ROBERT CONNELY FARR & THE REBELTONE BOYS - DIRTY SOUTH BLUES

 

Dit ongepolijst album dankt zijn ontstaan aan twee ontmoetingen. Songwriter Robert Connely Farr, opgegroeid in Bolton, Mississippi, maar later naar Canada verhuisd, ontmoette in 2017 Jimmy ‘Duck’ Holmes in Bentonia, de laatste behoeder van de Bentonia bluesstijl. Jimmy werd Connely’s mentor en leerde Connely deze obscure stijl aan. Jimmy Holmes had deze stijl destijds zelf geleerd bij zijn leidsman Henry Stuckey. In eenzelfde geest schreef Connely op zijn beurt een achttal songs en voegde er ook een cover van Skip James aan toe, het intrieste ‘Hard Time Killing Floor Blues’ dat hij in een soortgelijke mistroostige waas hulde. Tenslotte was ook deze bluespionier bekend met de Betonia bluesstijl en past deze klassieker in het rijtje van de ‘Dirty South Blues’. Zijn vriendschap met de Canadese songschrijver Leeroy Stagger, was een tweede gelukstreffer, die het album wilde producen omdat ook hij voeling had met deze grimmige, duistere en swampy songs. Daarin hoor je nog vage invloeden van de zwarte bevolking uit de Bahamians, waarmee lang geleden Henry Stuckey zelf in contact was gekomen en die hij had geïntegreerd in zijn eigen bluesstijl.

En zo zet thans de traditie met Robert Connely Farr zich verder, een singer-songwriter steeds bereid om iets nieuws uit te proberen en zich op zijn manier een bluesgenre eigen te maken. Waar hij voordien met zijn andere band ‘Mississippi Live & The Dirty Dirty’ de weg van southern rock opging, kiest hij nu met de vier bandleden, ‘The Rebeltone Boys, voor de ruige, broeierige donkere songs in de Bentonia stijl, waarin je soms een rebellerende ondertoon tegen het racisme kan ontwaren. Alleen het rockende ‘Just Jive’, dat hij samen met Jimmy schreef, doorbreekt de somberte, mede dankzij het bijhorend vrolijk drumwerk. Reeds bij het eerste droefgeestige ‘Ode To The Lonesome’ is de toon gezet, een soort ode aan de eenzaat, sociaal geïsoleerd. Ook het lijzig gezongen ‘Blue Front Café’, met klagende gitaar, klinkt desperaat ondanks dat het over het café gaat waar Jimmy Holmes de eigenaar van is en waar al direct bij hun eerste ontmoeting het mentorschap begon. Die lessen wierpen vruchten af want alle songs baden in diezelfde broeierige kartelige sfeer, waarvan er soms iets onheilspellend uitgaat, zoals bij het inlevend vertolkte ‘Magnolia’. Robert Connely’s stemkleur herinnert hier aan deze van Bruce Springsteen.

En de pareltjes blijven elkaar opvolgen, zoals het broeierige ‘Lady Heroin’ alsof de zanger wegzakt in een onoverzichtelijk zompig moeras. Of nog het mistroostige ‘Cypress Tree Blues’, alsof de bladeren onder een te zware druppelende regen gebukt gaan. Gruizige gitaar, jengelend orgeltje, tintelend pianospel, vintage percussie en bas creëren mede de sfeer van dit tijdloos album waarin de authenticiteit voorop staat. De introspectieve teksten en trieste mood lijken wel inherent aan de sound uit dit deels afgelegen Bentonia gebied in Mississippi. Het strekt Jimmy Holmes, geboren in 1947, tot eer dat hij Connely onder zijn hoede nam en hem in korte tijd wegwijs wist te maken in deze uitzonderlijke bluesstijl waarbij het is alsof je vanuit de moerasdampen nog de geesten ziet opstijgen van de Mississippi Sheiks, Charley Patton en Skip James. Hopelijk zet nu ook Connely Farr de traditie verder. De manier waarop hij zich in deze ‘dirty south blues’ kan inleven houdt alvast garanties in.

Marcie

 

10 cd's te winnen!

Wil je daar kans op maken, dan mail je ons gewoon even:
je naam, je adres en de vermelding
: ROBERT CONNELY FARR & THE REBELTONE BOYS
Binnen een aantal weken wordt uit alle inzendingen de gelukkigen getrokken.
Wij hopen dat u massaal Rootstime - hier - zult mailen
De winnaars worden per mail verwittigd.

Artiest info
Website  
 

CD Baby

video