GILI YALO - GILI YALO

Wat is dit toch een boeiend vak ! Week na week krijg je de heerlijkste muzikale nieuwigheden van zowat overal ter wereld voorgeschoteld en je mag er nadien ook nog de wereld kond van doen… Nu ja, ik geef toe dat er af en toe dingen tussen zitten, waarbij je je in de haren krabt en op zoek gaat naar de juiste bewoordingen om iets dat je compleet niet raakt, toch nog correct weer te geven, zonder al te cassant te zijn, maar…niks van dit alles was aan de orde bij deze debuutplaat van een ons tot dan toe volledig onbekende jongeman met Ethiopische roots, maar opererend vanuit Tel Aviv.

Jawel, ze bestaan echt, de Ethiopische Joden en ze zijn zelfs behoorlijk talrijk, nadat ze, onder het regime van de verfoeilijke kolonel Mengistu letterlijk en figuurlijk uitgehongerd werden en moederland Israel een grootse reddingsoperatie opzette om de Falashas, zoals ze heten, te evacueren. We schreven toen 1984…

Het is een oud gegeven, dat muziek vaak de troost en de drang tot overleven inhoudt, als mensen als individu onderdrukt worden en a fortiori geldt dat voor leden van een heel volk dat zichzelf niet mag zijn. We hebben daar al heel veel mooie muzikale momenten uit te horen gekregen, zowel uit Afrika als uit Latijns-Amerika of zelfs Oceanië en daar kun je, wat mij betreft, vanaf nu ook de muziek van Gili Yalo onder rangschikken.

Op zijn debuut brengt hij in tien nummers een bijzonder aanstekelijke mix van allerlei fijne genres, met de funk en soul, zoals we die kennen van mensen als Mulatu Astatke, als basis. Dat betekent hele knappe blazerspartijen, leuke gitaren, opzwepende percussie en jazzy toetsen. In die omstandigheden is ook de Afrobeat nooit ver weg, zoals in “Africa”, dat overigens een duet is met zangeres Keren Dun en de jonge Gili gooit er ook al eens een pure afro-pop melodie of een verkapte reggae tegenaan en wisselt in zijn lyrics Engels en Amhaars met elkaar af.

Tegen de tijd dat u dit leest, moet, in een rechtvaardige wereld, “City Life” een knoert van een hit aan het worden zijn en hebben radioprogrammatoren geleerd hoe ze Gili en “Sab Sam”moeten koppelen aan bv. Tamikrest of Tinariwen. Zelf ben ik nogal weg van “T’Ebik’Ew” en de synthesizer partij daarvan, die zo heerlijk samengaat met de huppelbas en de tremologitaar. Dat nummer doet me telkens weer aan Idan Raichel denken en dat is ook iemand, die ik best hoog heb zitten.

Samengevat: het is dus heus niet allemaal kommer en kwel, dat ons dezer dagen uit Israel komt aanwaaien. Sterker nog, een plaat als deze helpt ons te geloven dat het met Ahed Tamimi uiteindelijk wel goed komt…

(Dani Heyvaert)

 

 

 


Artiest info
Website  
 

label : Dead Sea Recordings
distr.: Xango

video