HENHOUSE PROWLERS -  LIVE FROM KYRGYZSTAN

Bluegrass is een jong genre met een oeroude geschiedenis. De naam duikt pas op eind jaren vijftig, al is de eerste registratie van de muziekstijl tien jaar ouder, via de vijfsnarige banjo van Earl Scruggs, bespeeld in de typische three-finger picking style. Scruggs was net lid geworden van The Blue Grass Boys, begeleiders van Bill Monroe, die hen genoemd had naar de staat waar hij afkomstig van was, Kentucky, ‘The Blue Grass State’. Monroe is de onbetwiste vader van de bluegrass, al kan je ook een pioniersrol toebedelen aan o.a. de Scruggs familie, Lester Flatt en Doc Watson. We durfden bluegrass oeroud noemen omdat ze in essentie voortsproot uit de string bands (jug bands), met blanke (lees Europese) en zwarte (lees Afro-Amerikaanse) wortels. Vóór WOII (en ook nog erna) waren die officieel gescheiden, maar in de realiteit maakte het voor de muzikanten zelf (en een zwijgzaam deel van hun publiek) geen ene moer uit en speelden ze onofficieel met mekaar: het is in wezen één traditie, een mengvorm van vele culturen, wat er de rijkdom van uitmaakt. De Europese link associeert men met de old-time music van de Appalachen, die vooral maar niet uitsluitend stoelde op de Engelse en Schots-Ierse (Keltische) tradities. De zwarte inbreng behelst de blues… en de banjo, wier Afrikaanse roots hevige voorstanders heeft, denk aan Dom Flemons, voormalig lid van old-time string (jug) band Carolina Chocolate Drops (met Rhiannon Giddens)

Naast de banjo zijn er de mandoline, akoestische gitaar, viool, dobro (resonator), contrabas… en de essentiële zangstemmen. Bluegrass is virtuoze muziek, waarbij de instrumenten beurtelings in snelle opvolging soleren en de andere intens begeleiden, wisselwerking die een raakpunt vormt met de jazz. De leadzanger krijgt antwoord van een tweede, derde en/of vierde stem. Die harmonieën zijn zo versmolten dat ze het stemmenwerk tot een nieuw instrument maken. Traditioneel verzamelt de groep rond één ouderwets uitziende micro, wat de intensiteit en de beleving vergroot… en het gevaar op hilarische botsingen, zoals we in Eindhoven nog zagen vorige zomer. Naast klassieke bands (Allison Krauss & Union Station, Chatham County Line), waar ook Rawhide en de Brusselse Sons Of Navarone thuishoren (en ten dele ook The Broken Circle Breakdown Band), heb je ondermeer de progressive bluegrass, waartoe de uitstekende New Yorkse Punch Brothers behoort, of parallelle ontwikkelingen (Béla Fleck & The Flecktones; New Grass Revival) Maar er bestaat ook gekker en gewaagder.

OK, we trappen open deuren in, maar we wilden nog even (té?) kort de klokken gelijkzetten, want wat voor de ene bekende leerstof is, veelvoudig te vinden op het net, is voor een andere misschien nieuw. En het bespaart op wat we over Henhouse Prowlers te zeggen hebben, want het geldt integraal voor hen. Ze komen niet uit de Appalachen, maar uit… Chicago, stad van véél meer muziekeilanden dan enkel de gevierde ‘Chicago blues’. Er is dus ook een bluegrass scene. Zoals velen in het genre zijn het workaholics, wat zich uit in het non-stop toeren. In 1999 ontdekte Ben Wright de banjo en al snel ontwikkelde hij zich tot virtuoos. Hij werd lid van de populaire Outlaw Family Band. In 2011 achtte hij de tijd rijp om samen met bassist Jon(athan) Goldfine de Henhouse Prowlers boven de doopvont te houden. Met Aaron Dorfman (gitaar) en Kyle O’Brien (mandoline, viool) heeft het kwartet zijn ‘definitieve’ vorm gekregen, vier geweldige muzikanten en hemelse zangstemmen. Er zijn de geregelde cd’s met nieuw werk (er was ook al één live-cd, ‘Direct From Chicago’ met vooral covers) Op YouTube vind je ook clips met covers die ze, driewerf helaas, niet of nog niet opnamen (schitterende versies van bvb. ‘(Your Love Keeps Lifting Me) Higher And Higher’ (Jackie Wilson), traditional ‘In The Pines’ en ‘Pressure Drop’ van Toots And The Maytals.

Ze geven graag hun kennis door, en niet enkel aan andere muzikanten. Ze treden ook op in scholen tot ver buiten Chicago, o.a. in New York en North Carolina, met een interactief programma. Ze wijden schooljeugd in, in algemene muzikale beschouwingen, , de geschiedenis van de bluegrass, de belangrijke functie van het storytellen in de muziek, en dies meer. De ostentatieve en aanstekelijke passie waarmee ze hun beroep (en leerfunctie) bedrijven, bracht het State Department ertoe de Henhouse Prowlers in te zetten als ambassadeurs, vanuit het principe dat muziek de zeden verzacht (al is dit soort charmeoffensief lange niet alleen beperkt tot muziek) Ze hebben er intussen meerdere goodwill trips in meer dan tien landen op zitten, van de Sahara tot Rusland. Vaak mogen ze daar dan terugkeren, op frequente basis, en bijna steeds brengen ze een song mee van ter plaatse die ze opnemen in het eigen repertoire, gezongen in de oorspronkelijke taal, wat in vele gevallen helemaal niet vanzelfsprekend is, maar wat succes ter plekke verzekert. Het zijn vaak tong twisters waar ze hard aan hebben moeten werken. De opzwepende Nigeriaanse pophit ‘Chop My Money’ van de cd ‘Still On That Ride’ (2015), zelden of nooit ontbrekend op concerten, is daar een prachtig voorbeeld van.

Henhouse Prowlers toeren vaak en graag in onze lage landen, waar ze een heel receptief publiek vinden. Eigenlijk zijn het meer vrienden geworden, vrienden die elke keer weer opduiken, wat leidt tot uitgebreide verbroedering en verzustering, zoals we telkens weer ondervonden in het handvol concerten in België en Nederland dat we mochten meemaken. ‘Mochten’ want de Henhouse Prowlers beleven is een voorrecht. Tijdens de concerten van afgelopen zomer hadden ze een nieuwe cd bij, ‘Live In Kyrgyzstan’. In de herfst van 2016 sponsorde de ambassade van de US het Dostuk Music Festival in Bishkek (of Bisjkek), hoofdstad van het Centraal-Aziatische Kirgizië of Kirgistan (Kyrgyzstan in Engels), waarbij ‘dostuk’ Kirgizisch is voor ‘vriendschap’. Uiteindelijk werd in zes locaties opgenomen. Daar werd thuis een selectie uit gemaakt en door gitarist Aaron Dorfman gemixt.

Wat je hoort, is vintage Henhouse Prowlers, in de laatste twee tracks bijgestaan door een lokaal ensemble (Ethnographic Folk Theater ‘Ordo Sakhna’) Er doen ook een vertaler van de bindteksten en zowaar een ceremoniemeester mee, wat gelukkig niet in de weg zit van de muziek, integendeel. De enthousiaste mededeelzaamheid van de band is een vertederende trek, die ze wat ons betreft niet moeten afleren. Er zijn dertien tracks, allemaal in super virtuoze uitvoeringen die de ogen doen knipperen en de oren doen tuiten, want door de eerder drie- dan tweehonderd concerten per jaar, zijn de Prowlers een geoliede machine geworden, gelukkig nooit ofte nimmer op automatische piloot. Dat enthousiasme, weetjewel. Je vindt eigen songs zoals prijsbeesten ‘Uncle Bubba’ of ‘Shadow Of A Man’ (twee van de vele songs van vroeger lid James Wiegel), of ‘Lonesome Road’ van Jon Goldfine, veel goed uitgelezen, eigen gemaakte trads en covers, als ‘Carolina Moon’ (Hugh Broughton) of ‘Up And Down The Mountain’ (Anne Louise Scruggs-Gladys Stacey Flatt) Er zijn ook enigszins ongewone maar (eigen)zinnige keuzes. Zo is er ‘Fire’ van Jimi Hendrix (gelukkig heeft Aaron het erop volgend commentaar over bluegrass niet afgesneden) en ‘Stand By Me’, dat met snelle bandpresentatie de apotheose van de cd vormt. Geen ‘Chop My Money’ of ‘Homegrown Tomatoes’ van Guy Clark, gepatenteerde live songs, maar wel het Kirgizische ‘Kara Jorgo’ (de publieksreactie als men hoort dat ze in Kirgizisch zingen!), dat ze ook brachten op de concerten van vorige zomer, o.a. op de Paulusfeesten in Oostende.

Met ‘Live In Kyrgyzstan’ haal je de Henhouse Prowlers wel degelijk in huis. Slechts één ding klopt dat gevoel: ze live gaan beleven. Dat kan binnenkort, weer, hebben Ben Wright en medestanders ons verzekerd.

Antoine Légat.

 

 

Artiest info
Website  
 

CD Baby

video