ABE PARTRIDGE - COTTON FIELDS AND BLOOD FOR DAYS

Volslagen nieuw voor mij is deze oude man in het lichaam van een laat-dertiger. Abe Partridge is een apothekerszoon, die opgroeide met de grunge van de jaren ’90, maar die zijn thuisstaat Alabama verliet om midden in het niets van Kentucky in te treden bij een zwaar-gelovige congregatie, waar hij predikant werd. Daaraan voorafgaand, had hij een baantje als trucker, dat hem vaak naar plaatsen bracht waar de tijd had stilgestaan en waar hij, voor geen geld, de fraaiste oude platen kon kopen, waarvan hij er dan later een deel verpatste op e-Bay, wat hem dan weer onder de aandacht bracht van de belastingdiensten, die hun deel van zijn koek kwamen opeisen.

En dat voorval is dan weer de directe aanleiding tot de tweede song van deze fysieke debuutplaat -er was eerder al een digitale EP-, die een prachtige, maar nogal omslachtige titel meekreeg: “Ride Willie Ride (or thoughts I had while contemplating both the metaphysical nature of Willie Nelson and his harassment by the Internal Revenue Service”: een heel eenvoudige melodie, met slechts banjo, bas, gitaar en mandoline in de begeleiding, in de puurste John Prine-stijl, inclusief de wat wrange ironie, waar het refrein telkens afsluit met het zinnetje “the ORS will take your money, but they can’t take your soul”.

In “I Wish I was a Punkrocker” gaan de gitaren stevig scheuren, maar het merendeel van de songs blijft bij heel sobere instrumentatie, omdat de teksten de voornaamste dragers zijn van Abe’s boodschap. En die is bij momenten heel bijzonder, want -zo denk ik toch- bij momenten behoorlijk autobiografisch: Tom Waits en Townes Van Zandt zijn niet veraf in opener “Colours” en in “Out of Alabama Blues” dat erg rustig begint, maar algauw, zodra de gitaar stevig tekeer begint te gaan, erg dwingend, zelfs dreigend wordt en eindigt als één grote wanhoopskreet, die verder doorklinkt in het pikzwarte The Ghosts of Mobile”, waar het kennelijk niet moeilijk is om de Duivel te vinden.

Gelukkig sijpelt er af en toe ook een (fijn) straaltje licht door de duisternis heen: “Our Babies Will Never Grow Up To Be Astronauts” heeft voldoende ironie in zich om bij de luisteraar de mondhoeken omhoog te doen kruipen, al blijkt de pret iet van heel lange duur, want met “Prison Tattoo” is alweer donkerder dan zwart. De man weet zijn demonen te lokaliseren, durf ik te denken: we hebben de verdomde plicht iets van het leven te maken, wat er zich ook allemaal op onze levensweg voordoet. Dat is wellicht allemaal een restant van de tijd die hij in de gelovigencongregatie doorbracht. Een mens gaat dan al eens het denken over wat er in het leven was, geweest is en zou kunnen komen.

Grappige anekdote: toen Abe bij de gelovigen verbleef, moest hij het merendeel van zijn platen van de hand doen, omdat ze “des duivels” waren. Alleen de oude bluesplaten mochten blijven, omdat de ouderen van de gemeenschap daarmee opgegroeid waren. In waren Son House-stijl besluit Abe de plaat met “Satan, Your Kingdom Must Come Down”. Zo is hij even weer de predikant, die hij ooit wilde worden, maar dan weer achterliet tussen Kentucky en Mobile, Alabama. Abe Partridge heeft al flink geleefd, zoveel is duidelijk. Zolang hij dat materiaal blijft gebruiken om er platen mee te maken van het gehalte van deze “Cotton Fields…” ben ik de laatste, die je daarover hoort klagen, want deze is werkelijk een héle knappe !

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Skate Mountain Records
distr.: Sonic RendezVous

video