INDIANIZER - ZENITH

Mij was het Turijnse kwartet Indianizer tot voor kort onbekend, maar toen ik een aantal keer geluisterd had naar hun tweede plaat, deze Zenith, was hun muziek me eigenlijk al zeer vertrouwd in de oren beginnen te klinken. Hun debuut “Neon Hawaii” heb ik nooit gehoord en dus kan ik ook niet beoordelen of er met deze nieuwe CD vooruitgang te bespeuren valt vergeleken met drie jaar geleden. Wat ik vandaag hoor, is een redelijk aanstekelijke mix van bezwerende beats, psychedelisch gekleurde snarenpartijen, wereldmuziekflarden van nogal wat regio’s en pompende bassen, die dansbaarheid van de nummers garanderen.

Zelf maakt de band -of tenminste platenfirma- gewag van verwantschap met de Braziliaanse Tropicalia-beweging van de jaren ’60 van vorige eeuw en van de Krautrock van de jaren ’70 en die invloeden zijn er ook wel, maar volgens mij zijn het vooral de dance- en aanverwante rages van de jongste vijftien jaar, die het geluid van deze band bepalen. “Zomers” en “feestelijk” zijn de twee adjectieven, die ik het liefst met deze muziek verbonden zie en daarbij denk ik aan Django Django en, dichter bij huis, My Baby. Dat staat doorgaans voor: niet meteen voor de hand liggende melodieën, aanstekelijke ritmes en fijn bewerkte, verrassende geluidsmixen en dat is hier niet anders.

De plaat bevat slechts acht nummers, maar duurt wel dik veertig minuten, zodat je eerder lange songs krijgt, vaak ingeleid door nogal lange intro’s, die steevast overgaan in materiaal dat zwaar op de dansspieren mikt. Zo is “Get Up!” op een cumbiaritme gebouwd en is de vooruitgeschoven single (en gegarandeerd prijsbeest) “Mazzel Tov !!” een erg trefzekere floorfiller bij elke fuif, waar het iets meer dan metal mag zijn, al is er wel heel veel gelijkenis tussen dit nummer en “Hypnosis”.

Voor “Hermanos Nascondidos” wordt nog een versnelling hoger geschakeld en is “Bunjee Ginger” het jongere broertje van “Get Up!”. Bidonville klinkt een beetje als Manu Chao en afsluiter “Dusk” raakt helaas niet verder dan de fase van “hook & riff”.

Dat is de zwakke plek van deze plaat: te weinig van de acht nummers zijn echt verder geraakt dan de embryonale fase en teveel hebben ergens op de plaat een dubbelganger staan. Misschien had het kwartet er beter aan gedaan een EP uit te brengen: dat had gekund en die zou erg goed hebben kunnen zijn. Nu blijf ik met een onvoldaan gevoel achter: ’t is niet het ene en niet het andere. Deze plaat twijfelt teveel, vrees ik.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
   
 

video