RICHARD DOBSON - I HEAR SINGING

Op het moment dat ik deze lijnen uittik, is het op vijf dagen na een jaar geleden dat Richard Dobson plots doodging, nauwelijks 75 jaar oud. Dat was best een schok voor heel wat mensen, die de man al decennia lang volgden en dis dus al eventjes overtuigd waren van het immense songwritertalent waarover deze naar Zwitserland verkaste Texaan beschikte. Het volstaat te kijken naar de lijst van mensen, die zijn songs opnamen om daarvan overtuigd te geraken: Johnny Cash, Nanci Griffith, Carlene Carter en Dave Edmunds zijn maar enkelen ervan, maar die namen zouden moeten volstaan om aan te tonen dat het niet toevallig is, dat hij, door kenners, steevast in één adem genoemd wordt met zijn Texaanse generatiegenoten Townes Van Zandt, Guy Clark, Mickey Newbury en Guy Clark.

Dobson had een haarscherp opmerkingsvermogen en hij beschikte over de gave van het woord: in nauwelijks twintig lijntjes kon hij een raak portret schetsen van een mens, een relatie omschrijven of een landschap tot leven brengen. Daarvoor moet je uit erg goed hout gesneden zijn en dat bewijst deze postume plaat nog maar eens. Zoals gezegd, woonde Richard de laatste twee decennia van zijn leven in Zwitserland -de liefde, weet je wel…- in de buurt van de Rijn. Daarvoor had hij zijn stek aan de Golf van Mexico moeten achterlaten, al ging hij nog vaan heen en weer naar Texas. Helemaal erg vond hij die die verhuis kennelijk niet, aangezien hij zelf zong “If you can’t find an ocean, a river will do”. Water was dus belangrijk voor deze visserszoon, die voor deze plaat “Fisherman’s Son” opnam en die verder zijn capaciteiten als liedjesschrijver deelde met Guy Clark (voor afsluiter “So Have I”) en George Enslé (voor “Everything I Need”).

Richard was ook nooit te beroerd om andermans songs op te nemen, al schreef hij zelf talloze geweldige songs/ Hij herkende een goeie song onmiddellijk als hij er een hoorde en zo staan op deze plaat versies van Chris Smither’s “Leave The Light On”, Glen Campbell’s “Less of Me” en Peter Rowan’s “Thirsty in The Rain”. Daarnaast bevat de plaat ook tien eigen nummers, waarvan de meeste nooit eerder beschikbaar waren en in een aantal gevallen na de dood van Richard verder afgewerkt werden door de club onder leiding van multi-instrumentalist Peter Uehlinger, een man waarmee hij al snel na zijn verhuis naar Zwitserland bevriend raakte. Hun werk zit perfect in de sfeer van wat Richard bij leven voorstelde en het lijkt dan ook alsof alles opgenomen werd met Richard erbij, zodat je postuum een Richard Dobson in volle glorie kunt horen. Het volstaat dat je luistert naar een song als “Entre Ayer y Mañana” -met fijne trompetklanken van Brent Moyer- of “When I Get Home, I Play Martin” -Dobson op zijn allerbest- om te weten wat ik bedoel.

Voor de volledigheid: goede vriend Bill Chambers leverde fijne bijdragen op lap steel en pedal steel in “The Sky is Falling”, dat, net als “Fisherman’s Son” samen met Mark Wise geschreven werd. Nu ook Richard Dobson niet meer onder ons, wordt de erfenis voor Tom Russell wel heel zwaar om dragen, maar ook hij kan zich laven aan deze plaat, die, als vanzelfsprekend, op dat ontzettend hoge Dobson-niveau staat.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Brambus

video