WASSIM HALAL, ERWAN KERAVEC & MOUNIR TROUDI - REVOLUTIONARY BIRDS

Op het eerste gezicht lijkt dit een nogal vreemd samenraapsel van muzikanten te zijn. Zonder denigrerend te willen overkomen, maar zou U het aandurven een trio de vormen, bestaande uit een Tunesische sufizanger, een Bretoense doedelzakspeler en een Libanese percussionist? Ik durf het betwijfelen en nochtans is dit exact wat deze “Revolutionary Birds” zijn. In volgorde: Mounir Troudi, Erwan Keravec en Wassim Halal hebben elk voor eigen rekening al flink wat muzikale watertjes doorzwommen en een ontmoeting op het multidisciplinaire festival “La Voix est Libre” bracht de heren ertoe hun op het eerste gezicht en gehoor totaal verschillende benaderingen van muziek, bijeen te brengen en dan te zien wat er zou gebeuren.

Het resultaat is deze plaat en of er wat gebeurde! Je kunt het je haast niet voorstellen dat dit zou kunnen werken, maar al vanaf de eerste doedelzaktonen van opener “Raks”, een herhaald motief dat wat van een alarmsignaal heeft, voel je intuïtief aan dat je goed zit: de percussie valt in en meteen zit je in Arabische sferen en is de weg geëffend voor de bezwerende stem van Mounir Troudi, die je meteen meeneemt naar een Arabische medina. Zes minuten verder word je min of meer wakker uit de trance waar je ongemerkt in verzeild geraakt bent en volgt het pièce-de-résistance van deze CD, het ruim tien minuten lange “Turc” een heuse suite, laag na laag opgebouwd vanuit de percussie en één, secondenlang aangehouden, noot op doedelzak, die langzaam overgaat in een klassiek Bretoens klinkende melodie -althans, dat denk je, tot alweer die hemelse stem op de proppen komt en je meteen weer een andere wereld in gekatapulteerd wordt. Een wereld zonder grenzen, waar alleen nog de schoonheid van de muziek regeert en het ontastbare, ongrijpbare, maar manifest aanwezige contact tussen de drie muzikanten je optilt en laat zweven in een universum waarvan je hoopt dat je het niet droomt.

Een op fluistertoon reciterende Troudi opent track 3, “Hallaj” en gaat vers na vers in duel met slagwerk en doedelzak, die zich beperken tot flardjes repliek, zodat je als het waren een soort twistgesprek tussen de stem enerzijds en de instrumenten anderzijds bijwoont. Dit is regelrecht theater, dat stilaan overgaat in een drone-achtige muzikaal motief, waartegen de stem met haast contrapuntische kracht aanschurkt. Uiteindelijk vinden de drie elkaar in een letterlijk kolkend slotdeel, dat de draaiende Derwisjen voor je ogen projecteert, zonder dat je daar enige moeite hoeft voor te doen.

“Sirène” laat de zee afwisselend ruisen en dreunen en verbeeldt een storm, die maar moeilijk tot bedaren kan worden gebracht, maar dat uiteindelijk wel doet. Met “Le Rêve d’Achille” gaat het een heel andere richting uit: de percussie valt pas na drie minuten in en vanaf dan krijg je een perfecte samenvatting van wat deze hele CD is: een naadloos samenspel van drie muzikanten, die begiftigd zijn met gigantische dosissen empathie en die perfect aanvoelen waar de andere naartoe gaat. Dat levert alles samen een kleine veertig minuten onwerelds mooie muziek op en de toegift, een live-versie van opener “Raks” blijkt dan eigenlijk een beetje overbodig. Dat is werkelijk het enige minpuntje dat ik kon vinden bij een voor het overige akelig perfecte plaat.

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website  
 

label : Buda Musique
distr.: Xango