ADRIAN KWELEPETA - LIVE OR DIE STORY

Het verhaal achter deze debuutplaat is zodanig onwaarschijnlijk, dat ik het u niet wil onthouden, al hou ik er rekening mee, dat een deel ervan uit het brein van de promoschrijver van de platenfirma komt, maar dit terzijde…

Toen Adrian’s mama zo ongeveer moest gaan bevallen, had ze een droom: ze zag haar jongen op een podium staan voor een heel groot publiek in wat, naar zij dacht, Europa was. Hij speelde gitaar en de menigte hing aan zijn lippen. Mama was, zoals zovele vrouwen in Malawi, een alleenstaande moeder, die haar gezinnetje trachtte te onderhouden door tweedehandskleren te verkopen op de lokale markt. Op Kerstdag van het jaar waarin Adrian 8 werd, had zij voldoende bijeengespaard om een kip, een paar uien, enkele tomaten en een zak rijst te kunnen kopen: dat zou een heus feest worden, want kip eten, dat kon je hooguit een paar keer per jaar.

Toen mama echter op de markt aankwam, stond daar een kerel zelfgemaakte gitaren te verkopen: heel primitieve instrumenten, van recuperatiehout en -metaal, een geitenvel als afdekking van de klankkast en vier remkabels van een fiets als snaren. De droom van jaren geleden kwam haar opnieuw voor de geest en in plaats van kip en groeten, kocht mama zo’n gitaar voor haar jongen. Toen ze er mee thuiskwam, rende Adrian naar haar toe, na het “instrument” van haar over en bedacht terplekke twee liedjes.

Enkele jaren later bracht een oom, die in Zuid-Afrika werkte, voor Adrian een gitaar mee, die er veel echter uitzag en zes snaren had, maar nog altijd met remkabeltjes bespannen was en uiteindelijk duurde het tot Adrian 14 was, voor hij zijn eerste echte gitaar in handen kreeg. In de tussentijd had hij zich op de primitieve afkooksels zodanig bekwaamd in het liedjesschrijven, dat hij -vrije tijd zat, natuurlijk: geen computer, geen TV…-werkelijk over alles nummers kon schrijven en vandaag -Adrian is intussen 23- hebben we zijn echte debuutplaat voor ons liggen: tien songs van eigen makelij, waarop de jongeman alles zelf zingt en daarnaast ook de percussie- en gitaarpartijen voor zijn rekening neemt. De plaat werd al een kleine twee jaar geleden opgenomen voor een Engels label dat in Malawi actief is, maar krijgt nu pas distributie hier in Europa en ze bevat een mix van pop, R&B, folk en wat we gemakshalve als “world” omschrijven.

Ik ben geen kenner van de Malawi-muziekscene, maar als ik lees dat Adrian beschouwd wordt als rolmodel voor de jeugd van zijn land en als uitzetter van de lijnen voor wie iets met muziek wil doen, dan vermoed ik dat we over afzienbare tijd nog wel wat fraais van ginds mogen verwachten. Daar geeft deze plaat alle aanleiding toe. Ze mag dan niet meteen super-innoverend zijn, de jongen kan inderdaad liedjes schrijven en hij heeft een innemende stem, die bij momenten doet denken aan die van de jonge Johnny Clegg en met vergelijkbare intensiteit zijn teksten de wereld in slingert.

Het zal wel aan mij liggen, of aan mijn verwrongen geest, maar de nummers die mij het meest kunnen bekoren, zijn die met exotisch klinkende titels: “Ey Yo” en “Chulu Cha Nchele”. Als ik U was, dan zou ik bij die twee beginnen, bij wijze van kennismaking met een beloftevolle jonge kerel, die zeker nog moet groeien, maar nu al blijk geeft van veel potentieel.

(Dani Heyvaert)

 

 

Artiest info
Website  
 

label : Spare Dog Records
distr.: Xango

video