SPENCER THE ROVER - THE LATE ALBUM

Soms moet je als recensent jezelf al eens durven herhalen en vandaag is het weer eens zover. U moet zich de situatie voorstellen: we schrijven begin oktober en wanneer ik deze woorden uittik, striemt de regen onophoudelijk tegen de ramen en wil je, als redelijk denkend en voelend mens maar één ding: de genoeglijke warmte van een vertrouwde omgeving. Dat treft, want een dikke week geleden vier dit “Late Album” in de bus en dat langverwachte schijfje -zes jaar na de voorganger- blijkt de ideale kompaan te zijn in deze wat donkere dagen en uren. Koen Renders, de man achter de notie Spencer The Rover, bewees in het verleden al meermaals dat hij de kunst verstaat om zonnige popliedjes te schrijven, waar je -al gaan ze wel eens over eenzaamheid en herinneringen van allerlei soorten- instant blij van wordt en, waar ik bij vorige gelegenheden al niet naliet ’s mans lof te zingen, mag ik nu met veel plezier vaststellen dat er alweer een flukse stap richting perfectie gezet wordt.

Dat uit zich om te beginnen in de lengte van de plaat. Of eerder in het gebrek aan lengte: negen nummers bevat ze slechts en ze tikt aan na 34 minuten, maar dat is enkel te wijten aan de instelling van Renders: ik was er natuurlijk zelf niet bij, maar iets zegt mij dat hij heel kritisch is geweest voor zichzelf en zijn schrijfsels. Wellicht was hij ook goed omringd bij het opnemen en producen van de plaat, wie zal het zeggen? In elk geval is elk beetje overbodigheid van de plaat geweerd en blijven alleen de pareltjes over, die voldoende kunnen schitteren. Zo krijg je een ronduit fenomenale plaat, die één ding vereist: je moet ze in één ruk beluisteren, zodat je alle negen hoofdstukjes van dit kijk- en luisterboek in één geut over je heen gekieperd krijgt. Dat moet, omdat de plaat een eenheid vormt: ze handelt, zoals Renders het zelf omschrijft, “in grote lijnen over tijd en dood”. Bij Spencer The Rover komt de muziek eerst en volgen de teksten later en voor deze plaat is het begrip “muziek” nogal uitgebreid van alle kanten bekeken: Renders zelf houdt zich bij de klavieren en één enkele keer de bas (in “Time Rag”), terwijl kompaan Gerrit Valckenaers de wonderlijkste dingen doet op allerlei metalen, staafmixer, naaimachine, stemvork en zelfs klarinet (op” The Cuckoo”). Producer Jo Francken doet dan weer de percussie en programmeerde allerlei ritmes en er werden echt kosten noch moeite gespaard om deze plaat een heuse Brian Wilson- of eerder nog Van Dyke Parks- boventoon mee te geven strijkers, blazers in alle maten en gewichten…je kunt het niet bedenken of het zit er allemaal in.

En toch bezwijkt de plaat op geen enkel moment onder overdaad, zodat je een perfect uitgebalanceerd geheel krijgt, waarvoor weliswaar heel veel instrumenten gebruikt werden, maar op een dusdanig goed gedoseerde manier, dat geen enkele klank, geen enkele noot de andere in de weg loopt. Zoiets is uiterst zeldzaam en het is de proeve - zo denk ik toch - van heel secuur en geduldig werken, knippen, plakken, schaven en vijlen. Koen Renders is dan ook een ambachtsman van de zuiverste soort en of hij nu instrumentale nummers maakt, zoals “Grandma’s House 1982” en “Late Overture”, dat overigens de plaat niet opent, maar net niet afsluit, dan wel zijn klankrijke poëzie boven de muziek uit zingt, hier wordt keer op keer bewezen dat ook wij onze Beatles hebben en onze Beach Boys en Belle & Sebastian en Ben Folds, maar ze heten wel allemaal Koen Renders. Dames en Heren: beter worden ze dit jaar vast niet meer gemaakt, niet bij ons en niet elders. U heeft opties om deze plaat in huis te halen, en die geen van alle benutten, zou en stommiteit van formaat zijn!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video