VEDER - EVERGREEN

Ik schijn rijkelijk achterop te lopen, als het erom gaat iets te schrijven over deze plaat. Vooraf dit: “Veder” is een vierkoppig gezelschap rond onze euphoniumkunstenaar Niels van Heertum. Samen met partners in crime Ruben Machtelinckx (gitaar en banjo), trompettist Eivind Lønning en Joachim Badenhorst op sax en klarinet nam Niels dit korte (32’)-cd’tje op en, zoals dat zo vaak het geval is, wanneer van Heertum met iets nieuws komt aanzetten, toont hij ook hier weer aan dat je niet per se een grote fanfare nodig hebt om maximaal effect te bereiken. U hoeft zich daarvoor maar even te herinneren wat we schreven over zijn fantastische soloplaat met de onmogelijke titel “JK’s kamer +50.92509” +03.84800””. Op dat project bereikte hij, zo denk ik toch, ongeveer het grootste effect met de inzet van de kleinste middelen en deze nieuwe plaat, is eigenlijk de vertaling naar kwartetniveau, van dezelfde instelling.

We kennen hier ook de andere muzikanten zo’n beetje en weten dus waartoe Machtelinckx en kompanen in staat zijn en toch..en toch…Toch word je ook hier weer verrast door de aparte invulling, die de notie “schoonheid” kan krijgen, als je maar aan de juiste mensen om invulling vraagt. Zo goed als compleet akoestisch, verkennen de vier, wars van technologie en elektronica, de mogelijkheden van hun eigen instrumenten en van de optelsom (of is het product?) van het samenspel van twee, drie of alle vier de muzikanten.

De waarachtige scheppingsdrang van de vier domineert de plaat, die uit zeven relatief korte instrumentale stukken bestaat en draait om het citaat van Spinoza, dat je, in weliswaar héél kleine lettertjes, te lezen krijgt, als je het schijfje uit de verpakking pulkt: “Everything endeavours its own being - Elk ding tracht in zijn bestaan te volharden”. Dat van die heel kleine lettertjes geeft me in de gauwte ook de gelegenheid iets heel bewonderends te schrijven over lay out en verpakking van deze CD: een heel mooi schilderij van de Duits-Amerikaanse artiest Thomas Müller siert de hoes, die perfect aansluit bij de muziek, die op de plaat aangereikt wordt: op het eerste gehoor vrij eenvoudige mijnen en lagen, die, bij nadere beluistering, lang niet zo eenduidig blijken en keer op keer andere licht- of klankinvallen openbaren, die maar één zaak gemeen hebben:pure schoonheid.

De zeven stukken van de plaat zijn van de hand van Van Heertum, met uitzondering van “Hemlock” (da’s een sparrensoort) en “Die Immergrüne” (dat spreekt voor zich, denk ik), die ter plekke bijeen geïmproviseerd werden door het viertal. Dat die twee impro’s niet omwille van hun achtergrond opvellen tussen de overige nummers, zegt alles over het talent van de muzikanten: wie dingen kan improviseren, die uitgeschreven lijken, die kan spelen, zoveel is zeker. Het geeft ook aan dat het viertal elkaar erg goed kent en ermee vertrouwd is op de ander in te spelen. Dat de composities van Van Heertum diezelfde spontaniteit en eenvoud uitstralen, zegt dan weer iets over zijn componistentalent: alles lijkt te vertrekken vanuit één of ander stilleven, dat met de natuur verbonden is, en bijgevolg bij elke blik, die je erop werpt, andere accenten krijgt. Dat geldt evenzeer voor de muziek: als je “Sedum” (= vetkruid) voor het eerst beluistert, hoor je wat anders dan bij de vijfde keer en “Klauwier” (da’s een zangvogel) klinkt een stuk speelser en zangeriger dan “Fern”, wat “varen” betekent en dus aan bos en beschutting en rust doet denken.

De vertraging bij het publiceren van deze lijnen is dus enkel ingegeven door het feit dat ik de schijf ruim twee maand als zowat enige passagier meenam, tijdens autoritten her en der. Ik mag hopen dat dat excuus geldig is en, mocht u het nog niet begrepen hebben: “evergreen” is een prachtplaat!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Aspen Edities

video