RUBEN MACHTELINCKX >< FREDERIK LEROUX - WHEN THE SHADE IS STRETCHED

Ik zal wel weer de dreiner van dienst zijn, maar ik kàn het gewoon niet laten de lof te zingen van het jonge Aspen Edities, dat we als platenlabel leerden kennen in de voorbije maanden, maar dat eigenlijk, misschien zonder het zelf echt te willen of na te streven, méér is dan dat. Bij Aspen gaat het om schoonheid, om eenheid in verscheidenheid, om duurzaamheid ook en daarvan is deze CD een prachtig voorbeeld.
Het is een zogeheten “split record”, een begrip uit LP-tijden, waarbij een plaat onder de namen van twee muzikanten uitgebracht werd en elk van hen één LP-kant vulde. Deze plaat hier, de derde op het jonge label, is weliswaar ook in vinyluitvoering te verkrijgen, maar ik kreeg de CD-versie toegestuurd, waarop de muziekjes van beide artiesten aan dezelfde kant van het ene schijfje gebrand zijn.

Die twee artiesten, dat zijn in dit geval de hier al meermaals bewierookte Ruben Machtelinckx, over wie we in een moment van woordgebrek, schreven dat hij volgens ons de top van de Belgische jazzgitaar bereikt had. Na ampele beluistering van deze plaat én van zijn bijdrage aan “Evergreen” van Veder, het project van zijn copain Niels Van Heertum, moet ik dat echter bijstellen: Machtelinckx zit intussen in de kopgroep van de wereld van de impro en dat geldt vanaf nu ook voor wat hij aanricht met de banjo.

Dat Machtelinckx en Leroux erg vertrouwd zijn met elkaar en met elkaars manier van muziek maken, was natuurlijk al duidelijk vanuit hun samenwerking in het project Linus, maar de bonus van deze nieuwe plaat, zit ‘m erin, dat je beider aanpak als het ware naast elkaar kunt beluisteren en dus kunt merken op welke manier ze met elkaar in confrontatie gaan, al is op de CD de eerste helft voor Machtelinckx en de tweede voor Leroux. Elk van hen levert iets meer dan twintig minuten muziek aan en vanaf hier wordt het moeilijk voor de recensent: vind immers maar de juiste woorden om te beschrijven wat je hoort, zodat iemand die het niét hoort, toch een idee krijgt van wat er gaande is.

Ruben zet zijn banjo in loop en improviseert en doorheen met gitaar in opener “Turdus”, wat “lijster” betekent en dus naar “de natuur” verwijst, de natuur, die per fractie van een seconde verandert en moeilijk te grijpen is, al zijn er een paar constanten te ontdekken, zoals bij voorbeeld het zingen van de vogels. Zolang je dat hoort, klinkt de natuur dartel en speels, maar dat het gezang wegvalt, is de voorbode van een donkere, onheilspellende kant van diezelfde natuur.

“One Morning TenYears Later”, doet je denken aan een ochtendwandeling, daags na een nachtelijke storm, als alles weer tot rust gekomen is, terwijl in “Spuds” (een word dat zowel “aardappel” als “schoffel” kan betekenen) een regelrecht country sfeertje opgeroepen wordt. In “Dawn” -en dan is Frederik aan de beurt- hoor je als het ware de dag ontwaken, terwijl de vogelgeluiden in “The Faerie Queen” (naar het boek van Edward Spencer, waarin hij de lof van Queen Elisabeth I zingt) ook onmiskenbaar naar de natuur verwijzen, net zoals “Arum Lily” ofte aronskelklelie, een mooi ogende, maar best gevaarlijke plant, die hier heel knap muzikaal vormgegeven wordt en een fraaie prelude vormt tot onze favoriet op de plaat, het erg lange “I Lock My Door Upon Myself”, waarin werkelijk een plejade van geluiden gecreëerd wordt aan de hand waarvan een bijzonder spannende track opgebouwd wordt.

Geen enkele bespreking van een Aspen-CD kan volledig zijn, zonder dat je iets schrijft over de hoes en de verpakking. Deze keer zijn het foto’s van de onvolprezen Charif Benhelima, die de hoes van de uit duurzame materialen bestaande uitgave sieren. Ik voeg ook de link toe naar de website van die man, zodat u daar eens kan gaan kijken waarom u bij een volgende gelegenheid absoluut naar die tentoonstelling van hem moet. Tot het zover is: de muziek op deze CD is magistraal!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

 

video