BA CISSOKO - DJELI

Beetje vreemd verhaal, deze “Djeli”: volgens mij -en mijn platenrek geeft me gelijk- werd deze CD een jaar of twee geleden al eens uitgegeven met dezelfde kafttekening, maar verschillende kleurencombinatie. Welke de reden is achter het feit da de plaat nu opnieuw opduikt in allerhande release-lijsten, is me niet bekend, maar het heeft vermoedelijk met distributiedeals te maken. Of met het feit dat we de Guinese band komende zomer op onze festivalpodia mogen verwachten….

Hoe dan ook: bij mijn weten is “Djeli” de vijfde plaat van deze Guinese band rond gitarist en koraspeler Ba Cissoko en gitaarwonder Abdelouaye Kouyaté. Familienamen als deze, draag je niet zomaar: dan ben je van griot-afkomst en heb je de plicht een schakel te zijn in de keten der mondelinge overdracht van verhalen. We weten intussen, zo vermoed ik toch, welke rol de griots spelen bij een aantal Afrikaanse volkeren en op deze plaat, doet het intussen tot een vijftal geëvolueerd ensemble niet anders dan wat andere griots doen: de orale traditie mee in stand houden. De twee al genoemde muzikanten, krijgen hiertoe het gezelschap van de kora van Karamoko Bangoura, de bas van Ibrahima Kourou Kouyaté en de drums van Alhassane Camara.

De plaat klinkt vanaf het begin vrij vertrouwd en, omwille van de samenstelling van de band kun je ook nauwelijks iets anders verwachten: de kora staat steevast op het voorplan endie is, zoals bekend, het favoriete instrument van de Mangingue-griots, die door henzelf “Djeli” genoemd worden. In de titelsong wordt de lof gezongen van de families Fakoly en Kouyaté, zodat we al meteen een beeld hebben van de setting…Voor “N’Fasso” wordt een iets makkelijker reggae-ritme van stal gehaald en wordt de bestemmeling van het lied eraan herinnerd, dat hij, om te kunnen vooruit gaan in het leven, nooit mag vergeten waar hij vandaan komt en dat hij respect moet blijven hebben voor het werk op het land, voor de rituelen en gebruiken en dat hij zeker niet diegenen mag vergeten, die achtergebleven zijn in het dorp. Tussendoor laat Abdelouaye horen waarom hij de bijnaam “mandingue Hendrix” kreeg…

Veel rustiger gaat het eraan to in het dromerige “Djougouya”, terwijl in “C’est pas facile” één van de kernproblemen van migratie bezongen wordt: de Europeanen willen je weg en in Afrika wil men je niet terug.”Baye Fall” gaat over de Touba-gelovigen, die in Senegal en Guinée geconcentreerd zijn en waarvan Ibrahima Fall vandaag de leider is. het zeer zomerse “Teme” is een gegarandeerde zomerhit, die de schoonheid van een meisje bezingt en “Mamadou” vertelt het verhaal van een man, die “het gemaakt heeft” en vandaag zo puissant rijk is, dat hij kan tegenhouden war hem niet bevalt en kan realiseren wat hem wél aanstaat. De meer hedendaagse versie van mandingue wordt bij uitstek gebruikt in wat voor mij de toptrack van de plaat is: “Khebui”, een lied waarin aandacht gevraagd wordt voor de ouders, de jongeren, de kinderen en dat opgehangen wordt aan het verloop van een dag. Heerlijke song, waarin de kora kan schotteren, maar ook bas en drums hun plaats krijgen.

Al met al is dit een fraaie koraplaat, die wellicht geen bakens zal verzetten, maar zich wel erg vlotjes laat beluisteren en die bij machte moet zijn om Westerse oren de oversteek te laten maken. Benieuwd of dat wat wordt, komende zomer…

(Dani Heyvaert)

 

 


Artiest info
Website  
 

label : 10H10
distr.: Xango

video