UNCLE WELLINGTON - THE FASTER I WALTZ, THE BETTER I JIVE

n het Gentse circuit geniet dit vijftal al een tijdlang enige bekendheid, maar daarbuiten was het een kwestie van de band een beetje bij toeval als voorprogramma aan het werk te zien, al hoorde ik ooit ook wel eens de EP, die ze twee jaar geleden ter gelegenheid van Record Store Day uitbrachten. “Ze”, dat zijn Jonas Bruyneel, Frie Mechele, Esther Coorevits, Sven Sabbe en Renaud Debruyne, zo op het eerste gezicht allemaal laat-twintigers, waarvan ik vermoed dat ze elkaar in hun studententijd in Gent tegenkwamen. Een bezigheid, die nu toch al een jaar of vijf blijkt aan te houden en dezer dagen een eerste bekroning krijgt, met het uitbrengen van deze debuutplaat.

Wat meteen opvalt: de band heeft ervoor gekozen de plaat erg compact te houden: 9 nummers in exact een half uur. Dat wijst op een zelfkritische instelling en op het besef dat je beter een korte, goeie worp uit doen, dan ver, maar richtingloos je discus het publiek in te gooien. Dit schijfje zit nu een dikke week in allerlei cd-spelers hier in en om het huis en ik raak er hoe langer hoe meer verslingerd aan. Dat heeft zo zijn redenen: er is eerst en vooral die bezwerende stem van Frie Mechele. Die stem neigt qua timbre een beetje naar die van Inne Eysermans, maar vooral: ze grijpt je vast en laat je niet los, zonder dat je je daar onbehaaglijk gaat bij voelen.

De plaat -productie was in handen van Filip Tangha - blijft ook plakken vanwege de manier waarop de hele band omgaat met wat ongewone instrumenten en ritmes: niet zelden hoor je een mix van soundscape en elektro folk, waarbij de muzikanten een tapijt schilderen en weven, waartegen de stem vrank en vrij haar gang kan gaan. Daartoe schreef multi-instrumentalist acht nummers en bewerkte hij Calexico’s “Crystal Frontier” op zodanig ingrijpende wijze, dat het naadloos bij de eigen songs ingepast kan worden.

Ik vermoed dat “The Code” een beetje de vooruitgestuurde single van de plaat werd. Tenminste, dat nummer, met zijn ongegeneerde verwijzing naar Leonard Cohen, hoorde ik wel eens op de radio voorbij komen. Afsluiter “Davoren” intrigeert me mateloos, vanwege de naar Ierland zwemende namen “MacNamara, Lynch, Fitzgerald en Davoren, maar ik zou wat graag weten of die, zoals ik denk, van de grafstenen op één of ander kerkhof geplukt zijn…

Voor het overige wil ik niet meteen titels citeren van nummers die u toch nog niet kent, maar ik moet u wel ten zeerste aanbevelen om dit kleinood -want dat is het- dringend en vaak te gaan beluisteren: de groep creëert namelijk een eigen universum, waarin het fijn toeven is, zij het dat het niet altijd een wandeling in het park betreft. Je mag je bij tijd en wijle echt gerààkt en aangesproken weten en voelen. Dat soort platen kruipt werkelijk onder je vel en ondergetekende vindt dat fijn. Erg fijn, zelfs, temeer daar het inlegvel, waarop de teksten afgedrukt zijn, letterlijk alleen nuttig is, wanneer je het op schoot neemt. Die beleving: de muziek op de achtergrond en de teksten op schoot, dat is waar het om draait: dit is zo’n uitgepuurde plaat, die bezit van je neemt en waar je je wat graag laat door (aan)raken. Zalige stuff !

(Dani Heyvaert)

 

 

12/10 Releaseshow Trefpunt
14/10 Releaseshow Pand.A
29/10 Releaseshow Manuscript

 

 


Artiest info
Website  
 

video