JAWHAR - WINRAH MARAH

Het werd me, naar aanleiding van deze CD maar weer eens duidelijk, hoe weinig we in Vlaanderen afweten van wat er aan de andere kant van de taalgrens beweegt op muzikaal vlak. Zelf heb ik het geluk gehad dat een collega me enkele jaren geleden de CD “Qibla Wa Qobla” bezorgde, toen die net de Octave -da’s de Waalse tegenhanger van de Mia’s- voor beste wereldmuziek behaalde, maar letterlijk niemand in mijn vriendenkring had/heeft al ooit gehoord van deze bij ons residerende Tunesiër, die nu terug is met zijn derde CD. Jawhar heeft een grote liefde voor taal - hij is al heel lang ook in het theater actief- en al begrijp ik geen jota van zijn Arabisch, toch heb ik ook nu weer het gevoel dat ik doorheb wat hij wil zeggen.

Waar de vorige plaat heel intimistisch klonk en erg sober was van klank -de naam Nick Drake dook destijds in zowat elke recensie op- is Jawhar er deze keer met een band en, naar eigen zeggen, wilde hij deze keer meer iets maken in de richting van wat de Canadezen van Timber Timbre doen en dat “freakfolk” of “psychedelische folk” genoemd wordt. Dat was al te horen op de vooruitgestuurde single en titelsong, waarin de band een stilaan naar rock neigende sound neerzet en waarin de zanger beschrijft hoe een vrouw op zoek gaat naar het kind dat ze nooit gehad heeft. De menselijke geest is tot heel veel in staat en kan zich kennelijk zozeer inbeelden dat er ooit wel een kind was, maar dat dat nu verdwenen is. Vanaf dat moment draait het leven van de vrouw nog maar om één ding: ze moet en zal het kind terugvinden…Mooie clip, trouwens, die ook nog in het Engels ondertiteld is en dus toegankelijk is voor elk van ons. Dat ik verder geen songtitels vermeld, heeft alles te maken met het feit dat ik het handschrift op het hoesje van de promo niet kan lezen en dat het schijfje zelf ook geen soelaas brengt.

Jawhar is een Tunesiër, dat vermeldde ik al, maar ik herhaal het nog eens, omdat wij ons hier totaal niet kunnen voorstellen wat het is, te moeten leven in een land waar je bij elk woord, elke voetstap…gecontroleerd wordt en de volksopstand van 2011 tegen president Ben Ali was de uiting van de volkswil om meer vrijheid te krijgen. Die vrijheid kwam er ook, voor heel even dan toch, want al te snel maakten de “modernisten” akkoorden met de islamieten en kreeg de prille democratie lood in de vleugels. Het is die evolutie van de Tunesische maatschappij, waar Jawhar het op deze plaat over heeft, zonder dat je echter van een politieke plaat kunt spreken: hij observeert, registreert en stelt van dat het godsdienst-extremisme geen uitsluitend Arabisch gegeven is, maar eigenlijk overal in Europa woekert. Jawhar was er zich, bij het maken van de plaat, terdege van bewust dat een groot deel van de mensen, die de plaat te horen zullen krijgen, geen Arabisch verstaan en dus concentreerde hij zich op de klanken, de muzikaliteit van de worden, zodat je de schoonheid van de teksten ook kunt aanvoelen, zonder dat je ze begrijpt. Het gaat om een samengaan van dingen: de manier waarop hij zingt, de klanken, die hij produceert, de muzikale omkadering, die gebruikt wordt…het levert, alles tezamen een heel mooie plaat op.

Ik durf te hopen dat we de man komende zomer op enkele van onze betere festivalpodia zullen kunnen zien en ik zit nu al stilletjes te hopen dat één of andere verlichte geest Jawhar ooit met Piet Goddaer in contact brengt: ze lijken mij zusterzielen te zijn.

(Dani Heyvaert)

 

 

 


Artiest info
Website  
 

Bandcamp

video