SUBSONIC TRIO - SONIC MIGRATION

Hoewel deze CD al bijna een jaar oud is, loont het toch de moeite om er vandaag een paar lijnen aan te wijden, niet alleen omdat de CD, die eind vorig jaar in Scandinavië uitkwam, nu opgepikt wordt door het Duitse Nordic Notes-label, maar ook -en vooral- omdat het een erg boeiende plaat geworden is. Dat heeft voor alles te maken met de samenstelling van het gezelschap: de Braziliaanse percussionist Adriano Adewale verblijft al enige tijd in Engeland, en maakte met de groep, zie zijn naam draagt een jaar of vier geleden een heel fijne plaat, “Sementes” getiteld. Eén van de bandleden van die groep was Nathan Riki Thomson, bassist en fluitist, van wie we “Under Ubi’s Tree” in huis hebben en die nu één derde van het Subsonic Trio is en, naar ik mij laat vertellen, sinds enige tijd in Finland resideert.

De derde plek in dat trio is voorbehouden voor de Finse Kristiina Ilmonen, meer dan begenadigde fluitiste, componiste en docente/doctoranda aan de Sibelius-academie. Haar muzikale levenslijn vermeldt een zevental groepen, waarin ze actief (geweest) is en ruim twintig CD’s waarop ze te horen is. Dit drietal samen, heeft zich tot doel gesteld een soort muziek te maken die erg aan de natuur gehecht is en die in de de afkomst van de drie leden een aantal gelijkenissen en overeenkomsten wilde vinden en daaruit een nieuw soort muziek wilde creëren.

Dat leidt op deze CD tot bijzonder fraaie momenten: ondanks de eerder beperkte bezetting, worden maximale effecten bereikt en na het beluisteren van wat op deze plaat te horen valt, zal niemand, bij het horen van het woord “percussie” nog alleen aan djembé denken, noch, bij het lezen van het woord “fluit”, in de tijd terug gekatapulteerd worden naar de traumatiserende dagen van de blokfluitlessen in de lagere school: wat het duo Ilmonen/thomson uit zijn blaasinstrumenten tovert, is ingemeen fascinerend en veelzijdig en de subtiele, maar krachtige percussielijnen van Adewale combineren glashelder Braziliaanse klanken met Afrikaanse junglemotieven en Australische landschappen.

Dit is, met andere woorden, muziek, die alle grenzen redelijk nadrukkelijk aan zijn laars lapt en in die zin onomwonden “wereldmuziek” genoemd mag worden. De meeste stukken zijn door het trio bijeen gespeeld (ik zou denken -geïmproviseerd), naast een paar puur Finse volkswijsjes uit de 18de en begin 20ste eeuw, die in het wereldbad ondergedompeld worden en er als wereldburgers weer uitkomen. Filmische, beeldrijke muziektaal, waarmee de drie heuse landschappen weten op te roepen, dat is eigenlijk de samenvatting van deze uiterst bijzondere, subtiele plaat die misschien niet voor alle oren geschikt is, maar wel verdient door velen gehoord te worden!

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website