KORBY LENKER - THOUSAND SPRINGS

Het was al enkele jaren geleden, dat we nog wat hoorden van deze singer-songwriter uit East Nashville, maar nu kunnen we alleen maar blij zijn om wat hij in die tijd uit zijn pen geschud heeft: niet alleen is er deze zevende plaat van hem -ze is ruim twee jaar onderweg geweest- maar ook een bundel kortverhalen, “Medium Hero” getiteld. Voor de nieuwe plaat nam Korby zich kennelijk voor, zo ver mogelijk uit de buurt van echte opnamestudio’s weg te blijven: hij reed naar zijn geboorteomgeving, Idaho, en nam er op allerlei plaatsen de ruwe versies van z’n nieuwe songs op: gitaar en stem werden op meer dan een dozijn verschillende locaties opgenomen, ondermeer in het mortuarium dat bij de begrafenisonderneming van zijn vader hoort. Nadien trok hij maandenlang de hort op om bij bijna dertig medeartiesten hun vocale en instrumentale bijdragen op te halen en op te nemen in achtertuinen, hotelkamers en zelfs een boekhandel. De bijdragen in kwestie komen van een heel fijn staal van hedendaagse Amerikaanse folk artiesten: Nora Jane Struthers is er bij, net als Anthony Da Costa, Carrie Elkin, Amy Speace, Molly Tuttle, Angel Snow, Becky Warren en Punch Brother Chris Eldridge, waarna hij naar huis trok om de plaat, zoals ze vandaag voor ons ligt en al enkele dagen in de cd-speler kampeert, verder vorm te geven.

Die plaat bevat dus twaalf songs, waarvan vijf helemaal uit Korby’s koker kwamen en de overige zeven co-writes zijn met Jon Weisberger (opener “Northern Lights”, een heel rustig, op gitaar drijvende song), Molly Tuttle (het strakke “Friend and a Friend”), Stoll Vaughn (het onvermijdelijk aan Paul Simon reminiscerende “Nothing Really Matters”) en Holiday Mathis -een dame, die niet alleen songs en gedichten schrijft, maar ook dagelijks een horoscooprubriek in de krant verzorgt- en met wie Lenker “Uh-Oh” maakte, een wat klagende song, die door de fijne duetzang met Caroline Spence toch hoop blijft uitstralen.

Met Amy Speace werkte Lenker samen voor “Father to the Man”, dat me aan de betreurde G.W. McLennan doet denken. Amy zelf zingt de harmonieën, die, samen met de fraaie Hammondklanken van Lucas Leigh, de song optillen tot indrukwekkende hoogten, met de al te waarachtige tekstlijn “The Child is Father to The Man” ad infinitum herhaald. Volgende co-auteur in het rijtje, was de hier erg gewaardeerde Robbie Hecht, die “Late Bloomers” mee schreef en ook akoestische gitaar speelde en harmonieën zong, daarin gesteund door een erg discreet en tegelijk toch krachtig Rocky Mountain Folks Fest Choir.

“Love is the Only Song”, geschreven met John Martin, is een beetje een vreemde eend in de bijt: waar de akoestische gitaar bijna overal voor het muzikale geraamte zorgt, wordt die taak hier opgenomen door de piano, ook al door Korby bespeeld. Wat verder volgt, de cello van Mai Bloomfield en de stem van Angel snow, maakte deze song -voor mij toch- tot het hoogtepunt van deze in haar geheel erg mooie plaat, waarvan ik mag hopen dat ze eindelijk voor de grote doorbraak mag zorgen voor een kerel, die de prachtigste teksten weet te combineren met catchy melodieën -zie ook “Mermaids”- en simpele maar efficiënte arrangementen. Dat zijn toch de drie ingrediënten die je nodige hebt om een heel knappe plaat te maken? Korby Lenker steekt volgende lente de grote plas over, al lijken er voorlopig geen Lage Landen concerten op zijn kalender te staan. Ik ben er haast zeker van dat daar alsnog verandering in komt…

(Dani Heyvaert)

releasedata: 16 maart


Artiest info
Website  
 

Bandcamp

Label: Soundly

video