STUDIO SHAPSHAP - CHÂTEAU I

We zullen het er vooraf al maar over eens zijn, lezer: muziek uit Niger horen we hier maar zelden. Jawel, we hadden Etran Finatawa en Bombino en Toumast, maar daar stopt het bij ondergetekende zo’n beetje en dus was ik redelijk blij verrast met deze CD van een mij onbekend sextet, bestaande uit de van Réunion afkomstige pianiste Laetitia Cécile en vijf heren, die zich bedienen van eenvoudige snaarinstrumenten als de Kindé, de Molo, die we beter kennen onder de naam n’goni, en een resem percussie-instrumenten.

Samen werken ze in hoofdstad Niamey aan een muziekvorm, die traditie en moderniteit met elkaar verbindt: de piano leidt doorgaans de dans en tekent de patronen uit, waarrond zang -die veelal eerder spoken word is- en de percussie hun gang kunnen gaan. Dat leidt tot een leuke plaat van een goeie 40 minuten, die op geen enkel moment verveelt: de melodietjes zijn veelal eenvoudig in aanzet en worden, doordat ze veelvuldig herhaald worden en daarbij ondersteund worden door de nogal bezwerende ritmes, een soort dance of bijna trance-element. Opener “Peau de Chèvre” is daar een mooi voorbeeld van: een paar eenvoudige pianonoten, die keer op keer herhaald worden, achterna gezeten door de percussie. Halverwege het nummer valt de percussie plots weg en blijft er alleen een repetitieve pianoriedel over, die tot het eind wordt volgehouden. Typerend voor de werkwijze van Studio ShapShap is ook, dat ze stukjes uit radiotoespraken of uit dienstmededelingen uit supermarkt of luchthaven in hun ritmes verweven, zoals ze demonstreren in “Dis-moi”. Toptrack vind ik “Ir Ma Koy”, waarin de piano een soort tangoriedel voortbrengt, die, wanneer je de bandoneon verwacht, het gezelschap krijgt van een mannenstem, die een opsomming brengt van alle dieren die in de omgeving aangetroffen worden.

Dat je, door de muziek heen, al eens het gekraai van een han hoort of een baby hoort huilen, heeft alles te maken met de plaats en de omstandigheden waar de opnames gemaakt werden: gewoon buiten, onder een strooien dak in het midden van het dorp. Dat belet de zes nochtans niet om, bij voorbeeld in “Le Geval d’haro” een geluid te ontwikkelen dat je, van een afstand, in een westerse danstempel zou kunnen situeren. Eer je ’t goed en wel beseft, heeft deze CD alweer een nieuwe draaibeurt gekregen en ben je alweer toe aan afsluiter “La Lutte”,dat duidelijk het eindpunt van de plaat beoogde te zijn: een montage van stemmen uit allerlei gesprekken/radioreportages/stationsgeluiden wordt uiteindelijk overgenomen door een dwingende stem, die een toon hanteert, die niet meteen op tegenspraak wijst. Is dit een oproep tot “La Lutte”? Ik weet het niet, maar zo lijkt het wel en het staat in schril contrast tot de melancholie, die uit het samenspel van piano en moloklanken naar voor komt. Intrigerend is deze plaat van begin tot einde, mooi is ze meestal ook en heel bijzonder is ze zonder twijfel!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

label : Studio Shap Shap
distr.: Xango

video