RAFIKI JAZZ - HAR DAM SAHARA

Terwijl de meerderheid van de (muzikale) wereld zich nog het hoofd aan het breken was over wat nu eigenlijk “wereldmuziek” is, waren in Sheffield, Engeland, een aantal muzikanten in 2008 al bezig met het tinpraktijk brengen van dat begrip. Acht muzikanten uit vier continenten ontmoetten elkaar en kwamen gaandeweg tot de ontdekking dat er niet zoiets als “muzikale grenzen” bestaat: oorspronkelijk ging het om muzikanten uit de buurt, die wilden kennis maken met een aantal collega’s die als vluchteling in hun buurt aangespoeld waren. Vandaag, negen jaar later, zijn ze er met een plaat, waarop de muziek van hun aller diverse achtergronden tot een ijzersterk geheel gesmeed wordt. Het woord “jazz” in de bandnaam verwijst niet zozeer naar het muziekgenre, maar veeleer naar de vrijheid, die achter die term vermoed wordt. In het Urdu betekent de titel van de plaat zoveel als “er is altijd steun” en die wijze, hoopvolle spreuk, is zowat de rode draad doorheen de vijftig minuten, die de zeven tracks op deze plaat in beslag nemen.

Opener “Sunno” -een beschouwing over de onvermijdelijkheid van de dood- zet al meteen één van de kenmerken van Rafiki Jazz in de kijker: de kora van de van oorsprong Senegalese Kadialy Kouyaté en de indrukwekkende vocalen van Sufi-zangeres Sarah Yaseen. Die is echter slechts één van de twee zangeressen, die de band stutten. De uit Jeruzalem stammende Avital Raf is de andere en zij is, naast haar werk in Rafiki Jazz, ook op bepaald indrukwekkende wijze onder eigen naam met muziek bezig. Haar samenwerking met de Schotse cellist Pete Harvey op “The Believer” is overigens een van de meest beklijvende platen, die ik de voorbije jaren hoorde en haar manier van zingen opent werkelijk een wereld, zeker wanneer beide dames in duet gaan zingen, zoals op “Saya” of “Har Chand Sahara”.

Eén en ander leidt de band op een parcours, dat zowel langs de Qawaali passeert (zie “Jhooli Laat Qalandar”) als de Afrikaanse griottraditie in de kijker szet (op bv. “Cheikh Amadou Bamba”). Daar worden geregeld Latino-accenten aan toegevoegd, wanneer percussionist Guery Tibirica de berimbau bovenhaalt of pandeiro begint te spelen. Meer Aziatisch wordt het, wanneer de ney- of kawala fluitklanken van Mina Mikhail Salama aan bod komen, zoals in “Tasbih”.

Dat levert, alles bijeen opgeteld, een hemelse plaat op, die eigenlijk als perfect lesmateriaal gebruikt kan worden voor mensen, die iemand moeten uitleggen hoe wereldmuziek nu eigenlijk klinkt. De Engelse vakbladen spaarden hun lofbetuigingen voor deze plaat niet en, ondanks hun immer aanwezige chauvinisme, wanneer het erop aankomt muziek van eigen bodem tot de beste ter wereld top te kloppen, hebben ze deze keer absoluut gelijk: dit is namelijk een wereldplaat, in alle betekenissen van het woord!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label : Riverboat
distr.: Music & Words

video