KÙZYLARSEN - LE LONG DE TA DOUCEUR

Het lijkt wel alsof Mathieu “Kouzy” Larsen mijn pad redelijk vaak kruist, zonder dat hij het weet en ik het verwacht: ik kwam ooit helemaal onverwacht op een concert van hem terecht in de Brusselse Café Central, waar hij met een gezelschap speelde, dat zich Les Blablablas liet noemen en al even ongepland hoorde ik hem in duo bezig tijdens het meest recente Brussels Jazz Weekend, toen hij in duo met zangeres Alice Van de Voorde aan de slag was in Le Jardin de ma Soeur, bij de Brusselse Vismarkt. Tweemaal werd ik aangenaam verrast door een kerel die zijn chansons en zijn rocknummers begeleidde op oud: helemaal gebruikelijk is dat toch niet en toen ik dus deze CD opzette, duurde het even voor ik doorhad dat het om dezelfde man ging, die voor de gelegenheid kennelijk zijn naam aangepast heeft en er een merknaam van gemaakt heeft.

Ook Alice Van de Voorde is de hele plaat lang van de partij, als zangeres en bassiste en leuk om weten is dat zij, naast een heel competente muzikante en zangeres -zie onder meer La Chiva Cantiva en Who’s the Man-, ook de dochter is van Roger-Marc Vande Voorde, de zanger en oprichter van de geweldige Polyphonic Size, de in de eerste helft van de jaren ’80 bijzonder succesvol was bij ons en in een flink aantal buitenlanden. Kloot Per W maakte er deel van uit en, toen de band een jaar of acht geleden een nieuwe start nam, was Alice er gitariste. Om maar te zeggen dat het bloed kruipt waar het niet kan gaan en dat Kouzy aan haar dus een geweldige sparring partner heeft voor zijn chansons, want dat zijn het toch wel. Ik zou niet weten wat de man ertoe gebracht heeft voor deze plaat het roer nogal drastisch om te gooien en resoluut de toer van het Franse Chanson op te gaan, maar ik ben wel héél blij dàt hij het gedaan heeft. Dit is namelijk een pareltje van een plaat geworden!

Heel intelligente teksten, zoals opener “Je Me Suis Vidée”, dat geschreven is vanuit het standpunt van een fles en dat, net als de meeste andere nummers, een behoorlijke kennis van de taal van Molière vereist om ze helemaal te doorgronden. Die vaststelling brengt een mens algauw bij artiesten als Renaud, Gainsbourg of Charlélie Couture en dat vind ik bepaald goed gezelschap. Neem bij voorbeeld “Le Château Vide”, waar bijgaande YouTube-link u naartoe leidt: daar kun je toch onmogelijk onbewogen bij blijven? De prachtpoëzie van “L’amour et le guerre”, met zijn geweldige duetzang, de titelsong, waar diezelfde duet-vorm de song naar een hemels niveau optilt, de dodelijk efficiënte begeleiding in “Danser sur la corniche” of “Fils de tous”, de fragiele a cappella-aanpak van “Belles de nuit”, het lichtjes Arabische accent dat “Mademoiselle Aïcha” kleurt -en mij meermaals aan Thomas Fersen deed denken-, of afsluiter “Plus personne ne chante ici”, een nummer van Nikos Papazoglou, waar Benoît Laseure met zijn viool een prachtig Oriëntaals accent aan toevoegt….het zijn stuk voor stuk pareltjes, die mij, in deze tijden van nationalistische reflexen, doen beseffen welke rijkdom we toch hebben in dit landje met z’n vele gemeenschappen. Ik doe het al heel lang, maar voor elk van ons kan het absoluut geen kwaad af en toe eens bij de buren aan de overkant van de taalgrens te gaan kijken en luisteren… Mensen, wat is dit een héérlijke plaat, zo net op de valreep van het oude jaar!

(Dani Heyvaert)


Artiest info
   
 

video