LUKE TUCHSCHERER - PIECES

Hij zit duidelijk in een heel sterke periode, Luke Tuchscherer, die niet langer vanuit Bedford blijkt te opereren, maar naar New York City verkaste: minder dan een jaar geleden gooide hij “Always Be True” op onze deurmat, bij momenten een ruige lap Americana, die het voor de rest van het jaar uitzong in de CD-speler van onze auto en nu is er al de opvolger en die alweer redelijk indrukwekkend!

Via de stilaan vertrouwde weg van de crowdfunding verzamelde Luke genoeg centen om de tien songs van de plaat in de gewenste vorm te producen en uit te geven. Zeven van die tien songs, de meer stevige en rockende songs, die de kern van de plaat voren, werden in één dag opgenomen, voor de drie ballads, die de plaat vervolledigen, waren een paar extra sessies nodig, maar één en ander geeft wel aan waar het om draait: het live-gevoel zoveel mogelijk op de CD overzetten en ook de gierende en scheurende rootsrock, die Luke produceerde toen hij nog met The Whybirds optrok hernemen, maar dan in soloversie. Dat sluit, naar ’s mans eigen zeggen, beter aan bij wat hij in wezen is: een rocker-met-elektrische-gitaar, die hier een reeks songs bijeenbrengt, die je, met Springsteen en Petty in het achterhoofd, als “Heartland rock”n”roll” kunt omschrijven.

Neem nu “Sudden Getaway”: in ware Bo Deans-stijl wordt de plaat geopend en wordt de toon gezet, die je eigenlijk veeleer bij een live-concert verwacht en die je, vanaf de eerste minuut het “dit komt helemaal goed”-gevoel geeft: de gitaar giert, het orgel zwelt aan, de backing vocals vullen tot op ongehoorde hoogte aan en je weet: dit word en drie kwartier van onverholen genieten. “Company Girl (Needs Company Boy)” drukt het tempo enigszins, maar de sfeer blijft die van een zweterige, overvolle club op zaterdagavond, met dien verstande dat er toch heel de tijd voldoende subtiliteit voorhanden blijft om de storm van decibels niet tot een orkaan te laten uitgroeien.

Volgt dan “The MF Blues”, in heuse Doors-stijl, waarna “Ain’t That The Way They Say” weer schaamteloos de doos rockriffs aanspreekt en de drums even belangrijk worden als de gitaar. “Charing Cross” is een rustpunt, dat de luisteraar toelaat zich op te maken voor het zusje van “Ain’t That The Way They Say”, namelijk “Batten Down The Hatches”. Na een ingehouden en heel erg aan Springsteen reminiscerend “Ghosts” volgt wat voor mij het hoogtepunt van de plaat is: het negen minuten lange “Requiem, waarin afgerekend wordt met de hebberigheid van de rijken van deze aarde.

Daarmee heb ik nog niks gezegd over afsluiter “See You When I See You”, een van die rustige maar krachtige songs, waarop de bijzondere stem van Luke volop tot haar recht kan komen en de gitaar een erg fijne solo kan debiteren en op die manier een alweer erg knappe plaat van Luke kan neerleggen. Het is een kwestie van tijd, voor dat absolute meesterwerk er komt, daar ben ik van overtuigd, want alle basisingrediënten zijn aanwezig. Nu nog wat airplay op onze radiogolven en we kunnen er geraken. Een mens mag hopen, niet?

(Dani Heyvaert)

10 cd's te winnen!

Wil je daar kans op maken, dan mail je ons gewoon even:
je naam, je adres en de vermelding
: LUKE TUCHSCHERER
Binnen een aantal weken wordt uit alle inzendingen de gelukkigen getrokken.
Wij hopen dat u massaal Rootstime - hier - zult mailen
De winnaars worden per mail verwittigd.

 

Artiest info
Website  
 

Bandcamp

video