KAZ MURPHY - RIDE OUT THE STORM

Het is alweer even geleden dat we ’t hier in deze kolommen over Kaz Murphy hadden. Tien jaar, om precies te zijn, sinds zijn “Home For Misfits” uitkwam, toen zijn derde plaat. Vandaag is de man aan zijn vierde outing toe en wellicht is de tijd gekomen om hem even te her-situeren. Kaz is afkomstig uit Seattle, was nauwelijks 10 toen hij voor het eerst als frontmand op het podium kroop, had, tegen de tijd dat hij van de middelbare school afstudeerde, al ruim honderd songs geschreven, werd bevriend met Dave Van Ronk, kon een song slijten aan wijlen Don Van Vliet, werd gevraagd voor TV- en filmtunes, verhuisde naar Santa Fe, maar kwam ook terug naar Seattle, al opereert hij vandaag vanuit LA, werd percussionist in de band van Allen Ginsberg, schreef verschillende musicals, die ook nog opgevoerd werden , maakte een plaat met de band Mad Mad Nomad, die hij tussendoor had opgericht en debuteerde tenslotte in 1997 met “One Happy Camper”, zes jaar later gevolgd door “Devil in The Barn”.

Vandaag is er dus nummer vier -de plaat komt officieel uit begin januari- en de kans dat u deze ziet binnenkomen in de gespecialiseerde charts van begin 2019 is niet gering. Kaz nam namelijk Scrappy Jud Newcomb onder de arm, toen hij deze plaat begon op te nemen en wie het doen en laten van die mens een beetje volgt, weet dat je met Jud niet alleen een uitmuntende producer in huis haalt, maar ook een gigantisch goeie multi-instrumentalist, die ook nog een aardig stukje kan zingen. Wie nog mee aan boord gehesen werd, is de in en om Austin lichtjes legendarische Jon Notarthomas, die overigens ook al meespeelde op “Devil in The Barn”, de man die Ian McLagan & The Bump Band “on the road” hield en zangeres Penny Jo Pullus, geen onbekende voor Scrappy Jud, die een tweetal songs van backing vocals komt voorzien. Die songs, dat zijn er elf in totaal, allemaal van de hand van Kaz zelf en die tonen voor het volle pond aan dat de man alles heeft, wat we doorgaans van een singer-songwriter verwachten: scherp observatievermogen, een pen die netjes alles kan verwoorden en die in het leven al een en ander meegemaakt heeft en dus enige ervaring heeft met de verschillende aspecten van de “condition humaine”.

Opener “When People Come Together” zet, wat dat betreft, de toon. Een citaat: “I’ve Been to Hoboken, I’ve been to Hollywood, ain’t much difference, just a neighborhood”, da’s toch straffe poëzie, zou ik denken? Of neem “A Sunny Day”, een hommage aan Johnny Cash, die niet zou misstaan in de handen van Dave Alvin, met de treffende quote “His name was Cash and that’s a fact”: als je dat op een simpel blues-riffje hoort voorbijkomen, dan word je geraakt door de eenvoud van de formulering en door de juistheid van de toonzetting. In “Blue Devil Sky”, een liedje over een familie die uiteenvalt, zorgt de jankende gitaar in combinatie met de stem van Kaz voor een sfeer, die je gewoonlijk alleen bij Tom Russell vindt. Daarmee heb ik in één woord een van de straffe troeven van Kaz vermeld: die stem. Ze is alles behalve zoetgevooisd, maar ze vertoont net genoeg gruis om te bewijzen dat de man al flink wat beleefd heeft en op die manier zijn geloofwaardigheid flink verhoogt. Die stem is waar het om draait in “Soft Heart”: een gesproken intro, die de plaat nadrukkelijk richting goeie country duwt, maakt dit tot een -voor mijn oren althans- heel bijzonder nummer. Dat is ook “Where You Come From”, waarvoor Kaz, naar eigen zeggen, inspiratie vond in het boek “A Sudden Country” van de hier veel te onbekende Karen Fisher. De sfeer van dat nummer hangt ergens halverwege tussen Nick Cave en de oudere Leonard Cohen, in tegenstelling toe “All I Wanna Do Is Work”, een -zo denk ik toch- introspectief nummer, waarin de zanger een aflopende relatie beschrijft en de manier waarop de man in het verhaal ermee omgaat. Knap, net als “Stella Rae”, waarin de hopeloosheid van een verslaafde en de uitzichtloosheid van haar leven uitmuntend uit de doeken gedaan worden. Als je zoiets niet zelf en van nabij meegemaakt hebt, kun je dat onmogelijk op zo’n treffende manier beschrijven.

Het allerleukste aan de plaat is dat de eenvoud en de evidentie van de melodieën en de arrangementen volop hun gang mogen gaan. Niemand probeerde hier het warm water heruit te vinden en dat levert dus een kleine drie kwartier erg fraai songwriterwerk op, dat je keer op keer met veel genoegen kunt beluisteren.

Dani Heyvaert


Artiest info
Website  
 

CD Baby

Label: Barn Wall Media

video