ASH GRAY - CHICKENWIRE

Americana uit Sheffield, UK? Jawel hoor, het kan en de Americana, die Ash Gray presenteert op zijn tweede soloplaat, klinkt zelfs bijzonder goed. De nog altijd jonge man -zo oogt hij althans- verdeelt zijn tijd tussen Austin, Tx, New York en het Engelse Sheffield. Dat heeft meer dan waarschijnlijk met zijn eigen achtergrond te maken: hij is geboren in Pittsburgh, PA en opgegroeid in Austin, maar zijn ouders zijn Engelse expats en toen hij, na zijn onofficiële stageperiode in bands als Roosterbilly en The Self-Righteous Brothers, met die laatste band in London terecht kwam, werd hij daar algauw opgenomen in de ontluikende alt.country scene, al bleef hij ook geregeld naar de States pendelen om daar zijn vaardigheden als muzikant bij te schaven in allerlei stijlen, van hard-rock tot folkpop en zijn debuutplaat “Once I Got Burned” werd helemaal in Austin opgenomen met muzikanten, die hun sporen verdienden in bands van Dale Watson en Lyle Lovett en die plaat zorgde voor airplay en erkenning aan beide kanten van de Grote Plas, waarna de onrustige geest, die hij is, keerde toch naar Engeland terug en vestigde zich in Sheffield. Daar zocht en vond hij de muzikanten om de basistracks voor deze tweede plaat op te nemen. Later werd één en ander verder afgewerkt in Austin en het is dus deze plaat, die we al een tijdje in de CD-speler hebben zitten.

Vooreerst een beetje nijd van mij afschrijven: de lettertjes op de binnenhoes van de plaat zijn zodanig klein, dat ik ze, zelfs met behulp van een loep, niet kon gelezen krijgen. Da’s knap vervelend, want ik weet graag wie wat speelt, maar sorry, hier raak ik echt niet wijs uit. Gelukkig maakt de muziek op de plaat dat allemaal ruimschoots goed. De tien tracks zijn, naar elpeevoorbeeld, in “side one” en “side two” opgedeeld en er wordt afgetrapt met een een knaller van formaat: “The Other Man” doet me keer op keer aan de Steve Earle ten tijden van Guitar Town denken: stevig gitaarwerk, dobro, mondharmonica en een melodie, die zich onmiddellijk in je hersens nestelt. Zo hoor ik ze heel graag voorbij komen! “Golden Road” is dan weer veel meer countryrock in sixties stijl, met kabbelende gitaren, Byrds-achtige vocalen en “A Horse With No Name”-achtig nah-nah-na koortje en “The Creek Don’t Rise” blijkt een geheide radiohit te kunnen worden met zijn roffelende drumd en gehapte harmonica)arrangement.

Bij “Josephine Clark” heb je meteen een Simon & Garfunkel-erlebnis: dit had op de vroege platen van dat duo kunnen staan, maar het is vooral een heel mooie song, die ik wàt graag eens op onze radio’s zou horen. Bij een titel als “Sundown” gaat ondergetekende spontaan aan Gordon Lightfoot denken, maar het nummer dat hier die titel draagt klinkt wel alsof het in die periode werd opgenomen, al klinkt Ash Gray totaal niet als Lightfoot. De gitaarintro van “Firefly” en de slepende steelgitaarklank, geven dat nummer, mede omwille van de nagalm op de stem, een heerlijk psychedelisch tintje en afsluiter “It Might Get Loud” is puur John Sebastian “revisited”.

Mij hoor je daar alvast niet over klagen: dit is namelijk een heel leuke plaat met knappe melodieën, fijne arrangementen, een goeie stem en interessante verhalen. Nu nog dat lettertype aanpassen en we zijn er helemaal !

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

label: Labelship Records

video