CATRIN FINCH & SECKOU KEITA - SOAR 

ARC Music brengt sinds jaar en dag wereldmuziek uit. Ze hebben niet de naam en faam van andere labels, maar in de heel uitgebreide waaier cd’s vind je echt wel je gading. Soms nemen ze al bestaande platen op in hun bestand en daar hebben ze een neus voor. Ook ‘onze’ MANdolinMan bracht er zijn eerste cd ‘Old Tunes Dusted Down’ en zijn derde ‘Unfolding The Roots’ in onder, wat meteen meer internationale uitstraling moet geven. Zonet verschenen, om zomaar een idee te geven, ‘Night Chants – Native American Flute’ van Gary Stroutsos en ‘MEXICO – The Best Boleros From The Costa Chica’ van diverse lokale artiesten. Einde mei verschijnt opnieuw een Griekse collectie van Michalis Terzis (de huiscomponist van ARC wat Grieks betreft), nieuw geschreven songs in de stijl van bekende Kretenzische kunstlied componisten als Yannis Markopoulos, gebracht door volkse zanger en lyraspeler Vasilis Skoulàs, één van Kreta’s bekendste artiesten. Het is nauwelijks bij te houden en al zijn het zeker allemaal geen meesterwerken, het is een interessant label. Er zijn trouwens ook free downloads.

Bij ARC hebben ze goed begrepen dat ze met ‘SOAR’ van Catrin FINCH - Seckou KEITA een goudhaantje in huis hebben gehaald. ‘SOAR’ verwijst naar de visarend, een hoogst merkwaardige jachtvogel, osprey in het Engels. Jaarlijks maakt die immers een migratie van haast 5000 km, van de West-Afrikaanse kusten naar de riviermondingen van Wales, terwijl hij hoog boven de door de mens kunstmatig gemaakte grenzen vliegt (to soar = zweven, een hoge vlucht nemen) Die poëtische vlucht is niet zonder achterliggende betekenis. Het laat zich raden dat de muziek van ‘SOAR’ migratie en reizen als achtergrond heeft, iets wat diepe voren trekt in onze tijden diepe sporen nalaat, politiek, economisch maar voor socio-cultureel. Het duo ziet de visarend als symbool voor ‘SOAR’, want ze zijn zelf afkomstig van begin- en eindpunt van de migratie en daar houdt de vergelijking niet op.

De Welshe harp en de West-Afrikaanse kora (21-snarige kalebas die tot de harpen wordt gerekend; ze ziet eruit als een gitaar maar wordt rechtop bespeeld) hebben een verwante klank, spelen in hun onderscheiden culturen, de Keltische en de West-Afrikaanse, een grote rol. Beide cultuurvelden (wnt het gaat om geografisch uitgebreide gebieden) bezitten bovendien een uitgesproken traditie van rondtrekkende barden, tot voor enkele generaties zuiver oraal. Harpiste Catrin Finch komt uit Cymru (= Welsh voor Wales) en korapseler Seickou Keita uit Casamance in Senegal. Keita is via zijn vader een telg van de Keitadynastie van Mali, behorend tot de Mandinka of Manding, zo’n elf miljoen mensen verspreid over een twaalftal Afrikaanse landen, de meeste in Mali en Ivoorkust. Ze zijn de nazaten van het Mali rijk van de 13e eeuw. Langs moederszijde is Keita een griot (de Cissokho familie) Een griot (ook djeli genaamd) is een dichter, muzikant, lof- en hofzanger en vooral de bewaarder en verteller van de mondeling overgeleverde geschiedenis van volk en adel, gazet, computer, archief en entertainer in één persoon. Vanzelfsprekend is een deel van die functie overbodig geworden, maar die zindert nog na. Seckou Keita zet de traditie van grootmeester Toumani Diabaté verder maar gaat verder: hij aarzelt niet zijn eigen muziek te toetsen aan rock, jazz, funk, folk, wereld zoals klassiek Indisch.

Catrin Finch van haar kant beheerst zowat alle Welshe instrumenten, speelde als harpiste met orkesten en grote namen over de hele wereld (James Galway bij voorbeeld), maar de titel van ‘Queen Of Harps’ springt het meest in het oog, als harpiste van de Prince of Wales (2000-2004) Ook zij heeft uitdagingen gezocht. Zo speelde ze onder meer met Toumani Diabaté. Het was naar verluidt een idee van het Theatr Mwldan (Cardigen, Wales) en Astar Artes Recordings om Finch en Keita bijeen te brengen. Die twee hebben al vaker de handen in mekaar geslagen. Zo gaven ze Finch en Keita in 2013 de kans om een eerste samenwerking uit te brengen, ‘Clychau Dibon’, dat het schopte tot fRoots Album Of The Year, nog andere prijzen in de wacht sleepte en een hoop lof toegezwaaid kreeg. Het is dan ook een prachtig album dat te veel onder de radar is gebleven, een bij ons weten eerste ontmoeting tussen de twee instrumenten (maar we zullen daar onze hand niet voor in het vuur steken) Het nieuwe ‘SOAR’ kan dat nu misschien rechtzetten, want het duo brengt de acht stukken met bijzonder veel liefde, vakkennis en ontdekkingsvreugde.

Opener ‘Clarach’ is één brok etherische schoonheid, maar, en dat is het punt voor de hele cd, zonder te vervallen in zweverig gedoe, want de visarend weet hij doet, hoog cirkelend maar klaar om te duiken naar zijn prooi. In ‘Téranga-Bah’ hoor je naar het einde toe Seickou zingen, iets wat hij nog elders doet, maar spaarzaam. Verstilde emotie in het eerste deel ‘Yama Ba’ met een fraai ritmisch patroon. Langzaam gaan ritme en volume de hoogte in, zonder de mooie waaier aan emoties te verbreken. ‘Bach To Baïsso’ doet precies dàt: het vervoert de barok, een hoogtepunt in uit de westerse muziekgeschiedenis, naar Baïsso (plaats in zuidelijk Senegal) De harp zet in en de kora wacht geduldig en komt gaandeweg zijn partij meespelen, een mooie constructie. ‘1677’ drijft op een riff die de spanning constant op peil houdt en dat volhoudt tot het einde, erg filmisch. In (gewild) contrast daarmee is het daaropvolgende heerlijke ‘Listen To The Grass Grow’, als de zon die doorbreekt na een periode vol somberte en regen.’Hinna-Djulo’ en ‘Cofiwch Dryweryn’, met zijn dromerige aanzet, doen recht aan de twee geografische polen van dit verhaal, the best of both worlds als het ware, want in dat slotnummer hoor je beider stem in perfecte symbiose. ‘SOAR’ is een ontdekkingsreis waar je de tijd voor moet nemen, voedsel voor hongerige zielen. Niet makkelijk in ons alles instant tijdperk, maar we roeien toch zo graag die andere richting uit…

Antoine Légat.

 

Artiest info
Website  
 

Label: BENDIGEDIG

video