OUMAR KONATÉ - LIVE IN BAMAKO

Minder dan een jaar na “Live in America” is er al een nieuwe live CD van deze jonge Malinese gitarist en, waar ik vorig jaar erg ontgoocheld was, ben ik vandaag ronduit enthousiast over deze nieuwe. Geen idee welke de reden is van dat totaal verschillende effect dat deze plaat op mij heeft, maar, pretentieus als ik ben, ga ik er van uit dat deze gewoon stukken beter is dan de heel onsamenhangende, richtingloze plaat die in Amerika opgenomen werd.

Deze hier is opgenomen in maart 2017 in de dansclub Africa waar Konaté doorgaans optreedt op zaterdagnacht en waar de bezoekers het eerste deel van de avond op Afro-Beat ritmes opgewarmd worden, zodat ze vanaf een uur of twee, als Oumar het podium beklimt, helemaal in the mood zijn om te doen wat veel mensen doen: loos gaan en het weekend vieren. De formule die Konaté hanteert, is intussen genoegzaam bekend: Takamba-ritmes geven de drive aan via drums, tamani en kalebas en de gitaar van Oumar doet de rest, samen met de toetsen van John F. Dilligent, zijn indringende stem en heel leuke koortjes van Hassane Cissé. Tussendoor mag ook Dramane Touré zijn kunsten op bas showen.

Het gitaarspel van Konaté is op deze plaat op z’n best: invloeden van Hendrix en Jeff Beck zijn prominent aanwezig, maar verder klinkt dit onversneden West-Afrikaans: je hoort er Ali en Vieux Farka Touré doorheen, maar vooral is er de moderne, hedendaagse aanpak van Oumar zelf, die heel erg goed naar reggae en rock geluisterd blijkt te hebben. Op het podium komt hij over als een heel gedreven en zelfzekere persoonlijkheid, die het publiek zo ongeveer alles laat doen wat hij wil. Natuurlijk: dit is opgenomen tijdens een aantal “thuiswedstrijden”, zodat je kunt vermoeden dat het publiek wat meegaander was dan dat het geval zou geweest zijn in, pakweg, Brussel, maar toch: vanaf opener “La Plus Belle” merk je al dat dit helemaal goed gaat komen. Oumar speelt bij momenten de sterren van de hemel, zoals bijvoorbeeld in “Albarka” , hij zingt geweldig in “Merde à la paix”, waarin hij ook op de akoestische gitaar de prachtigste jazzy klanken rondstrooit en bijwijlen heel erg aan Habib Koité doet denken.

De sequencing van de plaat is ook prima verzorgd: ik was er natuurlijk niet zelf bij, toen ze opgenomen werd en ik weet dus niet in welke mate de reële volgorde van de songs gerespecteerd werd op de uiteindelijke schijf. Maar alleszins is het een feit dat je de indruk krijgt dat dit één optreden had kunnen zijn: er zit een opbouw in, zoals dat bij live concerten gebeurt: heel af en toe gas terugnemen (zoals hier op “Aucune du travail”, een bijna parlando tekst over de werkloosheid en de daaruit volgende armoede in Mali) en vlak daarna weer een versnelling hoger schakelen, wat ook hier gebeurt met “Ehoura”, om dan te eindigen met een heuse climax, die ‘Soyeya” getiteld is.

Het echte muzikale hoogtepunt van de plaat zit volgens mij echter vlak voor die finale met “Chancouchara”, een echt uithangbord voor wat Oumar live voorstelt: knappe zang, tot in de puntjes beheerste gitaar en het vermogen om een publiek volledig mee te krijgen. Heel knappe plaat is dit en, ware het niet dat de toetsen, zoals helaas iets te vaak het geval is met Afrikaanse groepen, een tikkeltje té goedkoop klinken, ik zou ze “welhaast perfect” durven noemen. Nu blijft het bij een “heel erg aanbevolen” live plaat!

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

label : Clermont Music
distr.: Xango

video