THE TEXAS GENTLEMEN - TX JELLY

In Texaanse muziekmiddens opereert sinds enige tijd een los-vast collectief van studiomuzikanten die in hun vrije tijd backingband spelen voor de Grote Texaanse namen als Kris Kristofferson, Ray Wylie Hubbard, Leon Bridges, Joe Ely en Nikki Lane. Het was dan ook uitkijken naar het CD-debuut van deze club, die, gebruik makend van de tijd die vrijkwam bij een onverwacht weggevallen opnamesessie in de Muscle Shoals Studios, in nauwelijks vier dagen tijd niet minder dan 28 songs opnamen, waarvan er uiteindelijk elf op deze debuutplaat terecht kwamen.

De plaat is er al enkele maanden maar kwam pas recent op onze deurmat terecht en bracht de voorbije paar weken flink wat tijd door in onze CD-speler en dat was nodig, want, waar je van een supergroep, die zichzelf positioneren in het rijtje van legendarische backing bands als The Wrecking Crew, The Muscle Shoals Swampers en The Band, verwacht je een à la minute toegankelijke plaat en laat dat nu net zijn, wat “TX Jelly” niét geworden is.

Bandleader en producer Beau Patrick Bedford, die we ook kennen van zijn bijdragen aan het werk van Jonathan Tyler, Band of Heathens, Somebody’s Darling en Paul Cauthen, staat in Texas en wijde omgeving bekend als één van de meest veelzijdige producers van de huidige generatie en hij komt dus veel volk tegen. Gitarist/percussionist Ryan Ake is zo iemand, met wie Bedford werkte bij Nikki Lane en Jonathan Tyler. Ook Kirby Brown, van wie we “Child of Calamity” nog geregeld uit de kast halen passeerde in Muscle Shoals, zij het enkel voor wat backing Vocals op “Gone”, een rol die ook weggelegd is voor Paul Cauthen, bij wiens “My Gospel” Bedford ook een flinke vinger in de pap had. Hij speelde gitaar en zong op zijn eigen nummers “Move” en “My Way”, voor ondergetekende het hoogtepunt van de plaat, al besef ik maar al te goed dat dit puur een kwestie van smaak is. Op de “My Gospel”-CD van Cauthen, was de piano het speeltje van Daniel Creamer, die ook tot de kern van de Texas Gentlemen blijkt te behoren en zo’n beetje de huiscomponist genoemd mag worden, aangezien hij de hand heeft in de helft van de songs, die door de band zelf geschreven werden. Ik mag echter Nicholas “Nik” Lee niet over het hoofd zien, de gitarist, die haast evenveel vingers in de pap had.

Met zulke basiselementen, kan je allicht een sterk potje koken en dat deed Bedford dan ook, al vind ik de CD toch wat onevenwichtig: een paar tracks, die wellicht zeer plezant waren om er in de studio mee aan het freewheelen te gaan en die wellicht uitermate geschikt zijn voor live shows, haalden de plaat, al had dat niet gehoeven: de ruim acht minuten lang uitgesponnen cover van “Shakin’ All Over”, bij voorbeeld: iedereen kent die song en live betekent dat een score voor elke band, maar aan deze plaat voegt-ie niks wezenlijks toe, in tegenstelling tot bij voorbeeld “Pretty Flowers”, gezongen door schrijver Dan Dyer. Hetzelfde bezwaar heb ik tegen de titeltrack, die ook meer van een spielerei heeft dan van een “echte” song.

Dat belet allemaal niet dat ik dit een heel leuke plaat blijf vinden en dat het voor een artiest een zaligheid moet zijn, begeleid te kunnen worden door kerels van deze allure. De plaat had echter nog beter kunnen zijn, als er ietsje meer gewied was geweest in de tracklisting.

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

CD Baby

Label: New West
distr.: PIAS

video