BOURBON EXPRESS - CRY ABOUT IT LATER

Uit Brooklyn komt dit trio, bestaande uit het echtpaar Katie en Brendan Curley -zij zingt en speelt mondharmonica, hij speelt gitaar en drumster Sarah Kinsey. Voor zover ik er zicht op heb, is dit hun tweede plaat, na “One Big Losing Streak” uit 2015.

Vooraf even vertellen hoe de band er kwam: Katie en Brendan raakten aan de praat in een bar, die “A Bar” heet en ontdekten zo dat ze op nauwelijks veertig kilometer van elkaar woonden in de staat Washington. Tot daar niks aan de hand, maar ze praatten nogal lang en wat bleek? Telkens zij de naam liet vallen van een countryzanger(es) bleek hij krèk dezelfde smaak te hebben.? Gevolg: zij dacht dat hij haar probeerde te versieren en toen hij haar later belde, nam ze niet op. Enkele weken later echter, kreeg ze de vraag om op te treden in een bar, maar geen band had. Dus belde ze hem, want toen, in het café had hij gezegd had dat hij zowat elk denkbaar instrument aan haar songs kon toevoegen, als ze dat wilde. Beetje doorzichtige truc, maar kijk: hij hielp haar uit de nood en nu zijn ze dus al even getrouwd en hebben ze in allerlei formaties samengespeeld, tot ze, in 2011 tot oprichting kwamen van wat nu Bourbon Express heet. Toen bestond de band nog uit vier leden: bassist Andrew Dykeman verliet de groep, toen de opnames voor deze “Cry About it Later” zo goed als rond waren en hij zorgde ongewild voor de plaattitel: het overblijvende trio zat zo tot over de oren in het opnameproces, dat ze hem alle geluk wensten bij zijn nieuwe project en beslisten later verdrietig te zijn om zijn vertrek.

De plaat werd productioneel in goede banen geleid door Eric “Roscoe” Ambel en, we kunnen het niet helpen, maar als we die naam in de credits zien staan, dan gaan we nog aandachtiger luisteren dan we doorgaans al doen en wat we op deze plaat te horen krijgen is heerlijke, modern verklankte, maar diep in traditie gewortelde honky tonk-country, uitermate geschikt voor het soort gelegenheden, waar de plankenvloer uitgesleten is, de muren bruin doorrookt en de whiskey makkelijk te krijgen.

De thema’s zijn zo klassiek als je ze maar kunt verzinnen: in opener “Pick Me Up” verzucht zangeres Katie dat ze er wel genoeg moet aan overhouden “to get me through to the end of the month”. U ziet de setting. Denk daarbij aan een knap duel tussen de gitaar en de pedal steel (van Johnny Lam) en we zijn vertrokken. Het tempo wordt opgetrokken naar dat van heuse rock in “Devil’s Angel”, waarin echtgenoot Brendan zijn beste Ambel-riffs uit de Telecaster schudt. Die Telecaster komt verderop nog aan bod in “Telecaster Man”, een song, die Katie schreef nadat ze voor het eerst contact had gehad met Ambel en ze onder andere hun bewondering voor Kenny Vaughan hadden uitgesproken. Die Kenny, dat weet u vast wel, heeft op meer goeie platen meegespeeld dan de doorsnee liefhebber ooit beluisterd krijgt en in countrymiddens is zijn naam de eerste die valt, als er naar “the master” gezocht wordt. Ambel is de tweede naam die genoemd wordt… Niet dat Kenny dus meedoet op de plaat, maar hij en Ambel kregen wel een song, die aan hun gitaar-alter-ego opgedragen is.

Ambel doet wel een paar dingen op de plaat, benevens de productie: hij speelt akoestische gitaar op afsluiter “Cold Quiet Drink”, een song die hij zelf omschreef als “the campfire song”, waarop alle muzikanten in één ruimte opgesteld werden staan en begeleid door de gitaar, de dobro en de mandoline. Dat is de perfecte “ga nu maar naar huis”-song, die een heel knappe plaat afsluit. Die plaat is simpelweg goud, al kostte het mij wel enige moeite om fewend te raken aan de bijzondere stem van Katie Curley. De kwaliteit van de nummers, de instrumentatie en de productie zijn echter niet vatbaar voor discussie: die zijn allemaal top. Heerlijke country van vandaag is dit…

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

CD Baby

video