MARK MARTYRE - RIVERS

Het mag best een beetje verbazing wekken: we schreven in deze kolommen nooit eerder over deze dichter en songwriter uit Toronto, Canada en nochtans is hij met deze “Rivers” aan zijn vijfde plaat in evenveel jaren toe, na “Down, Record” uit 2012, London (2013), Red Letters (2014) en Bluebird (2016). Ook verschillende live opnames zagen het licht, net als een bundel liedjesteksten, die je rustig als “poëzie” kunt omschrijven.

Op zijn vijfde studioplaat leer je al van bij de openingssong “Come Lie Beside Me, Dear” de schrijver en de zanger Martyre kennen: de zanger heeft een ietwat gruizige stem, die heen en weer gaat tussen declameren en zingen, de schrijver weet vlekkeloos de emoties van zijn personages te verwoorden. De muzikale inkleding is doorgaans sober, maar wel trefzeker: Darrin Baldwin weeft akkoordentapijten met zijn piano, de gitaren van Mark zelf en van Matt Antaya wervelen daar omheen en de zoete stem van Stacey Dowswell vult fraai aan. De ritmes zijn in handen van Graydon James op drums en Jason Lapidus op bas en samen zorgen zij voor een geluid nataan de ene kant meteen vertrouwd in de oren klinkt en tegelijk bij momenten behoorlijk verrast: zo neemt Stacey Dowswell de vocale leiding in handen in het heerlijke melancholische “The Next Song”, waarin de beide partners hun ontevredenheid uitzingen over de relatie waarin ze verzeild zijn geraakt en tegelijk hun onvermogen om eruit te stappen. Dat is zowat de teneur op de hele plaat: Martyre observeert mensen en hun gedrag, spreekt over wat hun drijft of afremt, hun verlangens en tekortkomingen, hun verworvenheden en hun gemis, enfin, de hele strijd van de mens om overeind te blijven als individu of partner passeert de revue.

Dat stemt je als luisteraar weliswaar niet altijd even vrolijk, maar hey, doorgaans ís het leven ook niet meteen een vrolijke boel, toch? Tegelijk stralen de songs ook altijd hoop uit, ook iets wat des mensen is: hoezeer je ook in de shit zit, toch dwingt het leven je weer om vooruit te kijken en verder te trekken. Neem nu “Anywhere but here”, waarin zinsneden voorkomen als “I’m a dollar short and seven days late”, wat op uitzichtloosheid en hopeloosheid wijst, terwijl het even later klinkt van “Let’s Go Anywhere but Here”. Mooie gitaarsolo en samenzang, trouwens…. Of “Nowhere Else To Go, But Up”, dat begint met een uitermate weemoedige mondharmonica en waarin de tekst opent met ‘when every word’s been so rough from your mouth…”, wat dus ook niet meteen een fraai uitzicht voorspelt, maar tegelijk is de conclusie: we kunnen niet anders dan proberen, al doen we elkaar soms pijn, we moeten gewoon samen vooruit”. Dat lijken mij redelijk essentiële beschouwingen te zijn. Er is ook “(I Think) We Might be OK”, waarin een man en een vrouw elkaar toezingen dat ze snappen waarom de ander niet zo goed in z’n vel zit en de voorlopige conclusie “if you come with me to where the music starts to swing, i think we might be ok”.

Weemoed troef dus, maar tegelijk het besef dat er altijd hoop is: ik vind dat mooi, omdat het zo realistisch en des mensen is. Tel daarbij mooie melodieën op, vakkundige muzikanten en twee contrasterende, complementaire stemmen en dan kom je algauw bij een heel mooi plaat, waarvan ik mag hopen dat ze heel snel haar weg naar de radiostations vindt, want dit is echt wel van ongewone schoonheid en dus zwaar aanbevolen!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Bandcamp

video