I SEE HAWKS IN L.A. - LIVE AND NEVER LEARN

11 september 2001…een dag, die we geen van allen snel zullen vergeten. Het was ook de dag, waarop I See Hawks in L.A. hun titelloze debuut op de wereld loslieten en meteen de harten veroverden, van elkeen, die de rootsmuziek genegen was. Dat Dave Alvin erop meedeed, was een argument om veel deuren te doen opengaan, net als de aanwezigheid van fiddler Brantley Kearns: een band, die dat klaarspeelt bij zijn debuut, die ga ja als vanzelf volgen en dat deden we dus wàt graag, zeker toen ze ook Chris Hillmann Cody Bryant en Rick Shea mee in de studio hadden voor “Calofornia Country”.

In de loop van de jaren breidde de groep uit en vandaag heb je als basis het viertal Rob Waller (gitaar en leadzang, Paul Lacques (gitaar,lap steel en zang), Paul Marshall (bas en zang) en Victoria Jacobs (drums, gitaar en zang), dat op zowat alle tracks aangevuld wordt met Richie Lawrence (accordeon en piano), Dave Markowitz (fiddle), Danny McGough (toetsen) en Dave Zirbel (pedal steel gitaar). Vier vocalisten en drie songschrijvers in de band, dat is een geweldige luxe en dat blijkt nog maar eens op deze eerste nieuwe CD in ruim vijf jaar: de meeste songs komen weliswaar uit de pennen van de tandem Waller/Lacques, maar ook drummer Victoria Jacobs draagt een steentje bij met haar “Spinning”, een heerlijk stukje psychedelische folk én met het uit haar leven gegrepen verhaal achter “My Parka Saved Me”: zij spreekt het verhaal in en de anderen bandleden maken er een geweldige countryrocksong van, gelardeerd met de meest fantastische doo-wop achtergrondzang en een Hammondpartij waar je we erg stil van wordt.

Net als op hun vorige platen, hebben de Hawks ook nu weer de nodige aandacht voor de natuur (“Planet Earth” en “Ballad for the Trees”), maar waar deze plaat zich vooral onderscheidt van vroeger werk -naast het feit dat er een paar keer stevig gerockt en ge-boogie-d wordt (“King if the Rosemead Boogie” scheurt een aardig eind weg)- de vaststelling dat de Hawks de ingrijpende gebeurtenissen, die ze meemaakten, goed verwerkt blijken te hebben. De vijf jaar tussen de vorige plaat en deze nieuwe, waren immers de tijd, waarin Rob Waller zijn moeder aan kanker verloor en Paul Lacque verloor zelfs zijn beide ouders. De meeste nummers van deze plaat zijn geschreven in die tijd van die gebeurtenissen en dat kun je best wel horen.

De kwaliteit van de Hawks-songs is topklasse als vanouds, maar de uitwerking -ook de mixing is uitstekend- en de orkestratie is nergens minder dan subliem Dat komt wellicht nog het best tot uiting in “White Cross” en “Singing in the Wind”, twee songs, die Waller en Lacques samen schreven met UK’er Peter Davies, van The Good Intentions en in “The Last Man in Tujunga”, een verhaal over een relatie, die via de telefoon verbroken wordt op het moment dat de bosbranden alsmaar dichterbij blijken te komen. Dat Bassist Paul Marshall bij de bosbranden van vorig jaar twee keer zijn huis moest evacueren, geeft die op zich al straffe en rockende song een extra cachet.

De Hawks zullen stilaan de vergelijking met The Eagles wel beu gehoord zijn, maar je kunt er niet omheen: deze heren horen thuis in het rijtje dat door dié band aangevoerd wordt en dat de coountry-rock voor de eeuwigheid bewaarde, al mogen ze voor mijn part ook een etiketje “approved by Dave Alvin” op de hoes kleven. Heerlijke plaat is dit: kijk volgende maand vooral naar de gespecialiseerde charts: ze zullen er erg hoog in scoren, zeker weten!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Western Seeds Records

video