AMGALA TEMPLE - INVISIBLE AIRSHIPS

Dat ze in Noorwegen niet te beroerd zijn om redelijk experimentele dingen in de markt te gooien, weten we al een tijdje en deze Amgala Temple is de nieuwste ent aan de Noorse boom. Je kunt dit trio met een gerust gemoed een supergroep noemen, aangezien de drie heren een behoorlijk palmares bijeen gespeeld hebben in de meest uiteenlopende genres. Gitarist Amund Maarud, drummer Gard Nilssen en multi-instrumentalist Lars Horntveth behoren alle drie tot de absolute top op hun instrument. Maarud zou je kunnen kennen van de band met zijn naam, die zo’n vijftien jaar geleden het geweldige blues album “Ripped, Stripped & Southernfried” uitbracht. Eén track daarvan, “She Loves Me, She Loves me Not”, staat overigens op de Blue Mood-jubileumplaat, waarover we het pas enkele dagen geleden in deze kolommen hadden.

Gard Nilssen moet je meer in de jazz situeren; ook hij draait al een dozijn jaren mee en is te horen op tientallen platen, waarvan wellicht die met het trio Bushman’s Revenge het meest bekend zijn in ons deel van Europa. Lars Horntveth is dan weer een geval apart: iedereen in zijn familie schijnt in de muziek te zitten en de samenwerking met zijn broer Martin in bands als Jaga Jazzist en The National Bank, kreeg ook hier nogal wat aandacht, en van de meer dan vijftig platen waar hij aan meewerkte, zullen namen als Thomas Dybdahl, Knut Reiersrud, Todd Terje of A-ha wel menig belletje doen rinkelen.

Die drie heren zijn er nu dus met een nieuw project, waarvan ik, na méér dan ampele beluistering, alleen maar kan zeggen dat het indrukwekkend is. Je moet de muziek situeren in het grensgebied tussen (kraut- of prog)rock, jazz en psychedelica: vijf lange nummers, die samen ruim 48 minuten lopen en die steevast spacey opgebouwd worden, aan de hand van adembenemend drumwerk, wild om zich heen slaande tot jankende gitaarstukken en sax- en synth-klanken, die met meer dan matig succes een sfeer oproepen, die je laat geloven dat je midden in een ruimtecapsule zit.

Daar maak je al meteen kennis mee in opener “Bosphorus”, een ruim 12 minuten durend epos, waarin elk van de elementen, die ik hierboven al aanhaalde, om beurten geêtaleerd worden. Dat de heren niet zomaar hun partij spelen, maar hun drie partijen geweldig laten samenklinken, is wellicht het meest verbazingwekkende van de hele plaat: dit is bij momenten enorm complex, het lijkt nauwelijks met elkaar te verzoenen en toch slaagt het trio erin je mee te nemen op een bedwelmende trip. “Avenue Amgala” heeft een oorwurm van een gitaarmotief in zich en is eigenlijk zeven minuten lang opgebouwd op een steeds weerkerend basmotief, waar de drie naar hartenlust omheen fladderen.

Wat je in “Fleet Ballistic Missile Submarine” hoort -over die songtitels is kennelijk heel hard nagedacht- is heel bijzonder: een heel rustig begin wordt laagje na laagje opgebouwd en barst na een minuut of vier helemaal open tot het een ware vloedgolf van melodieus gitaargeweld wordt en je compleet platslaat. ”The Eccentric” drijft op eerder meditatieve klanken en zet een noodzakelijke stap terug, waarna afsluiter “Moon Palace” zijn titel alle eer aandoet en je tien minuten lang in hogere sferen laat vertoeven. Dat levert een heel bijzondere plaat op, die vereist dat je ervoor gaat zitten en je helemaal laat meedrijven in de schitterende klankenbrij die door het trio wordt uitgestort. Geweldige plaat, die helaas niet voor al te beginnende oren bestemd lijkt te zijn.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Pekula Records
distr.: PIAS

video