ORCHESTRE TOUBAB - TEERU DEGGOO

Ik herinner me nog erg goed het golfje van verbazing dat door het gild der Belgische wereldmuziekliefhebbers ging, toen een drietal jaar geleden “Tukki Janeer” verscheen, de debuutplaat van een ensemble dat qua naam meteen aan het Orchestre Baobab deed denken, maar volledig uit bleekscheten van bij ons bestond. Monden vielen open, iedereen, die de plaat hoorde, was er enthousiast over, maar veel werd er, na het verschijnen van de plaat, niet meer over vernomen.

Vandaag zijn ze er met hun opvolger, die vrij vertaald “Haven van Harmonie” betekent in het Wolof. De verwijzing naar havens als plaatsen waar mensen en culturen elkaar ontmoeten, lijkt me duidelijk Het kwartet van toen werd inmiddels een kwintet, dat voor de plaat nog aangevuld wordt met een aantal gasten als Aida Dao, Manssata Sora, Ben Ngabo, Yannick Koy en Coco Malabar -allemaal aan de vocale kant-, Chris Thirion op djembé en Bao Sissoko op Kora.

De plaat -ze is 12 nummers en 71 minuten lang- werd haast volledig bijeen geschreven door bandleader Robert Falk, die slechts op een paar momenten een traditionele melodie gebruikte om er op voort te bouwen en ze biedt een amalgaam van wereldmuziekgenres, die alle met een jazzy sausje overgoten worden. Zo is er opener “”Fo Yelam” Ti Boin”, wat in Burkina Faso zoveel betekent als “goeiemorgen”, zodat je de band alvast geen gebrek aan opvoeding kunt verwijten. Met “El Sombrero del Gato” duiken we de tango in -de titel verwijst naar saxofonist Gato Barbieri, die steevast een hoed droeg-, terwijl “Umugore W’Ibanga” naar Rwandese intore knipoogt en “Article 16” -leuke verwijzing naar het Congolese “article quinze”, dat zoveel betekent als “trek je plan”- dan weer helemaal in soukous gedrenkt is.

De instrumental “Brontolaõ” draait om de pizzicato-viool van Benoît Leseure en de staande bas van brombeer Alessio Campanozzi, aan wie deze bossa-nova opgedragen is. Ook op het mbalax-geïnspireerde “Soumbedioune”, een verwijzing naar een vissersdorpje dat intussen volledig opgeslorpt is door hoofdstad Dakar speelt de viool een hoofdrol, terwijl Coltrane als inspirator vermeld wordt voor het oudste nummer van de plaat, “Baktutop”, dat Falk al in 1982 componeerde, maar nu volledig heraankleedt en daarbij de bas in de schijnwerpers plaatst. Benoît Leseure wordt voor eventjes “Benny Lezzar” in “Peace Street”, waarin hij zijn raggaman-alter ego bovenhaalt voor een fijne melodie, waarin jazz en reggae om elkaar heen dansen.

Met “Gatanu” zitten we opnieuw in Rwanda, terwijl “Tokoro” een poging is om, op Giunese wijze, de kllank van de kora na te bootsen met half-gedempte gitaarsnaren en afsluiter “Sanaa” is een herwerking van de Mandingue-traditional “Sanou”, waarin Manssata Sora vocaal mag schitteren en de kora van Bao Sissoko een andere hoofdrol opneem. Als je dit alles bijeen optelt, kom je tot een heel gevarieerde plaat, waarop fijne composities in verschillende stijlen het bewijs leveren van wat wij hier in deze kolommen al eens vaker durven te beweren: muziek overstijgt alle grenzen!

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website  
 

label : A3 Production
distr.: Xango

video