GWYNETH GLYN - TRO

 

U zal het met mij eens zijn, dat we hier niet zo heel vaak de kans krijgen om iets te schrijven over Welshe artiesten. Dat heeft wellicht iets te maken met die bijzondere taal, die het Welsh is: we kunnen ze niet eens behoorlijk lezen aan onze kant van de Kleine Plas en er iets van begrijpen is al helemaal uitgesloten. En toch…en toch moet ik u bij deze met aandrang verzoeken om even met mij mee op te stappen en de nieuwe -vierde- plaat van een heel bijzondere dame die, daar kun je gif op innemen, op het punt staat haar grote doorbraak te beleven met deze “Tro”, wat zoveel betekent als “draai” of “ommekeer”.

Deze CD is de eerste release op een gloednieuw label, bendigedig.org, waarop we in de lente van volgend jaar ook de langverwachte tweede CD van het geweldige duo Catrin Finch & Seckou Keita zullen zien verschijnen, maar dit terzijde. Gwyneth Glyn is een heel bijzondere dame, heel veelzijdig en met een bijzondere aanleg voor alles wat met taal te maken heeft. Wellicht maakt dat haar ook tot de dichteres, die ze is -een activiteit die haar de onderscheiding van “poet laureate” in haar land opleverde-, maar net zo goed schrijft ze scenario’s voor film en televisie en kan ze een libretto voor opera verzinnen of een danstheaterproductie uit de pen schudden. Daarnaast is ze dus ook zangeres en dan nog eentje van de heel zeldzame soort, die een stemgeluid heeft waar je onmiddellijk voor zwicht: zacht en toch krachtig, zoet en toch expressief maar vooral: een echte streling voor het oor. Dat stemgeluid komt bij momenten aardig in de buurt van de stem van wijlen Sandy Denny en tja…dan kun je bij ons al een potje breken, al zullen we toch vooral naar de songs zelf luisteren en die zijn op deze plaat van bijzonder hoge kwaliteit.

Dertien staan er op deze plaat: drie in het Engels en tien in het Welsh en, al begrijp je daar dus geen letter van, ze weten je toch te raken.Dat heeft vanzelfsprekend alles te maken met de ultra-fijne arrangementen en met de uit ragfijne laagjes opgebouwde inkleding, waarbij je zowel de kora van Seckou Keita op een paar nummers kunt horen, als de badsitar van de geweldige Rowan Rheingans van Lady Maisery, wiens Dylan Fowler ook de productie van de plaat in handen had. De meeste composities zijn van de hand van Gwyneth zelf, al bevat de plaat, met “Ffair” ook een vertaling in het Welsh van “She Moved Through The Fair”, zowat dé standaard van de Britse folk en wordt de klassieke Welshe folksong “Trafaelais y Byd” heerlijk verweven met “Kidé-Magni”, van de hand van Seckou Keita. “Y Gnawas” is dan weer een bewerking van “Katie Cruel”, een folknummer dat lichtjes de eeuwigheid werd ingezongen door de heerlijke zangeres, die Karen Dalton was, maar ook Odetta, Peggy Seeger en Jerry Garcia hadden hem op hun repertoire staan, net als, meer recent, Agnes Obel en de hier al genoemde Lady Maisery.

Dat levert een plaat op waar je net geen vijftig minuten lang geboeid zit naar te luisteren, terwijl je je afvraagt wat in hemelsnaam songtitels als “Cwlwm” of “Os na wela'i di” mogen betekenen. Deze plaat levert nog maar eens het bewijs dat goeie muziek zich niet laat inperken door grenzen: de plat rààkt je van de eerste minuut al en dat de liedjes de zoektocht naar Gwyneth’s roots blijken te vertellen -zo leert mij het promoblaadje-, is eigenlijk niet van geweldig veel belang, al zou ik er wel wat voor over hebben om de dame zelf eens aan het werk te zien en dan uit haar eigen mond de verhalen achter de songs te kunnen horen. Tot het zover komt, kan ik echter met een gerust gemoed de komende winter tegemoet kijken, want de plaat, die gaat hier nog bijzonder vaak gespeeld worden, zeker weten! Ik lees dat Gwyneth binnenkort het voorprogramma doet van de nieuwe tournee van Catrin Finch en Seckou Keita. Een mens zou er zowaar beginnen van te dromen dat iemand hier bij ons die combinatie wil programmeren…

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

label: ARC music

video