JEB BARRY AND THE PAWN SHOP SAINTS - TEXAS, ETC…

Hoewel hij al ongeveer dertig jaar muziek maakt en enige lokale bekendheid verwierf met de band The Typicals, duurde het tot een drietal jaar geleden, voor Jeb Barry’s naam ook aan deze kant van de Oceaan enkele rimpeltjes begon te veroorzaken in ons beeld van de Americana-vijver. “Milltown” werd toen nogal lovend gerecenseerd door een paar mensen, die de vinger op dat vlak grondig aan de Amerikaanse pols houden, maar of daar ook geweldige verkoopcijfers tegenover stonden, durf ik te betwijfelen.

Vandaag -eigenlijk over een drietal weken pas- is er de debuutplaat van Jeb-met-band. The Pawn Shop Saints zijn, naast Jeb zelf, die zingt, alle songs schreef en er gitaar, banjo, bas, banjo, mandoline, harmonica en dobro aan toevoegt, ook Michael O’Neill (gitaar en mandoline),Chris Samson (bas) en Josh Pisano (drums) en de plaat is eigenlijk een dubbel-CD, die, met zijn 61 minuten muziek perfect op één schijfje had gepast, maar die om vormelijke redenen als dubbelaar verschijnt.

De eerste plaat, die de ondertitel “The Sainted” meekreeg, focust op de iets steviger verpakte nummers, terwijl deel twee, dat “The Saintless” gekerstend werd, meer de singer-songwriter kant van Jeb weergeeft. Samen zijn dat twee keer tien songs, tenminste als je de niet-vermelde en enkel te downloaden bonustrack “Speedtrap Town” van CD 2 meerekent en een eerste algemene indruk die deze nummers nalaten, is dat je er niet bepaald vrolijk van wordt. Niet dat het meteen een verzameling treurwilgsongs is, maar de dingen, die Jeb beschrijft, handelen zo goed als allemaal over de “onderkant” van de maatschappij. Die maatschappij, dat is “Texas, etc…”, wat dus eigenlijk staat voor de gehele U.S.A en het beeld dat Jeb daarvan ophangt, is niet meteen van aard om je vrolijk dansend de dag te laten doorkomen. Nu, een flink deel van de songs handelen gewoon over “Het Leven” in het algemeen: het gevoel opgesloten te zitten in je (te) kleine omgeving en weg te willen, maar geen uitweg te zien, bij voorbeeld. Dat wordt door Jeb in “Gravel Roads and Whiskey Bars” naar Texas vertaald, maar het geldt allicht net zo goed voor mensen die, in pakweg Ossendrecht of Herselt wonen.

Opener “Trouble Down In Tennessee” is al even universeel: je bent jong, verliefd op een meisje dat niet van jou wil weten, je (stief)vader gooit je op je vijftiende de deur uit en al wat je rest, is op zoek te gaan naar een kopie van het leven dat je nooit gewild hebt. Het trage, slepende “Galveston ’92” is op een waargebeurd verhaal gebaseerd over een meisje en een truck en blauwe zwaailichten en de rest wordt in ware filmstijl verder uitgewerkt, in zoverre dat je niet meer weet wat nu echt gebeurd is, dan wel gefantaseerd is. Die lichten in de achteruitkijkspiegel, komen trouwens ook terug in “Miss Mississippi”, alweer een verhaal over een fout gelopen liefde en op die manier uit het leven gegrepen. Alleszins heb je tegen de tijd dat je dat nummer een tweede keer gehoord hebt als begrepen, dat je hier te maken hebt met iemand van wie de teksten nogal belangrijk zijn. Een singer-songwriter dus, die, met taal speelt, en niet vies is van staf- of binnenrijmen, maar die, zoveel is duidelijk, heel veel schrapt en schaaft. Zelf ben ik niet zo’n tekstenmens, maar bij deze plaat moest ik, willens nillens, vaststellen dat ik heel ingespannen de lyrics zat te volgen. Ook die van het nogal sixties-verpakte “If This Heart Had Walls” of het recht-uit-de-pub klinkende “Chainsmoker”.

De tweede plaat klinkt wellicht voor velen een tikkeltje te weinig gevarieerd, met heel vaak alleen maar de stem van Jeb en de akoestische gitaar, al dan niet aangevuld met een nauwelijks te horen mandoline-lijntje, al zingt op “Seemed Like a Good Idea at the Time” Heather Austin een heel fraaie tweede stem. Eenzaamheid en verlating voeren hier de boventoon en bij momenten doet Jeb hier denken aan Townes, wat niet meteen een verwijt is maar veeleer verwijst naar het vermogen dat ook die man had om eenzaamheid te vertalen, zodat ze voor iedereen herkenbaar wordt: drank, lange nachtelijke autoritten, en tekstberichten die ontstonden tijdens een combinatie van beide. Songtitels als “”I Can’t Live In Houston Anymore” of “El Paso Sucks” lijken mij nogal voor zichzelf te spreken. De klaagzang van “You Don’t Ever Miss Me” is ook nogal herkenbaar en donker van insteek. Afsluiter “Refugees” is Jeb’s soloversie van een nummer dat eigenlijk afkomstig is van de groep Hoping Machine, waarin Jeb samen met onder anderen Sarah Lee Guthrie actief is. Het vat prachtig de situatie van heel veel mensen, wereldwijd, samen: uiteindelijk zijn we allemaal slechts vluchtelingen, op zoek naar een thuis, een plaats waar we veilig kunnen slapen, ook in “The Land of The Free”. Het sluit een bijzonder mooie plaat erg waardig af, al is de vrolijkheid, zoals ik al zei, erg ver te zoeken. De schoonheid van de manier waarop Jeb zijn boodschap verpakt, die ligt echter zomaar voor het grijpen. Ik mag u deze dubbelaar dan ook van harte aanbevelen!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video