van de stukken op deze plaat, die, zoals steeds het geval is bij Linus, heen en weer wiegt tussen folk, jazz, klassiek en improvisatie. In tegenstelling tot vorige platen, zijn de nummers nu gemiddeld iets korter: de negen samen klokken af net beneden de drie kwartier.

Opener “Islander” is pure Noorse folk, met de Hardanger fiddle van Nils Økland in een hoofdrol, terwijl in “Truth”, dat, net als “Islander” een compositie is van Thomas Jillings, de jazztoon de bovenhand neemt en Zach heel fijne percussie, inclusief vrolijke belletjes, toevoegt. De kleine helft van de nummers zijn heuse improvisaties. Ze kregen allemaal een titel, die met een “s” begint: “stir”,”surge”, “still” en “stray” en ze sluiten per twee een deel van de plaat af. Ik zag de LP-versie nog niet, maar het lijkt mij dat elke plaatkant twee ipro’s krijgt om af te sluiten. In die stukken, kun je de echte Linus ++ het best herkennen:: veel ruimte voor de gasten, waarbij ze elkaar allerminst in de weg lopen, al heeft de euphonium van Nils Van Heertum, vanwege de volumineuze klank, al eens de neiging met de meeste aandacht te gaan lopen, zonder dat dat echter stoort, ’t is gewoon een kwestie van accenten. Het korte “surge” is op dat punt een absolute blikvanger. Je waant je ergens aan de rand van een grote haven, waar de boten hun sirenes laten loeien en de machines onophoudelijk ratelen. “dewy” en “fairbanks” zijn dan weer twee composities van Machtelinckx, zodat als vanzelf de snaarinstrumenten een ietsje meer op de voorgrond komen, al moet ik er bij zeggen, dat het vooral dat hemelse samengaan van de sax of klarinet met de gitaar -het kernduo dus- de basis blijft uitmaken voor de uiteindelijke klank van deze groepsplaat. Ik zei het vroeger al wel eens: de manier waarop deze gasten elkaar blindelings weten te vinden, wijst op groot muzikaal vakmanschap én op improvisatorisch vermogen dat de echte muzikant kenmerkt.Wat de banjo presteert in “fairbanks”, in combinatie met de trom en de fiddle, dat is je reinste folk en sméékt om een film, waar je dit nummer, in combinatie met iets van het Penguin Café Orchestra, gebruikt als soundtrack.

Ik voel mezelf verplicht iets te zeggen over de plaattitel: “mono no awara” is Japans en betekent “alles is vergankelijk”. “Vergankelijk” in de zin van “het blijft niet duren”. Voel je blijdschap, dan weet je dat droefenis zal volgen, zoals op het leven onvermijdelijk de dood volgt en wit slechts wit kan zijn, bij de gratie van zwart. Die contrasten samen, die maken het Leven tot leven. De alweer prachtige hoes is alweer een werkstuk van Ante Timmermans, over wiens werk ik nooit genoeg de loftrompet zal kunnen steken. Deze keer is het een fragment uit zijn “Der Souffleur des Ichts”, dat de hoes siert en deze CD perfect completeert. Ook fijn, is de vaststelling dat deze CD uitkomt op het nagelnieuwe label AspenEdities met zetel in Roborst. Ik heb zo’n vermoeden dat het dus om een eigen label van Ruben Machtelinckx zou kunnen gaan. Of van het duo Linus, alleszins: wie dermate veel oog heeft voor de grafische vormgeving, wie dergelijke hoesfoto kiest als omslag voor dit soort muziek, die leeft bij de gratie van de schoonheid en dat is exact waar het ook bij “mono no aware” om draait: schoonheid, pure schoonheid. Dat kan een mens serieus raken, zoals ik de voorbije weken uitgebreid mocht ondervinden. Topklasse, deze plaat!

(Dani Heyvaert)

 

Linus + Økland/Van Heertum/Zach - Stir from Aspen Edities on Vimeo.

 

Artiest info
Website  
 

bandcamp

video