KORA JAZZ TRIO - PART IV

Het oorspronkelijke en heuse Kora Jazz Trio onderging in de loop der jaren best wel wat personeelswijzigingen, met als gevolg dat de versie, die ons “Part IV” van hun oeuvre levert, vandaag uit acht muzikanten bestaat? Van de groep van het eerste uur blijven nog pianist Abdoulaye Diabaté en percussionist Moussa Sissokho over -Djeli Moussa Diawara is er dus niet langer bij- ende kora is nu in handen van Chérif Soumano, bekend van zijn samenwerkingen met Deedee Bridgewater en Tiken Jah Fakoli. Daaraan toegevoegd, vinden we op dit zesde -ondanks de titel- deel de stem van Woz Kaly, de staande bas van Manuel Marchès, nog meer percussie van Boris Caicedo, gitaar van Hervé Morisot en de balafon van Adama Conde.

Qua repertoire dat deze keer voorligt, tel ik elf nummers, waarvan drie covers, zeven composities van Diabaté en eentje, de opener “Djanffa”, dat van de hand van Soumano is. De covers, zijn jazzy interpretaties van Paolo Conte’s “Via con Me”, Cesaria Evora’s “Sodade” en “Moanin’” van Art Blakey’s Messengers, die alle drie de verwachte en tegelijk verrassende Kora Trio-behandeling ondergaan:”Via con Me” een op piano drijvende, swingende en door kora voortgestuwde versie, waarbij je nochtans enigszins de heerlijke bromstem van Conte mist, al klinkt het geheel best knap, maar een stem als die van Conte vervang je niet zomaar door een ander instrument. Datzelfde kleine bezwaar geldt eigenlijk ook voor “Sodade”, een nummer dat, in de versie van Cearia Evora, een meerwaarde kreeg door het timbre van de stem, die de vleesgeworden saudade belichaamt en hier, naar mijn gevoel een iets te opgewekte ondertoon meekrijgt, al kan ik met de slechtste wil van de wereld niet beweren dat de gitaar, de kora, de percussie en de piano an sich nit goed klinken, maar ik kan het niet hepen dat ik een beetje een cruiseschipgevoel krijg bij deze instruentale versie: het nummer weegt op zich iets te licht om, zoals hier, een puur instrumentale versie van dik zes minuten te krijgen. De stem ontbreekt….Dat speelt veel minder een rol bij “Moanin’”, dat van oorsprong al geschreven werd door een pianist (Bobby Timmons) en dat veel beter bestand is tegen de behandeling van het Kora Jazz Trio, die overigens op zich ook al minder ingrijpend is, dan wat men aanvangt met de twee overige covers en die op deze plaat voor een groot deel overeind gehuden wordt door de heel fraaie baspassage, die Marchès neerzet.

Wat de eigen songs betreft, heb ik weinig bemerkingen, behalve dan misschien dat, naar mijn gevoel, de percussie een tikkeltje minder nadrukkelijk in de mix gemogen had, zodat het evenwicht tussen jazz en Afrikaans wat duidelijker werd. Nu is het bij momenten nogal nadrukkelijk Afrikaans-met-jazz-accenten, terwijl het omgekeerde me allerminst gestoord zou hebben. Dat alles belet niet, dat er op ontzettend hoog niveau gemusiceerd wordt, maar ik begin een beetje te vrezen voor sleet op de formule. Al kan dat helemaal aan mij liggen en al is dit in de verste verte geen slechte plaat, maar de eerste twee volumes hadden nog het voordeel van de verrassing en dat is nu wel helemaal uitgewerkt.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
   
 

label : Cristal Records
distr.: Xango

video